PlusPunt voor punt

Hoe kan de schaarste op het elektriciteitsnet worden aangepakt?

Meer flexibiliteit moet opstoppingen op het stroomnet voorkomen. In de haven wordt uitgeprobeerd of dat helpt.

Bart van Zoelen
Talloze lichtjes aan de Veemkade op Zeeburg. Beeld Friso Spoelstra/ANP
Talloze lichtjes aan de Veemkade op Zeeburg.Beeld Friso Spoelstra/ANP

Netwerkbedrijf Liander is in de Amsterdamse haven een proef gestart met ‘congestiemanagement’. Wat is dat?

Liander worstelt met de snelle groei van het elektriciteitsverbruik, die het gevolg is van verduurzaming (meer elektrische auto’s, meer warmtepompen) en stroomslurpende datacenters. Omdat Liander die groei niet kan bijbenen met extra kabels en elektriciteitsstations, is in ongeveer de helft van de stad sprake van ‘congestie’ op het stroomnet.

Gevolg is dat 161 nieuwe grootverbruikers in Amsterdam, zoals supermarkten, scholen, kantoren en fabrieken, op de wachtlijst staan voor een stroomaansluiting. Bij congestiemanagement maken andere grootverbruikers tegen een vergoeding ruimte vrij door op piekmomenten minder stroom te verbruiken. Een andere mogelijkheid is dat ze op dat soort momenten elektriciteit leveren aan het net.

Dus havenbedrijven kunnen verdienen aan de netwerkproblemen?

Ze kunnen bijvoorbeeld elektriciteit opslaan in batterijen om die in ruil voor een vergoeding weer prijs te geven op het moment dat daar dringend behoefte aan is. De laadinfrastructuur voor elektrische auto’s kan meehelpen door extra te laden als er veel elektriciteit beschikbaar is en minder bij tekorten. Om het net te ontlasten kunnen bedrijven bovendien onderling energie uitwisselen. Gevolg kan zijn dat het stroomnet minder snel tegen zijn grenzen oploopt of dat Liander minder kabels hoeft bij te leggen omdat de pieken als het ware worden weggemasseerd.

Waarom is de proef juist in de haven?

In de haven heeft Liander al verschillende keren nee moeten verkopen aan bedrijven die zich hier wilden vestigen. Vorige maand bleek dat een nieuwe kabelfabriek (100-150 banen) om die reden uitwijkt naar de Eemshaven in Groningen. Nog dit jaar hoopt Liander contracten af te sluiten met bedrijven die het stroomnet een handje kunnen helpen. Hoeveel lucht dit geeft is volgens Liander niet te zeggen. Wel hoopt het netwerkbedrijf uit het experiment te leren hoe ook in andere delen van de stad meer ruimte kan worden vrijgemaakt op het elektriciteitsnet.

Wat zijn de mogelijkheden in woonwijken?

Ook woonwijken hebben hun pieken in het energieverbruik. Rond etenstijd vooral, als iedereen thuiskomt en gaat koken. Binnen het onderzoeksproject Flexpower3 wordt onderzocht of het helpt als op die momenten minder stroom vloeit naar de laadpalen voor elektrische auto’s. Diezelfde laadpalen kunnen extra laden als er veel zonne-energie wordt opgewekt in de wijk.

Op den duur is het zelfs mogelijk dat de batterijen in de auto’s stroom leveren op het moment dat het elektriciteitsnet die goed kan gebruiken. Vooralsnog zijn de laadpalen die dat kunnen nog erg duur en de meeste elektrische auto’s nog niet geschikt, zegt Hugo Niesing van Resourcefully, dat in het Oostelijk Havengebied al jaren onderzoek doet naar de impact van de energietransitie.

Is dit ook een oplossing als het netwerk niet opgewassen blijkt tegen de energie die zonnepanelen doorleveren?

Door het hele land blijken 75.000 huishoudens met zonnepanelen regelmatig hun opgewekte stroom niet kwijt te kunnen. In Amsterdam is dat nog geen groot probleem. Liander heeft hierover afgelopen jaar 6 klachten gekregen in de stad, omgerekend 25 keer minder dan in de rest van het Liandergebied. Het speelt alleen waar op grote daken snel meer zonnepanelen zijn gekomen, zoals in de haven en Osdorp. Het stroomnet is robuuster opgezet dan op het platteland en door de vele appartementencomplexen is er per definitie minder dak per persoon.

Maar volgens Niesing zijn die problemen een kwestie van tijd. In de door Resourcefully ontwikkelde ‘buurtenergiemonitor’ wordt heel precies het elektriciteitsverbruik en het laden door elektrische auto’s afgezet tegen de opwek door zonnepanelen. Op een zonnige dag in februari werd op Sporenburg twee uur meer opgewekt dan verbruikt. “Genoeg om tien auto’s mee op te laden.”

Flexibiliteit bij het laden van elektrische auto’s zal congestie voorkomen, zegt Niesing. In het begin van het voorjaar en het einde van het najaar kan hetzelfde gedaan worden met warmtepompen die alvast aanspringen als de zon schijnt. Des te meer groene stroom wordt in de wijk zelf verbruikt. “En Amsterdam kan verder groeien met zonne-energie.”

Meer over