PlusReportage

In kamer 205 stelt iedereen de vraag: ‘Word ik nog wakker na de ic?’

In het Amsterdam UMC is kamer 205 een van de meest beladen plekken. Hier worden mensen in slaap gebracht voor behandeling op de ic. ‘De meesten stellen toch die ene vraag: word ik nog wakker?’

Kamer 205 van het Amsterdam UMC, waar patiënten in slaap worden gebracht. Beeld Nosh Neneh
Kamer 205 van het Amsterdam UMC, waar patiënten in slaap worden gebracht.Beeld Nosh Neneh

Een schoonmaakrooster, een klok, een leeg prikbord met punaises, marmoleum op de vloer en systeemplaten tegen het plafond. En grote ramen met vol zicht op gevelbekleding van beton. Dit is kamer 205 op de afdeling interne geneeskunde van Amsterdam UMC, locatie AMC. Tot corona was dit een gewone patiëntenkamer voor bijvoorbeeld mensen met kanker of een infectieziekte, maar ergens in maart vorig jaar, toen het virus het land binnen denderde en de ziekenhuizen speciale covidverpleegafdelingen moesten inrichten, is deze ruimte gebombardeerd tot intubatiekamer. Hier worden mensen in slaap gebracht en aan de beademing gelegd. Kortom: wie intensievere zorg nodig heeft dan ze op de covidverpleegafdeling kunnen geven, gaat via 205 naar de ic.

“Voor de mensen die op de ic overlijden, is dit dus het laatste wat ze zien,” zegt verpleegkundige Simone de Ruig (25). Ze kijkt rond in de kamer met vaalgele verf tegen de muren. “Die jarentachtiggordijntjes, dit uitzicht – een bizarre gedachte dat deze ruimte voor zo veel mensen de laatste stop is geweest. Dan hoop ik maar dat wat ze ervan hebben meegekregen mijn geruststellende woorden zijn geweest. En dat ze door de anesthesie rustig, terugtellend, van 10 naar 0, in slaap zijn gebracht.”

De Ruig gaat altijd mee met haar patiënten om in dat medische geweld nog iets menselijks mee te geven. Muziek bijvoorbeeld. “Laatst had ik een patiënt die graag wilde dat er Arabische muziek op zijn telefoon werd afgespeeld. Maar het geluid werd meteen overstemd door alle piepjes van de apparaten en het overleg van het anesthesieteam. Ik ben naast hem gaan zitten en heb de telefoon bij zijn oor gehouden.”

Altijd te weinig tijd

Hand vasthouden, geruststellende woorden, er is gevoelsmatig altijd te weinig tijd voor dit soort gebaren. “Je wilt als verpleegkundige tot het bittere eind bij je patiënt blijven, maar het snelle medische handelen heeft de prioriteit. Begrijpelijk, maar ook wrang. Zeker omdat je niet weet of iemand het gaat overleven.”

Bij deze patiënt bijvoorbeeld was er te weinig tijd om zijn echtgenote te bellen om haar over de ic-opname van haar man te informeren. “Twintig minuten na de intubatie belde ze en vroeg: ‘Hé, ik kan mijn man niet bereiken. Hoe gaat het met hem?’ Ik heb toen de hoorn in de hand van een arts gegeven en gezegd: vertel het maar.”

Diepe impact

Urgentie-anesthesioloog Fabian Kooij (42) herkent het gevoel van tekortschieten in de aandacht voor de patiënt. “Ik kon er niet of nauwelijks als mens zijn voor de mensen die ik op het slechtste en misschien wel laatste moment van hun leven tegenkwam.” Dat maakte diepe impact. Kooij, die ook bijspringt op de spoedeisende hulp en op de traumahelikopter vliegt, is veel gewend. Maar in de eerste golf, met zijn lange dagen en de stroom aan zieke patiënten, had hij er meer last van dan normaal.

Fabian Kooij. Beeld Roger Jansen.
Fabian Kooij.Beeld Roger Jansen.

Wat meespeelt is hoe helder deze doodzieke covidpatiënten zijn als hij ze in slaap moet brengen. “Mensen met bijvoorbeeld een bacteriële bloedvergiftiging of hersenletsel zijn vaak half buiten bewustzijn.” Covidpatiënten niet. Die zijn wakker, en daarbij vaak heel angstig en paniekerig. “Sommigen willen toch echt nog even met familie bellen om vaarwel te zeggen. Sommigen zeggen: ‘Het maakt me niet uit. Ik wil rust. Toe maar. Go.’”

Maar de meesten stellen toch nog die ene vraag: ‘Word ik nog wakker?’ En wat zeg je dan? Ongeveer dertig procent overlijdt op de ic. “Vlak voor een operatie zeg ik vaak: ‘Ik breng u in slaap, maar ik maak u weer wakker aan het eind van de rit. Tot straks.’ Maar die belofte kan ik bij covidpatiënten niet maken. Of althans, dat kan ik wel zeggen, maar dat is niet eerlijk, want een deel van de mensen overlijdt. En je weet van tevoren nooit wie.” De boodschap is dus: “We beloven dat we er alles aan gaan doen om u erdoorheen te trekken.”

Stofzuiger op steroïden

Kamer 205 ligt op de covidafdeling, die is afgezet met rood-witte linten. De stroom met patiënten neemt weer toe en de zorgmedewerkers moeten hier nog stevig aanpoten. De afdeling ligt vol, maar toch is het tempo waarmee de patiënten de intubatiekamer op worden gereden – in de eerste piek wel met drie à vier patiënten per dag – teruggelopen naar ongeveer één per maand. Er wordt minder geïntubeerd en de verrichting kan dankzij twee technische snufjes ook op andere plekken worden gedaan. Zo is er een nieuwe uitvinding: een ‘stofzuiger op stero­iden’ die 600 kuub per uur opzuigt, door een filter haalt en de lucht ‘schoon’ uitspuugt. Kooij: “Er zit een soort afzuigkap aan die tijdens het intuberen boven de borstkas van de patiënt hangt en die slobbert elke vorm van aerosolen weg.”

Bij het intuberen wordt de tong van de patiënt met een soort schoenlepel aan de kant geschoven, waardoor de beademingsbuis in de luchtweg kan worden gebracht. De patiënt is onder narcose en krijgt spierverslappers, zodat hij niet kan bewegen of hoesten. Ademen lukt ook niet meer, dus haast is geboden. “Als je net te ongeduldig bent, de spierverslappers nog niet zijn ingewerkt en het intuberen niet volgens plan gaat, kunnen er lekkages van aerosolen zijn.”

Hoeveel druppeltjes er bij intubatie vrijkomen en in hoeverre die ziekmakend zijn, daar is de wetenschap nog niet uit, maar het anesthesieteam in Amsterdam UMC wil geen risico nemen en gebruikt nu bij intubaties de superstofzuiger. “Dat betekent dat we nu ook op een andere eenpersoonskamer kunnen intuberen.”

De intubatiekamer blijft in gebruik, maar het is nu veel minder vaak nodig, ook dankzij het tweede snufje: de zuurstoftherapie Optiflow. Hiermee kan een patiënt tot maximaal 60 liter per minuut krijgen, zonder dat de patiënt in slaap wordt gebracht of geïntubeerd hoeft te worden. Ter vergelijking: een zuurstofmasker geeft vijf tot vijftien liter per minuut. De meeste patiënten die Optiflow nodig hebben gaan ook naar de ic, maar niet via de intubatiekamer.

Een batterij aan infusen

Henk Meerman (62, voormalig mede-eigenaar van een uitzendbureau en astmapatiënt), die op 23 maart 2020 de afdeling werd opgereden, ziet zich nog zo liggen. “Het was helemaal in het begin van de coronacrisis. Ik werd in eerste instantie bij de huisarts weggestuurd. Niemand herkende corona nog. Ze dachten dat het een ander virus op de longen was.”

Henk Meerman. Beeld Prive archief
Henk Meerman.Beeld Prive archief

Hij weet nog dat hij zieker en zieker werd, tot het moment dat hij er ‘geestelijk en lichamelijk helemaal doorheen zat’. Dusdanig dat het niet meer hoefde van hem. “Er kwam een lieve arts aan mijn bed zitten. Ik zei: ‘Zeg maar tegen mijn vrouw en kinderen dat ze er een mooi leven van maken. Ik wil niet meer.’ Het is zo’n vréselijk virus. Het maakt je helemaal kapot. De arts zei: ‘Je moet doorzetten. We trekken je hier doorheen.’ Ze heeft daar een hele tijd met mij gezeten, met mijn hand vast, zo vol liefde en respect.”

Vervolgens ging het snel. Meerman werd met bed en al naar de intubatiekamer gebracht – al kan hij zich van de kamer, de gele gordijnen of het prikbord niets herinneren. “Er stonden drie mensen in operatiepakken en maskers. Naast mij stond een batterij aan infusen en apparaten. Dan schiet door je hoofd: nu gaat er echt iets gebeuren. Ik werd rechtop gezet, maar ik kon amper ademen. Ik voelde me zó slecht. Een lieve dame ging achter me zitten en zei: ‘Rustig ademen, rustig ademen, rustig ademen, meneer Meerman,’ terwijl ik vreselijk in paniek was. Dan houden ze een kapje voor je mond en na twee tellen word je 24 dagen later wakker, kun je niks meer en moet je op een alfabetbord aangeven dat je dorst hebt.”

null Beeld Nosh Neneh
Beeld Nosh Neneh

Dat moment van intubatie heeft zich diep en hardnekkig in het systeem van Meerman genesteld, zegt hij. Hij heeft er echt last van gehad – angst vooral. “Dat merkte ik bijvoorbeeld als mijn beademingsapparaat, dat via een sneetje in mijn hals naar mijn luchtpijp liep, moest worden aangekoppeld. Dan raakte ik dusdanig in paniek, dat ze me een morfinestoot moesten geven om het voor elkaar te krijgen. Kan je nagaan wat een trauma die kap heeft gegeven.”

Nu, ruim een jaar later, kampt hij nog steeds met de gevolgen van Covid-19. Na een bezoek aan de golfbaan ligt hij de dag erna in de vernieling. “Ik word nooit meer de oude.” Met EMDR-therapie is hij verlost van de scherpe randen aan bepaalde herinneringen in het ziekenhuis. “Het teruggaan in gedachten naar die kamer zorgde voor zweet op mijn rug, hoofdpijn en diarree.”

Toch zou hij niet kunnen zeggen wat er beter of anders moest. “Ik was te ziek om überhaupt maar iets te vinden. Ik was zo ongelooflijk kwetsbaar op dat moment. Maar ze behandelden me met waardigheid en fatsoen.”

Mooie momenten

Arts-assistent Annika Goorsenberg is zo’n dokter die patiënten die op het randje van ic balanceren, probeert voor te bereiden op de intubatie. Net als haar collega’s kon ze versteld staan van het tempo waarin een patiënt achteruit kan gaan. “Zeker in het begin was niemand erop voorbereid dat het zo snel kon gaan. Dan had ik ’s ochtends een leuk gesprek over een boek dat een patiënt lag te lezen, en dan hoorde ik ’s middags dat zij plotsklaps was geïntubeerd.”

Annika Goorsenberg. Beeld Nosh Neneh
Annika Goorsenberg.Beeld Nosh Neneh

Het speciale intubatieteam dat invloog op de covidafdeling is opgeheven. Het protocol staat, inmiddels weten alle collega’s van Kooij wat ze moeten doen, dus een gespecialiseerd team is niet meer nodig. Toch kan Kooij zich nog geen voorstelling maken van een covidarm ziekenhuis, met misschien nog ergens een kleine afdeling. “Daar hopen we al sinds maart vorig jaar op en het loopt ons nog steeds over de schoenen. Veel gewone zorg gaat nog steeds niet door en uitgestelde zorg wordt acute zorg.”

De Ruig kan zich er al wel, voorzichtig dan, een beeld bij maken. Ze denkt zelfs dat kamer 205 ooit haar zware lading kwijtraakt. “De dagen zijn zo afwisselend, en ook vol mooie momenten. Kijk, ik zal niet vergeten wat ik hier heb meegemaakt. Maar als ik hier een paar keer weer met een gezellige patiënt heb gelachen, dan is het voor mij weer een gewone patiëntenkamer. Eentje zonder rood-witte linten ervoor.”

Ziekenhuizen overvol

De ziekenhuizen liggen overvol met covidpatiënten en de piek van de derde golf lijkt nog niet bereikt. “Het tandvlees waar we op liepen, bloedt nu ook nog,” zegt Frank Bloemers van het Roaz in Noord-Holland en Flevoland. Er is veel oververmoeidheid en uitval en de ziekenhuizen hebben noodgedwongen hun planbare zorg fors afgeschaald.

In het OLVG liggen de drie covid-ic’s en de verpleegafdelingen vol, laat een woordvoerder weten. “Het is hartstikke druk.” In Amsterdam UMC lagen gisteren 91 covidpatiënten, van wie 38 op de ic. Intensivist Diederik Gommers vreest dat als de opnamecijfers verder oplopen volgende week code zwart dreigt, een situatie waarbij ziekenhuizen spoedeisende patiënten moeten weigeren.

Meer over