PlusExclusief

Hoe illegale feesten een springplank zijn voor lokaal talent

null Beeld Lukas de Flines
Beeld Lukas de Flines

De Amsterdamse undergroundscene wist het laatste half jaar van de pandemie op te bloeien dankzij illegale raves. Die bleken een snelkookpan voor jong, lokaal talent. ‘Ongeremde artiesten, vol met passie. Een frisse wind is goed voor de dancescene.’

Jari Goedegebuure

Een grauw bedrijventerrein, een verlaten loods, ergens in een bos aan de rand van de stad. De nachtclubs waren vanwege de coronacrisis gesloten, dus zochten feestgangers andere plekken om te dansen. Met bar, garderobe en complete lichtinstallaties werden de locaties omgetoverd tot een pop-upclub of festival.

Sinds afgelopen zomer is de illegale ravescene in Amsterdam alive and kicking. De een na de andere nieuwe organisatie popt op. Er zijn periodes dat elk weekend wel een feest wordt gegeven. Veelal staan op die raves dezelfde dj’s achter de draaitafels: stuk voor stuk jong en onbekend bij het grote publiek.

De raves blijken een interessante voedingsbodem voor lokaal talent, want achter de draaitafels in Amsterdamse clubs duiken bekende gezichten op: Beste Hira, Marrøn, Lobster, Amoral, Cybersex... Een aantal van hen heeft nu ook de weg gevonden naar clubs in het Verenigd Koninkrijk, Polen, Frankrijk en Berlijn – nog altijd de hoofdstad van de elektronische muziek.

“De underground kent een lange his­torie als broedplaats voor talent,” vertelt Ramon de Lima, voorzitter van Stichting N8BM (Nachtburgemeester). “Een deel van de grotere namen is begonnen op illegale feestjes. Denk aan Job Sifre en Max Abysmal. Zij zijn vanuit daar doorgegroeid naar de grotere podia.”

Op illegale raves krijgen onbekende dj’s ruimte zichzelf te ontwikkelen als artiest. Ze maken er vlieguren en werken aan een eigen geluid. Clubs moeten vaak commerciëler programmeren, simpelweg omdat ze afhankelijk zijn van het publiek dat ze trekken. “Er moeten kaartjes verkocht worden. Dat gaat toch beter met grote namen op het affiche. Raves hoeven daar geen rekening mee te houden.”

Heimelijk losgaan

De zaadjes voor de nu zo florerende rave­scene werden al jaren voor de pandemie geplant, door organisaties als Eerste Communie, Orphic en Kraft und Licht. Die voorlopers en het daarbij horende dj-talent bleven – op een paar uitzonderingen na – vooral ondergronds opereren, zonder de stap te maken naar het legale circuit. Het duurde even voordat de kiem ontsprong en de scene kon transformeren tot een bloem, nu bloeiend in volle glorie. Hoe komt het dat al dit talent nu wél de deur naar de upperground weet te vinden?

null Beeld Lukas de Flines
Beeld Lukas de Flines

Het vizier van de dancescene stond ­tijdens de pandemie op hyperfocus afgesteld op de illegale raves. Er waren, met de langdurige sluiting van de nachtclubs, geen andere plekken waar een line-up werd geprogrammeerd. “Voorheen ontdekten programmeurs van clubs en het uitgaans­publiek nieuwe dj’s in verschil­lende clubs,” zegt De Lima van Stichting N8BM. “Dat kon nu niet. Door die schaarste groeide de populariteit van dj’s uit de underground: ze waren de enige artiesten die nog ergens speelden.”

Zie daar de rol en de kracht van social media. Daags na de raves werden veelvuldig filmpjes gedeeld. Beelden van publiek dat heimelijk losgaat: jaloersmakend voor iedereen die er niet bij was en een extra spotlight voor de organisaties en dj’s.

Nachtclubs als Radion en Bret bieden de new kids on the block veelvuldig een podium sinds de vorige heropening, in september vorig jaar, en de meest recente. “Het is deel van onze identiteit,” zegt ­programmeur Ismaël Temssamani (38) van Radion – zelf ook als dj actief onder de naam Ici Sans Merci. De club in Nieuw-West gebruikt de headliner, meestal een buitenlandse artiest, om publiek te trekken. “Daaromheen programmeren we de locals die we willen pushen, zodat ze de aandacht ­krijgen die ze verdienen.”

Alleen Amsterdamse dj’s

Er is zelfs een concept met alleen Amsterdamse dj’s: Local Night Radion. “Jonge talenten zijn de toekomst,” herhaalt Temssamani meermaals tijdens het gesprek, als een soort mantra. “Ongeremde artiesten, vol met passie, die met hun muziek een statement willen maken. Een frisse wind is goed voor de scene.”

“Bekende dj’s met meerdere optredens in een weekend draaien echt niet elke keer een andere set. Nieuwkomers willen zich bewijzen: laten zien wat ze kunnen, hun sound laten horen. Ze doen hun stinkende best. Dat brengt energie mee in hun sets, naar de zaal van de club. Het bekende ­verhaal van de tweede zaal – daar wordt altijd beter gedraaid dan bij het grootste podium.”

Ook Anke Straten (24) van Bret, de club in de rode container bij Sloterdijk, kiest bewust voor een aanzienlijke rol van ­lokale dj’s. “Sommige clubs programmeren wat groter, met bekendere dj’s en organisaties.” Ze hekelt het gebrek aan ruimte voor vernieuwing. “De focus blijft op wat er al goed gaat en wat al vet is. Maar een hype is nooit ineens geboren, het moet door de tijd heen groeien. En als we nieuwe artiesten en partijen geen kansen geven, gaat er over een jaar niets nieuws meer vet zijn.”

De boodschap is duidelijk: nieuw geluid is belangrijk voor de pluriformiteit in de dancescene. In Amsterdam was die lange tijd vastgeroest. Dezelfde namen werden geboekt, op feesten die werden gegeven door steeds dezelfde organisaties. Voor nieuwe gezichten was het lastig om een plekje te veroveren.

null Beeld Lukas de Flines
Beeld Lukas de Flines

Vóór het tijdperk van Trouw, de legenda­rische club op de Wibautstraat, was het heel gebruikelijk dat clubs werkten met externe organisaties, zegt De Lima van N8BM. “Maar sindsdien zijn ze zelf hun programma gaan vormgeven. Daardoor nam het aantal plekken waar je als beginnende organisatie een feest kon geven in rap tempo af.”

Daar lijkt nu weer meer ruimte voor te zijn, want ook de rave-organisaties – die ondergronds blijven opereren – worden door de clubs omarmd. Zo heeft het eerder genoemde, populaire Eerste Communie, dat al voor de pandemie bezig was aan een opmars, een plek in Garage Noord. Bret werkte tijdens de vorige heropening samen met queerorganisatie De Reünie, Radion met onder meer Pax-Romana en Systema.

“Die ontstane ruimte is, denk ik, een gevolg van een natuurlijk mechanisme,” zegt Tinke Donkers (29) van rave-organi­satie Kraft und Licht. “Na een crisis ontstaat weer iets nieuws. Zoals wanneer een lavastroom een hele omgeving stukmaakt en er later nieuw leven gaat groeien. De pandemie is zo’n soort resetknop geweest voor de dancescene.”

Eén dikke ilegale

Kraft und Licht was al voor de coronacrisis actief en organiseerde in 2019 zijn eerste legale evenement in Radion. Sinds de ­pandemie zijn de feesten door nog meer mensen opgepikt. “Dat komt omdat we deze zomer nog één dikke illegale hebben gegeven. Daar waren veel bezoekers en hadden veel mensen over gehoord, ook via beelden op social media.”

Een speciaal gebouwd podium, lam­pionnen voor sfeer, zelf ontworpen licht­installaties: Donkers en haar drie compagnons maken alles zelf. Dat doen ze in hun loods in Diemen, waar ze binnenkort een creatieve broedplaats openen. “We willen onze bezoekers een ervaring bieden die ver buiten het alledaagse leven ligt, zodat ze al hun bagage kunnen loslaten. Niets is daarvoor geschikter dan het illegale ­circuit. Je kunt alles zelf bepalen en van de grond af opbouwen. Daarnaast kun je als organisatie in de hand houden wie er op je rave verschijnen door het uitnodigen van vrienden en vrienden van vrienden. Zo kun je een safe space bieden aan mensen die zich in het dagelijks leven of het reguliere nachtleven niet geaccepteerd voelen, omdat openbare evenementen ook publiek kunnen trekken dat vreemd opkijkt van schaars geklede of flamboyante mensen.”

null Beeld Lukas de Flines
Beeld Lukas de Flines

Wowgevoel

Toch zet de organisatie ook stappen in het legale circuit. Volgende week – op 12 maart – is Club Atelier in Nieuw-West het toneel van Kraft und Licht en op festivals Amsterdam Open Air en Milkshake hosten ze deze zomer een zelfgebouwd podium. “Die ambitie hebben we altijd gehad,” zegt Donkers. “Je kunt natuurlijk niet je hele leven illegale feesten blijven geven, al ­blijven we dat óók doen. Daar hebben ­we laten zien wat we kunnen. Onze community weet nu waar we voor staan en wat ze kunnen verwachten bij onze clubfeesten. Want ook daar zetten we in op dat wowgevoel.”

Alle rave-organisaties hebben tijdens de pandemie een eigen, trouwe community opgebouwd; een belangrijk onderdeel van hun succes. “Als je illegaal evenementen organiseert, moet je op een alternatieve manier je publiek bereiken,” zegt De Lima. “Vaak gebeurt dat heel direct, via geheime groepen of via vrienden. Slechts een select groepje behoort tot de uitver­korenen. Daardoor voelen mensen zich heel erg verbonden met een organisatie.”

Dat maakt een samenwerking voor clubs ook uniek, zegt Bret-programmeur Straten. “Het publiek van organisaties als De Reünie, dat zie je nergens anders. De mensen zijn heel authentiek en brengen zo veel energie met zich mee.”

Temssamani van Radion beaamt dat: “Als je een rave-organisatie uitnodigt om samen een clubnacht te hosten, wéét je dat het feest wordt. Zij weten precies wat hun publiek wil. De energie die dat oplevert, is niet te beschrijven.”

null Beeld Nina Schollaardt
Beeld Nina Schollaardt

Amoral – Amber van Zadelhoff (25)

In het dagelijks leven Zakelijke klantenservice bij een bank
Draaide onder meer in Radion, op queerfeest Spielraum en ÆDEN in Berlijn

“Vlak voor de coronacrisis uitbrak, stopte ik met mijn studie international business en ben ik me gaan focussen op muziek. Ik zag de pandemie als een kans: de hele scene stond stil, dus ik had alle tijd om mezelf te ontwikkelen. Zonder geraas om me heen van andere jonge dj’s die wél groeien. Van mijn tuinhuisje maakte ik een studio en daar verdween ik na mijn werk in: vijf dagen per week oefenen, oefenen, oefenen.

Vervolgens ben ik organisaties gaan benaderen: kan ik een podcast, een opgenomen dj-set, voor jullie doen? Voor de Amsterdamse platforms vond ik mezelf nog niet goed genoeg, dus ik kwam voor mijn eerste podcast terecht bij een organisatie uit Wit-Rusland. Zo volgden er nog een paar; goed voor de naams­bekendheid en mijn portfolio.

Mijn eerste gig was op een illegale van De Reünie tijdens de Gay Pride afgelopen zomer. Ik was superzenuwachtig. Die spanning voel ik nog steeds als ik ergens moet draaien. Maar als ik dan de mensen om me heen zie, dansend, denk ik: hier doe ik het voor. Je krijgt zo veel energie terug.

Na een paar keer draaien op ­illegale feesten ging het balletje rollen. Ik leerde er mensen kennen van rave-organisaties en clubs, die liepen daar ook rond. Maar vooral de filmpjes die van de raves werden gedeeld, hadden veel invloed: ik kreeg zo veel support, ook uit de community. Daar ben ik nog steeds dankbaar voor.”

null Beeld Nina Schollaardt
Beeld Nina Schollaardt

Cybersex – Nick Edwards (26) en Stef de Haan (26)

In het dagelijks leven Voormalig Amfistudenten, focus op dj-carrière en rave-organisatie De Reünie

Draaiden onder meer in Radion, Bret en Radio Radio

Edwards: “Ik ging al lang uit in de techno- en queerscene. Na vijf of zes jaar dacht ik: ik wil zélf draaien, ik weet wat mensen willen horen. Daarom volgde ik een dj-workshop, net als Stef. Daar kwamen we erachter dat we dezelfde soort sound en energie hadden, dus hebben we het samen opgepakt.”

De Haan: “In de zomer van 2020 stond Amsterdam echt op springen: iedereen wilde weer samenkomen. Daarom hebben we een select groepje mensen bij elkaar gebracht, die we al van voor de pandemie kenden. Dat werd het evenement De Reünie. Door het zo geheim mogelijk te houden, wilden we ook een safe space creëren. Een plek waar je jezelf kunt zijn en jezelf kunt uiten, een plek zonder enige vorm van discriminatie.

Daarna ging het hard, mede dankzij alle aandacht op social media. We krijgen nu veel kansen en het is voor ons wikken en wegen: welke kant willen we op?”

Edwards: “Clubs zijn nu veel meer geïnteresseerd in de rave­cultuur dan voorheen. We willen de intimiteit en safe space-energie van De Reünie niet kwijtraken door te hebberig te zijn en samen te werken met locaties die niet aansluiten bij onze normen en waarden. We snappen wel dat organi­saties dat willen: de crowd die we hebben is uniek.”

null Beeld Nina Schollaardt
Beeld Nina Schollaardt

Marrøn – Jessey Voorn (31)

In het dagelijks leven Professioneel basketballer
Draaide onder meer als resident bij Eerste Communie in Garage Noord, Fold in Londen en Funkhaus in Berlijn

“Ik begon met draaien in 2016. In diezelfde tijd ben ik samen met vier anderen Eerste Communie gestart. We misten een bepaalde sound in Amsterdam, het type techno met een tijdloze sound. Dat deden we op zondag overdag, maar dat sloeg totaal niet aan. Er waren op de eerste editie, een legaal feest, maar dertig mensen. We dachten: moeten we niet het illegale circuit in? Vanuit daar is het ontploft.

Mijn carrière is simultaan met Eerste Communie gegroeid. De residents, de vaste dj’s, liften mee op de hype van de organisatie, maar andersom ook. Toch heb ik vooral veel te danken aan podcasts. Omdat ik zelf geen muziek produceer, vind ik het belangrijk te laten horen wat mijn sound is. Daarom heb ik een eigen serie. ­Tijdens de pandemie heb ik ook nog sets opgenomen voor Awakenings en Hör, een populair radiostation in Berlijn. Daar kreeg ik een nieuwe fanbase door.

Vóór de pandemie had ik niet durven dromen dat ik zou staan waar ik nu sta. Ik word vertegenwoordigd door een groot, inter­nationaal boekingskantoor en zit op een kantelpunt: ik wil volledig voor mijn dj-carrière gaan, maar als de clubs weer dicht moeten, heb ik niets meer om op terug te vallen. Voorlopig combineer ik daarom twee fulltimejobs: professioneel basketballen en draaien.”

Meer over