PlusAchtergrond

Hoe te handelen bij een gijzeling? In de jaren zeventig worstelde men met het nieuwe fenomeen

Bij de recente gijzeling in de Apple Store zette de politie het Leidseplein snel en adequaat hermetisch af. De coördinatie tussen alle diensten verliep geordender dan bij de gijzelactie door gewapende Molukse jongeren in 1975 in het Indonesische consulaat in Amsterdam, die twee weken duurde.

Eric Slot
11 december 1975: in de Valeriusstraat in Amsterdam-Zuid staat een pantserwagen opgesteld in verband met de gijzeling in het Indonesische consulaat, om de hoek in de Brachthuijzerstraat.

 Beeld Rob C. Croes/Anefo
11 december 1975: in de Valeriusstraat in Amsterdam-Zuid staat een pantserwagen opgesteld in verband met de gijzeling in het Indonesische consulaat, om de hoek in de Brachthuijzerstraat.Beeld Rob C. Croes/Anefo

Begin november 1971 gijzelden gedetineerden in het Huis van Bewaring te Groningen enkele bewakers. Nog geen drie weken later gingen twee Rotterdamse criminelen na een mislukte inbraak er in een vluchtauto vandoor, gedwongen bestuurd door een gegijzelde politieagent. De vluchtauto werd door achtervolgende agenten beschoten, bij gebrek aan ervaring met gijzelingen.

Er werd een commissie ingesteld, die moest nadenken over de vraag wat te doen bij dit nieuwe fenomeen. Niets te vroeg. Begin jaren zeventig nam het aantal gewapende overvallen in Nederland sterk toe en daarmee de kans op gijzelingen. In de eerste vijf maanden van 1972 werden al 102 gewapende roofovervallen gepleegd, waaronder twintig bankovervallen. En zoals vaker liep Amsterdam ook daarin voorop, met 34 gewapende overvallen.

Minister van Justitie Dries van Agt publiceerde in 1972 enkele algemene aanbevelingen, die in werkgroepen werden uitgewerkt. In december 1974 was hun werk klaar. Althans in concept. Belangrijkste conclusie: in de meeste gevallen zul je ad hoc moeten handelen. Verder veel over onderlinge bevoegdheden en wie welke taak had, maar opvallend genoeg niets over de vraag wie moest onderhandelen en waarover. Laat staan iets over het inschakelen van psychologisch geschoolden als onderhandelaar. Van Agt bepaalde wel dat de politie niet zonder toestemming van de minister mocht ingaan op eisen van gijzelnemers.

Tropenmuseum

Dat ongeveer was de situatie toen in 1975 een trein bij Beilen en het Indonesische consulaat in Amsterdam werden bezet door gewapende Zuid-Molukse jongeren. De eerste melding van de bezetting van het consulaat in de Brachthuijzerstraat kwam op 4 december om 12.15 uur bij de politie binnen. Op het hoofdbureau werd een crisisteam ingericht van de politie. Op het stadhuis kwam ‘de driehoek’ bijeen: burgemeester, hoofdofficier van justitie en de hoofdcommissaris van politie.

Het consulaat was in 1968 al eens bezet geweest door vier of zes jongeren – de kranten verschilden van mening – uit protest tegen de doodvonnissen tegen drie Indonesische communistenleiders. De eerste vraag die moest worden beantwoord in december 1975 was dan ook: hoeveel bezetters zijn er? Ze wisten het niet. En de namen van de vier, zes of tien bezetters veranderden telkens. Het bleken er uiteindelijk zeven.

Het regende die dag bommeldingen bij ander Indonesische instellingen. Om 16.54 uur werd gemeld dat de Amerikaanse ambassade was bezet. Dat bleek weliswaar onjuist, maar niet reageren was geen optie. Meteen daarop meldde een rechercheur dat hij uit betrouwbare bron had vernomen dat Zuid-Molukkers het Tropenmuseum wilden overvallen. En het Scheepvaarthuis zou met molotovcocktails in brand worden gestoken, aldus een Zuid-Molukse vader.

Overal in Amsterdam werden Zuid-Molukkers gesignaleerd. Vanuit Den Haag zouden veertien auto’s onderweg zijn naar het verzamelpunt bij de RAI. Uit Utrecht zelfs een touringcar vol. Het bleken hippies. Een bewoner van de Dapperstraat meldde dat hij een illegale zender had beluisterd. Weliswaar had hij geen woord van het Maleis verstaan, maar hij meldde het toch maar. De PTT werd ingeschakeld, maar die kon de zender niet uitpeilen.

Sprong vanaf het balkon

Het idee voor de gijzeling was een paar dagen eerder bedacht door zes vrienden uit Bovensmilde, die steun wilden betuigen aan de bevriende treinkapers bij Wijster. De zevende gijzelnemer kwam uit Amsterdam, en had vooraf de boel verkend. Dat er behalve het consulaat en twee reisbureaus ook een schooltje voor Indonesische kinderen zat, daar kwamen ze pas bij het binnenstormen achter. En van de consul geen spoor, die bleek op de ambassade in Den Haag te vergaderen over de treinkaping. Een aantal medewerkers wist te ontsnappen, maar Indonesiër E. Abedy (52) overleefde zijn sprong vanaf het balkon niet.

Daar zaten ze dan, met 21 schoolkinderen en aanvankelijk 25 volwassenen (drie dagen later zou er nog een verstopte persoon opduiken). Vijf kinderen werden vrijgelaten in ruil voor een televisie en radio.

Kinderen worden vrijgelaten uit het Indonesische consulaat. Beeld Rob Bogaerts/Anefo
Kinderen worden vrijgelaten uit het Indonesische consulaat.Beeld Rob Bogaerts/Anefo

Ook op het stadhuis hadden ze problemen. Doordat de politie de plaats delict halfslachtig had afgezet, kon de NOS er een studio inrichten in een antiekwinkel en wisten persfotografen zich op daken te positioneren. De Amsterdamse jeugd had alle ruimte om vuurwerk af te steken. Fijn voor de gegijzelden.

Op de derde dag eisten de ‘terroristen’ (zoals de bezetters consequent werden genoemd) een gesprek met de Indonesische ambassadeur. Als dat er niet kwam, zouden gegijzelden worden geëxecuteerd. Van Agt liet het korps mariniers een plan opstellen voor bestorming. Nadat thermische lansen ongeschikt waren bevonden, wilde men vanuit het belendende pand met vijzels gaten in de tussenmuur drukken. Maar die muur bleek te dik.

Psycholoog

Daarna zouden mariniers via de ramen op de tweede en derde verdieping binnentreden. Maar geen marinier kon de daartoe benodigde hoogwerkers bedienen. Burgmeester Ivo Samkalden voorzag een ‘zeer groot bloedbad’ en weigerde geweld te gebruiken. Hij was al zo verstandig geweest de psycholoog dr. Dick Mulder als onderhandelaar in te schakelen, die de opdracht kreeg vooral tijd te rekken. Gelukkig gaven de mariniers zelf aan dat ze eerst nog moesten oefenen. Of de gemeente nog een voordeur wist die eruit mocht? Ze werden doorverwezen naar het Westelijk Havengebied.

Naarmate de gijzelingsactie voortduurde werd het geduld van de beleidsmakers op de proef gesteld. Een gewelddadige bestorming werd op het laatste moment voorkomen. En dat was maar goed ook: de plattegrond die de mariniers van het consulaat hadden bleek niet te kloppen. Uiteindelijk praatten Zuid-Molukse onderhandelaars op 19 december alle zeven bezetters naar buiten. Ze zouden tot zeven jaar worden veroordeeld, het consulaat werd gesloten.

Het Maleis van de burgemeester

Burgemeester Ivo Samkalden wist meerdere malen gewelddadig overheidsingrijpen bij de gijzeling te voorkomen. Zelfs na een afgeluisterd telefoongesprek van de bezetters waarin ze zouden hebben gesproken over het uitvoeren van executies. Door zijn tijd als ambtenaar in Nederlands-Indië bleek hij het Maleis beter te beheersen dan de vertaler die de politie had ingeschakeld.

Meer over