PlusReportage

Indiëherdenking op de Dam: ‘De herinneringen, ook de pijnlijke, mogen niet worden uitgewist’

Op de Dam in Amsterdam waren maandagochtend zo’n 200 mensen bijeen voor de derde Indië Herdenking Amsterdam. ‘Om alle wonden te helen, moeten alle verhalen worden verteld.’

Sophia Peereboom
null Beeld Jakob van Vliet
Beeld Jakob van Vliet

Het Nationaal Monument telde oorspronkelijk elf urnen met aarde afkomstig van fusillade- en erebegraafplaatsen. Elke urn stond symbool voor een provincie. In 1949 kwam daar een twaalfde urn voor Nederlands-Indië bij. Deze plek heeft daarom voor veel aanwezigen bij de Indië Herdenking Amsterdam een grote symbolische waarde.

Vanwege de renovatie van het Nationaal Monument is de herdenking dit jaar aan de andere kant van de Dam, tegenover het Paleis, en na twee coronajaren nu voor het eerst weer met publiek. Net als de nationale herdenking maandagavond in Den Haag, wordt ook in Amsterdam stilgestaan bij het einde van de Japanse bezetting in Nederlands-Indië. Er zijn speeches, kransen worden gelegd en er is twee minuten stilte.

Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan en kwam er officieel een einde aan de Tweede Wereldoorlog in het Koninkrijk der Nederlanden, vertelt locoburgemeester Hester van Buren in haar speech, “maar in de praktijk was toen niet voor iedereen de oorlog voorbij. In Nederlands-Indië waren vrede en vrijheid nog ver weg door de onafhankelijkheidsstrijd, gekenmerkt door racistisch geweld, zuiveringen en ook door bruut ingrijpen van de Nederlandse overheid.” Een verhaal dat volgens Van Buren lang geen volwaardige plek in de geschiedenisboeken heeft gekregen.

Twee miljoen mensen met Indische roots

Peggy Stein (60), initiatiefnemer van de herdenking, was blij met de speech van de locoburgemeester. Die paste volgens haar mooi in het doel van de herdenking: recht doen aan de juiste geschiedschrijving. De herdenking werd naar schatting door 200 man bezocht, een ‘prachtig aantal’, aldus Stein. Amsterdam is volgens haar de plek bij uitstek voor een herdenking: “In heel Nederland zijn er meer dan twee miljoen mensen met Indische roots, veel van hen wonen in Amsterdam.”

Onder de aanwezigen is ook filmproducent San Fu Maltha (64). Hij is aanwezig om zijn familie te eren die de verschrikkingen heeft meegemaakt, maar hij is er ook voor zijn kinderen. “Het verhaal van Nederlands-Indië moet worden blijven verteld, vooral aan jonge generaties.”

Hoewel er weinig jongeren bij zijn, is het belang van hun aanwezigheid een terugkerend onderwerp in de speeches. Dat vindt ook Frans Leidelmeijer (80): “Jonge generaties voelen de directe pijn minder. Dat geeft ze de mogelijkheid de verhalen en herinneringen te verbinden.” Iets wat volgens hem tegenwoordig volop gebeurt. Leidelmeijer ziet een nieuwe generatie die op zoek gaat naar het verleden en daar betekenis aan geeft. Eén ding wil hij de toekomstige generatie(s) wel meegeven: “Om alle wonden te helen, moeten alle verhalen worden verteld. Dat betekent dat alle kanten van deze geschiedenis moeten worden meegenomen.”

Aandacht en erkenning

Het is in lijn met de woorden van locoburgemeester Van Buren. “Wij allen hebben de verantwoordelijkheid om de slachtoffers te herdenken, stil te staan bij ons gemeenschappelijke verleden en te zorgen dat de herinneringen, ook de pijnlijke, niet worden uitgewist.”

Hoewel Maltha blij is met de aandacht die er nu voor de geschiedenis van Nederlands-Indië is, mist hij nog vaak erkenning. “De meeste mensen hier hebben Indische roots en zijn bekend met hun verleden. Ik vind het belangrijk dat ook de rest van Nederland aandacht krijgt voor dit stukje van de geschiedenis.”