PlusAchtergrond

Hoe Joodse mannen moesten zwoegen in het Amsterdamse bos

In en rond de stad waren in de Tweede Wereldoorlog dertien Joodse werkkampen. Ze waren het voorportaal voor deportatie naar Auschwitz en Sobibor. Die historie is nu terug te zien in de expositie Tewerkgesteld in het Amsterdamse Bos.

Hanneloes Pen
Mandaat en Van der Glas, maart 1944. Beeld Privéverzameling Van der Aa
Mandaat en Van der Glas, maart 1944.Beeld Privéverzameling Van der Aa

Salomon Mandaat – in overall en met een hand in de zij – kijkt met betekenisvolle blik recht in de camera. Hij is gefotografeerd met een groep mannen met kruiwagens in het Amsterdamse Bos en staat naast zijn neef Coen van der Glas wiens handen een kruiwagen omklemmen. Van der Glas is, net als andere mannen, keurig in het pak. Sommigen hebben een das om en op andere foto’s draagt een van de mannen zelfs een zakhorloge. Opmerkelijke kleding voor het werk dat de tewerkgestelden moesten doen: sloten en putten graven.

“Deze mannen waren boven de 45 jaar en moesten werk doen waarvoor ze totaal niet geschikt waren. Als je de foto’s ziet, dan zie je de mannen altijd goede kleding dragen. Ze waren totaal niet uitgerust om in dit soort omstandigheden te werken,” zegt Lion Tokkie, die al jarenlang onderzoek doet naar Joodse werkkampen in Nederland.

Mandaat, diamantslijper en later piccolo en chauffeur bij Sociëteit Odeon, was een van de gemengde gehuwde mannen die in 1944 tewerkgesteld werden in het Amsterdamse Bos. In 1942 kreeg hij een Sperre (vrijstelling van deportatie), omdat hij chauffeur en portier werd voor de Joodsche Raad. Hij bracht vanuit ‘Joodsch lokaal’ Café de Paris in de Beethovenstraat eten naar de opgepakte Joden in de Hollandsche Schouwburg. Toen de verzamelplaats leeg raakte, werd hij werkloos. Hij werd in het werkverschaffingsproject het Amsterdamse Bos, het Boschplan, tewerkgesteld. Hij behoorde tot de laatste groep Joden die er moest werken.

Valse verklaringen

Het Amsterdamse Bos, het Boschplan, was al in de jaren twintig en dertig een werkverschaffingsproject. In de oorlog besloot de Duitse bezetter werkloze Joodse mannen er aan het werk te zetten. Deze Joden werden eind 1941 opgeroepen om zich in de Diamantbeurs aan het Weesperplein te laten keuren. Het vereiste aantal van 1400 werd echter niet gehaald, omdat velen zich met valse verklaringen van (Joodse) artsen lieten afkeuren. De bezetter besloot daarop ook Joden in te zetten die nog betaald werk hadden, zoals musici, diamantbewerkers, kleermakers en boekhouders die niet gewend waren aan zwaar werk.

null Beeld archief Amsterdamse bos
Beeld archief Amsterdamse bos

In het Boschplan moesten ze sluizen en bruggen bouwen, paden en wegen aanleggen, dijken verzwaren en sloten trekken. “Ze werden in kleine groepen van zes tot acht man aan het werk gezet, zodat ze geen stampei konden maken,” zegt Tokkie.

Een van hen was Levie de Lange uit Amsterdam-Noord, vader van vijftien kinderen. Het gezin leefde in grote armoede. De Lange was vaak zonder werk. Zijn vrouw kreeg twee keer per maand een loonstrookje thuis.

Weggevoerd

In het najaar van 1942 werden de 45 Joodse werkkampen door de Grüne Polizei omsingeld. De mannen, hun vrouwen en kinderen werden naar Westerbork weggevoerd en gingen vandaar naar Auschwitz en Sobibor. Slechts een enkeling wist te ontsnappen

De Lange: ‘Het liep tegen vijven (…). Plotseling zagen we aan weerszijden van de dijk kerels met helmen en geweren opduiken. Aan ontkomen viel niet te denken. Met een SS’er voor en een achter ging het terug naar het Centraal Station. Onderweg werd niet gesproken, alle gezichten waren donker en verslagen. We maakten ons niet de minste illusie.’

null Beeld Verzameling Van der Aa
Beeld Verzameling Van der Aa

De Lange werd met zijn vrouw Henriette en veertien kinderen – hun oudste zoon Israël had een Sperre – vanuit Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Zijn vrouw en kinderen werden direct na aankomst vermoord. Hijzelf werd geselecteerd voor dwangarbeid en zou uiteindelijk de oorlog overleven.

Begin 1944 werden de gemengd gehuwde mannen opgeroepen om het werk voort te zetten. In het Boschplan moesten zij de kanovijver verbreden en een sloot (‘de jodensloot’) en een vijver (‘de jodenput’) graven en op Schiphol-Oost bomkraters volstorten en start- en landingsbanen repareren.

Tijdens bombardementen mochten de Joden niet schuilen. Zes Joodse mannen die even pauzeerden in een greppel werden beschuldigd van sabotage. Het zestal werd naar Auschwitz gestuurd, onder hen saxofonist-klarinettist Henri Emile Mossel, die een muziekhandel dreef boven Tuschinski, en diens goede vriend Wolf Willy Fuldauer. De laatste schreef in een briefje aan zijn vrouw: ‘We hebben vijf minuten pauze genomen na ¾ dag hard werken. Ons wordt nu ten laste gelegd ‘arbeidsweigering’. Je weet zelf te goed dat zooiets fantasie is. Het is een vreeselijk onrecht wat met ons gebeurt, maar we zijn machteloos.’

Op Dolle Dinsdag, 5 september 1944, kwam er een einde aan de tewerkstelling. Salomon Mandaat en Coen van der Glas waren een van de weinige overlevenden van alle Joodse tewerkgestelden.

De kleinzoon van Mandaat vertelt dat zijn grootvader na de oorlog kelner bij café Het sterretje was en later een Belgische snackbar op de Zeedijk runde. Over zijn tijd in het Joodse werkkamp sprak hij met geen woord meer, zegt kleinzoon Loek Mandaat.

Tewerkgesteld in het Amsterdamse Bos - Joodse werkkampen 1941-1944: tot en met 3 april 2022 te bezichtigen in de Boswinkel in het Amsterdamse Bos. Er is een wandelroute langs locaties waar is gewerkt in het Amsterdamse Bos en een podcast.

Meer over