PlusReportage

Horeca zoekt na lockdown naar evenwicht: ‘Je wil hutjemutje staan’

Het is druk in de stad, het eerste weekend met de horeca weer open, maar een woest feest is het ook niet geworden. De regels omtrent corona worden niet overal even strikt gevolgd, toch waren er geen grote overtredingen. ‘Staan mag nog niet zeker, hè?’

Paul Vugts en Anna Herter
Uitgaan tijdens de eerste zaterdagnacht na het beëindigen van de lockdown. Beeld Joris van Gennip
Uitgaan tijdens de eerste zaterdagnacht na het beëindigen van de lockdown.Beeld Joris van Gennip

De restaurants en kroegen waren eindelijk weer open en in de stad hing zaterdagavond de opluchting. Toch, buitenissigheden bleven uit. Het was op de meeste plekken vooral gemoedelijk en de coronaregels werden niet al te buitensporig gebroken, bevestigt ook de politie.

Juist terwijl ze op de Oudezijds Achterburgwal een kroeg passeren waar de klanten wat erg dicht op elkaar staan, en niet rond een tafel zoals de bedoeling, bespreekt een groepje toeristen dat Nederland zich ‘best wel strikt’ aan de regels houdt. Dat hebben ze net ook zo ervaren in café The Old Sailor – thermometer van de rosse buurt.

Eigenlijk is het ook wel zo, voor wie wil kijken als rekkelijke en niet als een heel precieze.

Volgen van regels

Ja, tijdens een uitgebreide rondgang door Amsterdam op zaterdagavond treffen we volop restaurants en, vooral, cafés waar het strik genomen wat te vol is, en waar de gasten zij aan zij en soms bijna rug tegen rug zitten – of staan. Dat is niet helemaal zoals het landsbestuur het tijdens de laatste coronapersconferentie had gevraagd. Het dringende verzoek was ons allemaal strikt aan de regels te houden, met nog steeds die anderhalve meter als norm.

Premier Mark Rutte benadrukte daarbij dat de politie, boa’s en handhavers ‘het sluitstuk’ zijn. Hij deed een beroep op ‘de 17 miljoen Nederlanders’ en of die door het volgen van de regels ervoor willen zorgen dat het land ‘opengaat’ en open kan blijven.

Dat heel precies volgen van alle regels gaat niet in alle horeca goed, zien we.

Maar.

We zien toch ook vooral personeel dat zich met mondkapjes door de zaak beweegt, portiers of gastheren of -vrouwen – of een dragqueen in de Reguliersdwarsstraat – die coronacheckapps controleren en horecalieden die het wankele evenwicht zoeken tussen streng en gastvrij.

Anderhalve meter

Op de Nieuwmarkt zit een groep uit Brabant halverwege de avond heel tevreden op het terras, maar als de barvrouw komt melden dat binnen ook plek is vrijgekomen voor het best ruime gezelschap, rijst meteen die vraag. “Staan mag nog niet zeker, hè?”

Staan. Het woord krijgt meer glans dan het ooit heeft gehad. De vraag is vooral retorisch van aard. Het mag snel vast weer, staan, maar inderdaad nu nog niet, heeft de regering gezegd.

Die regel wordt als gezegd niet overal even strikt gehanteerd. Ook zittend lijkt de anderhalve meter niet vanzelfsprekend; zelden staan verschillende tafels ver genoeg van elkaar af. Soms zijn op terrassen spatschermen aangebracht, vaker is die moeite niet gedaan.

Aan de andere kant: wie na zes weken van wéér een lockdown een euforisch soort van bevrijdingsfeest had verwacht, had het mis. De uitgaanspleinen in het centrum, de Warmoesstraat, Zeedijk, Reguliersdwarsstraat, Nieuwmarkt, maar ook de hotspots in De Pijp, dieper in Zuid of in Oost en West: overal is het gezellig, maar kalm. We gaan weer, maar de handrem zit er toch nog een beetje op.

Dat komt mede doordat het toch niet is zoals je het eigenlijk zou willen, aldus twee vrienden op een terras in Oud-West. “Het is een miljoen keer beter dan toen het dicht was, maar met die regels, rijen en reserveringen is ’t het toch niet helemaal. Eigenlijk wil je gewoon hutjemutje in de kroeg staan.”

Stampvolle kroegen

Onder meer in De Pijp had hun wens kunnen uitkomen: daar is menig kroeg stampvol. Zowel op de terrassen als binnen lijken jongeren zich in deze buurt toch als vanouds uit te leven.

Op het Spui drommen de bierdrinkers vooral voor de sta-Hoppe, verder zit iedereen keurig ook op zijn of haar stoel in alle horeca.

In het absolute stadshart is het beeld nog gespleten. In de Warmoesstraat, op de Zeedijk en rond de Nieuwmarkt draaien de zaken die zich op toeristen richten nog amper op halve kracht, maar in de Amsterdamse neringen is het wat je noemt ‘ouderwets gezellig’. De groepen toeristen die op de Wallen langs de ramen struinen zijn terug, maar drommen vormen ze nog niet.

Op en rond het Leidseplein, Rembrandtplein en Thorbeckeplein valt ook de afwezigheid van de horden toeristen nog altijd op. Cafés en coffeeshops zijn vol, maar niet bomvol, en de overgebleven coronaregels zijn zonder al te veel moeite na te komen. Inclusief het gebod om tien uur te sluiten.

Gemoedelijke opening

Die eis om tien uur echt alles dicht te gooien wordt, soms weer enigszins rekkelijk, nageleefd door verreweg de meeste horeca. Of het de uitgaanspleinen zijn, de horecastraten in de binnenstad of in de ring daar omheen: het overgrote merendeel houdt zich bloedserieus dan wel best serieus aan de opgelegde regels, in de hoop dat het op korte termijn allemaal wat soepeler kan en óók de nachtclubs eindelijk weer open kunnen.

Het valt niet alleen ons op hoe gemoedelijk alles weer stap voor stap opent, wat de horeca betreft. De politie ziet het ook zo. De manschappen, niet talrijk opgeroepen, kunnen veelal in hun busjes blijven.

Een eervolle vermelding gaat naar club Duke of Tokyo in de Reguliersdwarsstraat, waar het terras gezellig vol is, maar binnen een zee van ruimte lijkt te lonken voor de Parooldelegatie die door de stad gaat. De portier is even vriendelijk als stellig: “Nee, het is vol. Conform de coronaregels. Sorry.”