null

PlusExclusief

Honderd keer met lood in de schoenen naar het mortuarium: zo werd deze ‘gewone’ verpleegafdeling een covidafdeling

Beeld Nina Schollaardt

Elk stadium van de coronacrisis, vanaf de eerste opnames tot omikron nu, heeft afdeling F6Noord van Amsterdam UMC doorleefd. Het verdriet, de groeipijn en de triomfen van een ooit ‘gewone’ verpleegafdeling. ‘Als er iemand met veel ervaring vertrekt, dan denk ik: nee, niet weggaan, je bent mijn anker.’

Malika Sevil

De verpleegkundigen van de avondploeg wilden het jaar 2021 toch een beetje feestelijk inluiden. En dus spraken ze af om zelf hapjes mee te nemen. Verpleegkundige Anna Verheul (24) ziet de snacks nog op tafel in de koffiekamer staan, nu op de kop af één jaar geleden. “Quiches, een salade met mozzarella en tomaat, hammetjes en lekker stokbrood met dips.”

Het team had taaie maanden achter de rug. Ze zaten op de piek van de tweede golf. Amsterdam was de brandhaard, en de ziekenhuizen liepen over. Maar het was ook oudjaar, tijd voor een feestje. Op de afdeling werd een poging gedaan om, net als in de rest van het land, iets te vieren, maar door de grauwsluier van het virus kwamen ze daar niet eens bij in de buurt. “Die avond zijn twee patiënten overleden en moest er één naar de ic worden overgebracht,” zegt Verheul.

“Toen we na die zware dienst wel aan tafel konden, zaten er een paar collega’s te huilen. Iedereen wist dat de pandemie 1 januari niet over zou zijn. Maar het lastige aan die avond was dat je op het ene moment vrolijk probeerde te doen in de koffiekamer, en dat je het andere moment een overleden patiënt naar het mortuarium moest brengen. Dat was verwarrend en zwaar.”

Achter rood-witte linten

Dit is de afdeling inwendige geneeskunde F6Noord in Amsterdam UMC, locatie AMC. Vóór corona was het een ‘gewone’ afdeling voor patiënten met bijvoorbeeld een urineweginfectie, kanker, tuberculose of griep. Tot 13 maart 2020. Op die dag werden alle patiënten overgeplaatst en werd de afdeling gebombardeerd tot covidcohort. Twee weken later lag het met 28 patiënten vol – de eerste piek.

“Sindsdien zijn we nooit meer helemaal covidvrij geweest,” zegt hoofdverpleegkundige Priscilla de Kruijs (40).

Overleg op de afdeling. Sinds 13 maart 2020 is F6Noord nooit meer helemaal covidvrij geweest. Beeld Nina Schollaardt
Overleg op de afdeling. Sinds 13 maart 2020 is F6Noord nooit meer helemaal covidvrij geweest.Beeld Nina Schollaardt

F6Noord heeft veel ervaring met infectieziekten en het is dus geen toeval dat uitgerekend deze afdeling tot covidunit werd omgedoopt. Ze transformeerde in een mum van tijd tot crisisgebied afgezet met rood-witte linten. Iedereen die de afdeling opstapte, deed dat compleet ingepakt, met masker, isolatiejas, handschoenen en spatbril. In alle golven schaalde F6Noord als eerste op, en als laatste af. Zelfs in de zomer, toen covid vergeten leek, lagen er nog een paar patiënten op de afdeling.

De helft van het team nieuw

Bijna twee jaar in de crisisstand. En nu? Wat is er over van de oude F6Noord? De Kruijs, die aan een kopje automatenthee zit in de overdrachtsruimte, laat deze vraag even bezinken. Er is namelijk zó veel veranderd. Waar te beginnen?

Nou eerst maar even bij de samenstelling van het team. Op de afdeling werken 35 verpleegkundigen. Dat was zo, en dat is zo. “Maar in de loop van de crisis zijn er veel mensen weggegaan. Vooral veel ervaren krachten. De afdeling inwendige geneeskunde is van origine een beginplek, dus we zijn gewend aan verloop. Dat er vier verpleegkundigen per jaar weggaan is normaal. Maar alleen al in 2021 zijn er twaalf vertrokken. In het jaar daarvoor gingen er ook vijf weg.”

De helft van het team is dus ververst, vaak met heel jonge verpleegkundigen, zoals Verheul (24) – die uit de schoolbanken de crisis in rolde – en Denise van de Kamer (23) – die ook piepjong aan de frontlinie ging staan.

“Soms, als er iemand met veel ervaring vertrekt, dan denk ik: nee, niet weggaan, je bent mijn anker,” zegt Van de Kamer.

Ze heeft in bijna twee jaar covidcrisis ontzettend veel geleerd, ongetwijfeld veel meer dan ze ooit in een ‘normale’ tijd had kunnen opsteken, maar feit blijft: ze is pas twee jaar verpleegkundige. “Ik heb ervaring, maar ik ben nog niet ervaren. Toch bouwen er nu al verpleegkundigen op mij die nog later zijn begonnen.”

Verpleegkundige Denise van de Kamer: 'Er bouwen nu al verpleegkundigen op mij die nog later zijn begonnen.' Beeld Nina Schollaardt
Verpleegkundige Denise van de Kamer: 'Er bouwen nu al verpleegkundigen op mij die nog later zijn begonnen.'Beeld Nina Schollaardt

Precies dát is waar De Kruijs weleens van wakker ligt. “Terwijl ze net een beetje zijn geland, zijn ze zelf alweer verantwoordelijk voor een nieuwe club. Dat is eigenlijk een te grote last om te dragen.” Ze hebben de kennis en de kwaliteiten, alleen weten ze het vaak zelf nog niet, zegt zij. “En dan is het fijn als je bij een vijftigjarige collega, een soort moeder, de bevestiging kan krijgen dat je het goed doet. Dat kan nu nauwelijks.”

De meeste verpleegkundigen die weggingen, stroomden door in de zorg, naar een ic, de kinderafdeling of de spoedeisende hulp. Niemand zei dat het vertrek door een overdosis aan covidzorg was ingegeven, maar helemaal uitvlakken kan De Kruijs de impact daarvan ook niet.

Fysiek zwaar

Het is namelijk geen geheim dat de meeste verpleegkundigen liever niet op een covidafdeling werken: het is vanwege de beschermende kleding fysiek zwaar, het is inhoudelijk niet heel uitdagend omdat de patiënten allemaal ongeveer dezelfde behandeling krijgen en het is emotioneel belastend.

Ter illustratie: in een jaar tijd stierven er circa 100 covidpatiënten op deze ene afdeling. Dat is honderd keer met lood in je schoenen en met een zwaar gemoed een overledene op een brancard naar het mortuarium in de kelder rollen.

Voor covid stierven er ook mensen op de afdeling, zo’n drie per maand. Dat werden er in de pieken ongeveer drie per week en in sommige gevallen zelfs drie per dag. Bij dit virus hangen het afscheid en de dood voortdurend als een zware deken over de gangen van F6Noord. “Voor de medewerkers is het een bijna dagelijkse blootstelling aan het verdriet van mensen om naasten te verliezen,” zegt De Kruijs.

Toen ze in de zomer speechte tijdens de uitgestelde nieuwjaarsborrel memoreerde De Kruijs aan de tijd dat ze nog niets wisten van corona. Dat het nog een vaag virus was uit Wuhan, dat destijds op de afdeling vooral veel nieuwsgierigheid wekte. De grondhouding was: kom maar op, we zijn er klaar voor.

Ieder zijn eigen patiënt

De Kruijs: “We hadden geen idee wat het betekende. Inmiddels, bijna twee jaar verder, zijn er verschillende jonge collega’s in het begin van hun carrière al zo geknakt door alles wat ze hebben meegemaakt dat ze echt serieuze mentale klachten hebben, of nachtmerries en slaapproblemen.”

Iedereen op de afdeling draagt zijn eigen patiënten in herinnering met zich mee. Bij Verheul is dat een stel – twee covidpatiënten – die, met de bedden tegen elkaar geschoven, hand in hand lagen. Toen de man overleed, kon zijn vrouw geen afscheid nemen. “Ze bleef maar over zijn haar aaien. Ze wilde niet dat hij werd meegenomen. Hartverscheurend.”

De Kruijs memoreert nog vaak een vijftiger met jonge kinderen die maximaal aan de zuurstof zat, voor wie iedereen zijn hart vasthield en die het toch heeft gered.

Verpleegkundige Anna Verheul: ‘Op oudejaarsavond zijn vorig jaar twee patiënten overleden en moest er één naar de ic worden overgebracht.' Beeld Nina Schollaardt
Verpleegkundige Anna Verheul: ‘Op oudejaarsavond zijn vorig jaar twee patiënten overleden en moest er één naar de ic worden overgebracht.'Beeld Nina Schollaardt

Een bijzonder en emotioneel moment, zegt De Kruijs, was in maart van dit jaar, toen de aparte covidafdeling werd opgeheven. Er lagen nog wel coronapatiënten, maar die konden gewoon in de isolatiekamers worden verpleegd. “De rood-witte linten hebben we ceremonieel doorgeknipt. Dit was het. Dit is klaar. Ik heb wel een traan gelaten, omdat ik me toen ook realiseerde hoeveel we hebben meegemaakt.”

Beschermen tegen overbelasting

Het idee dat het exit covid was, bleek al een paar maanden later ijdele hoop. Of zoals internist-infectioloog Bram Goorhuis (47) zegt: “The story of covid is dat je keer op keer achteraf moet vaststellen dat het slechter is dan je had gehoopt.”

Covid blijft. Hoe en in welke mate weet niemand. Maar feit is wel dat De Kruijs sterk het gevoel heeft dat ze haar team moet beschermen tegen nog meer overbelasting. Toen er in het najaar weer steeds meer besmettingen waren en er opnieuw naar F6Noord werd gekeken om op te schalen, zei De Kruijs: covid, prima, maar er komt geen aparte afdeling meer achter rood-witte linten. “Dit keer blijft het team bij elkaar.”

Zo geschiedde. F6Noord heeft nu acht covidpatiënten in de isolatiekamers. De andere patiënten liggen verspreid in het ziekenhuis op diverse verpleegafdelingen. Dat helpt enorm, zegt De Kruijs.

null Beeld Nina Schollaardt
Beeld Nina Schollaardt

Wat ook scheelt in de werkdruk is dat de behandeling van de patiënten voor alle professionals duidelijk is, zegt Goorhuis. Het ziekenhuis zit inmiddels aan zijn 39ste covid-behandelprotocol. Patiënten krijgen antistoffen, ontstekingsremmers en antistollingsmiddelen tegen embolieën.

“Als het nu misgaat, dan is dat natuurlijk ook verdrietig, maar dan kunnen we wel denken: we hebben naar de stand van ons kunnen gehandeld. Dat gevoel hadden we in het begin niet, want het was een totaal nieuw ziektebeeld. Toen gingen mensen onder je handen dood en dan dacht je: hadden we niet dit of dat moeten doen?”

Geruststellen

Dát gevoel is slopend en moet koste wat kost worden voorkomen. Zo gaat De Kruijs pal voor haar team staan, bijvoorbeeld als ze zegt dat ze geen zwangere covidpatiënten op de afdeling wil.

Tijdens het interview wordt ze gebeld over dit verzoek. Ze kijkt op het schermpje van haar telefoon. “Deze moet ik even opnemen.” Ze knikt, luistert en beantwoordt resoluut de andere kant van de lijn. “Ik zit hier met een groep verpleegkundigen die zich hier absoluut niet comfortabel bij voelt.”

Als ze heeft opgehangen, vertelt De Kruijs dat ze onlangs al een 34 weken zwangere vrouw heeft geweigerd over te nemen van een ander ziekenhuis. Het is simpelweg niet hun specialisme. Covid inmiddels wel, maar geboortezorg niet.

“Dat is hele specifieke zorg. Dan kunnen ze in het ziekenhuis wel zeggen: deze patiënt ligt er vanwege covid en met de zwangerschap hoef je niks te doen, maar zo voelt dat voor verpleegkundigen niet. Die zien een patiënt als een geheel en die willen zo’n vrouw gerustgesteld door een zwangerschap heen helpen.”

Wat als zo’n vrouw een baby dan minder voelt schoppen? Of erger? “Wat als het misgaat met een zwangerschap? Dat kan altijd gebeuren. Dan kan iedereen zeggen: daar kun jij niks aan doen. Maar zo voelt het voor de verpleegkundige niet.”

Minibeademing

Nog een voorbeeld. Dat gevoel van controle en overzicht was ook precies wat er ontbrak bij de Optiflow, een ‘minibeademing’ die tijdelijk op de afdeling werd gebruikt. Het apparaat werd alleen ingezet bij patiënten die het met gewone ademondersteuning niet zouden redden en die vanwege hun conditie niet voor ic-opname in aanmerking kwamen, legt Goorhuis uit. “Het was dit of overlijden. Het was dus al een laatste redmiddel.”

Hoofdverpleegkundige Priscilla de Kruijs: 'Verschillende jonge collega’s zijn in het begin van hun carrière al zó geknakt.' Beeld Sophie Saddington
Hoofdverpleegkundige Priscilla de Kruijs: 'Verschillende jonge collega’s zijn in het begin van hun carrière al zó geknakt.'Beeld Sophie Saddington

Op de ic en de longafdeling, waar het apparaat al langer wordt ingezet, kunnen de verpleegkundigen en artsen de conditie van de patiënten op afstand op een monitor controleren. Deze afdeling heeft die mogelijkheid niet. Daar moet de verpleegkundige elk half uur de waardes op een scherm aan het bed aflezen. Bij een Optiflow is dat verre van ideaal, maar er werd ook gedacht: het is crisis, deze patiënt redt het anders sowieso niet.

Uiteindelijk stierven bijna alle patiënten alsnog aan de Optiflow. Die patiënten hadden het anders ook niet gered, weet Goorhuis. “Ook al konden de verpleegkundigen daar niks aan doen, ze bleven wel achter met het knagende gevoel: is hij nou overleden aan de ziekte of omdat ik de bewaking niet goed op orde had?”

De hele situatie zorgde voor stress en soms voor tranen bij de verpleegkundigen. Uiteindelijk moest de Optiflow het veld ruimen.

Het werk krijgt in alle golven weer net een ander zwaartepunt. Als je het de mensen op de afdeling nu vraagt, komen ze bijna allemaal met hetzelfde antwoord. Het zwaarst is de gestapelde vermoeidheid van bijna twee jaar doorbeuken en de onzekerheid over de vraag: hoe lang nog?

Internist-infectioloog Bram Goorhuis: 'Meer dan vier liter zuurstof, dat vonden we op deze afdeling voorheen heel wat. Nu vinden we vijftien liter veel.' Beeld Nina Schollaardt
Internist-infectioloog Bram Goorhuis: 'Meer dan vier liter zuurstof, dat vonden we op deze afdeling voorheen heel wat. Nu vinden we vijftien liter veel.'Beeld Nina Schollaardt

Wat ook echt anders is dan vorig jaar is dat er een vaccin is. Ook op F6Noord liggen voornamelijk ongevaccineerden, en dat maakt het gevoel dubbel, zegt De Kruijs.

“Persoonlijk ben ik blij dat mensen kunnen kiezen of ze zich willen laten vaccineren of niet, en we willen allemaal niet veroordelen en professioneel zijn, maar het is tegelijkertijd toch wel heel frustrerend dat er een vaccin is en we toch weer vol liggen.”

Sommige verpleegkundigen willen al niet eens meer weten of de patiënt gevaccineerd is of niet. “Wat doet het er voor de zorg die ik lever toe? zeggen ze dan.”

Het overgrote deel van de ongevaccineerden op de afdeling heeft spijt dat het geen vaccin heeft genomen, maar soms zijn er wel lastige discussies. Een enkeling zit met zuurstof op zijn neus te ontkennen dat covid bestaat en weer een ander vertrouwt de zorg niet en gaat tegen de adviezen in toch op eigen houtje douchen.

Ook positieve kanten

Elke fase en elke golf, kortom, heeft zijn eigen makken. F6Noord gaat nu weer een paar onzekere maanden in met de omikronvariant, die Verheul tegemoet treedt met een bewonderenswaardig optimisme. “Er zijn ook positieve kanten. Laten we die vooral blijven zien: we hebben naast covid ook weer patiënten met andere klachten, het is gezellig, er wordt gelachen en we kunnen veel leren.”

Terugkijkend ziet ook Goorhuis op F6Noord veel saamhorigheid, veel veerkracht én er is ontzettend veel kennis opgedaan. De afdeling ontpopte zich in de crisis tot een afdeling waar veel zwaardere zorg werd verleend. “Als een patiënt meer dan vier liter zuurstof kreeg, dan vonden we dat op deze afdeling voorheen heel wat. Nu vinden we vijftien liter veel.”

En dat op een gewone verpleegafdeling. “Een ic is helemaal op het verlenen van dat soort zorg ingericht. Daar staat goede apparatuur om de patiënten te bewaken en daar werkt gespecialiseerd personeel dat tot in de puntjes getraind is. Op de verpleegafdeling hebben we met die verzwaarde zorg ook mediumcaretoestanden gehad, met zorgverleners die daar helemaal niet zo specifiek op getraind zijn, maar die het wel hebben gedaan. En ze doen het nog steeds. Door ervaring is F6Noord heel wijs geworden.”

Meer over