Ruben Koops. Beeld Artur Krynicki
Ruben Koops.Beeld Artur Krynicki

In de zaak-Booij ging er van alles mis maar zelfreflectie ontbreekt bij Halsema

PlusRepubliek Amsterdam

Ruben Koops

De stem van PvdA-raadslid Dennis Boutkan brak donderdagavond bijna tijdens zijn bijdrage aan een spoeddebat met burgemeester Femke Halsema over de affaire Booij. “Ik zít er mee in mijn maag, het raakt me!” zei hij.

In het debat stond de vraag centraal of de gemeente, onder verantwoordelijkheid van Halsema, aanbestedingsregels had overtreden. Booij was bijna twee jaar lang als zzp’er ingehuurd voor de organisatie van het 750-jarig stadsjubileum á 10.000 euro per maand.

De gemaakte fouten bij de verlenging van de inhuur, de hoogte van de bezoldiging, de keuze voor Booij, Boutkan kon nog begrijpen dat er geen kwaadaardige opzet in het spel was. Toch was de opeenstapeling van fouten die bij het inhuren van Booij zijn gemaakt, zo’n enorme dreun dat het hem even te veel leek te worden.

Waarom? Acht jaar lang was Boutkan een productief raadslid. Hij zat in de commissie voor de raadsenquête financiële functie, die een beroemd rapport opleverde met de waarschuwing dat de ambtelijke vrijblijvendheid op het stadhuis een financiële en juridische wanorde veroorzaakte. Later hield hij zich ook veel bezig met externe inhuur en het automatisme waarmee voor veel klussen, vooral in de hogere salarisschalen, een zzp’er wordt ingehuurd. Verder sprak hij zich jarenlang uit tegen topsalarissen bij dochterbedrijven waar de gemeente Amsterdam een aandeel in heeft.

Maar precies op al deze onderwerpen ging het mis bij de aanstelling van Booij. Slordigheden in de organisatie waardoor Booijs contract te lang door liep. Een rol die niet met een dienstverband maar met een zzp’er werd opgelost. En een veel te hoog maandbedrag voor een parttime functie.

Burgemeester Halsema verdedigde zich door te erkennen dat er fouten waren gemaakt, door te beloven dat er in het vervolg een openbare vacature komt en dat ze achteraf gezien beter had moeten opletten bij de overeenkomst die met Booij werd gesloten.

Maar Boutkan en ook SP-raadslid Erik Flentge namen daar geen genoegen mee. Zij wezen de burgemeester er indringend op dat het haar eigen beslissing was om Booij naar voren te schuiven. Waarom waarschuwde Halsema haar staf toen niet, vroeg Flentge, om volledig transparant en helemaal volgens het boekje te werken, om te voorkomen dat Booij de schijn tegen kreeg? Beseft de burgemeester wel, vroeg Boutkan, dat de beste kandidaat niet altijd de meest gewenste is als de opdracht onderhands gegund wordt?

Maar op dit punt beweegt de burgemeester niet mee. “Uiteindelijk komt het aan op de vraag of u mij gelooft of niet,” zei ze donderdag. Halsema sprak het machtswoord.

Binnen de coalitiepartijen gaat al langer een gezegde rond. “She asks a lot, and she doesn’t ask nicely.” Het slaat op de vele keren dat Halsema sinds haar aantreden in het oog van een orkaan heeft gestaan. Soms buiten haar schuld om, soms omdat ze nu eenmaal verantwoordelijk is, soms omdat ze een fout heeft gemaakt. GroenLinks, D66, SP en PvdA hebben haar door dik en dun gesteund, maar als je goed naar Flentge en Boutkan hebt geluisterd proef je inzake Booij iets anders. De raad is nog steeds teleurgesteld en boos. Vanwege deze hele lelijke situatie, maar ook om het gebrek aan zelfreflectie bij de burgemeester.

Politiek verslaggever Ruben Koops belicht in ‘Republiek Amsterdam’ een politiek onderwerp uit de stad.

Reageren? r.koops@parool.nl.

Meer over