Plus

Hier wordt kleding van bekende modemerken gerepareerd: ‘Dit is het nieuwe cool’

Links de Syrische Bakri Zaitoun (41), hij repareert de rits van een jasje van Patagonia.  Beeld Dingena Mol
Links de Syrische Bakri Zaitoun (41), hij repareert de rits van een jasje van Patagonia.Beeld Dingena Mol

In een nieuw centrum repareren Amsterdammers met een afstand tot de arbeidsmarkt kleding van bekende modemerken. Die bieden de service aan de klanten. ‘Kleding repareren is het nieuwe cool, zoals vegetariër zijn dat tien jaar geleden was.’

Bart van Zoelen

Zo’n hip gewatteerd jasje met horizontale stiksels repareren, is nog knap ingewikkeld, zegt kleermaker Bakri Zaitoun (41). Die nieuwe rits erin zetten, gaat nog wel. Dat is met al zijn ervaring als kleermaker in Syrië een fluitje van een cent. Maar daarna moeten al die stiksels aan weerskanten van de rits precies op gelijke hoogte komen. “Het zijn er wel vijftien.”

Zaitoun repareert hier in De Hallen al bijna een jaar de kleding die binnenkomt uit de Benelux, Duitsland en Frankrijk. Vrijdag opende het United Repair Centre (URC) officieel. Momenteel gaat het om kledingstukken van het duurzame outdoormerk Patagonia en het Amsterdamse Scotch&Soda, maar meer kledingmerken hebben al belangstelling getoond, zegt Thami Schweichler, de initiatiefnemer van het reparatiecentrum.

Jarenlange garantie

Dankzij het reparatiecentrum kunnen meer kledingmerken hun klanten jarenlange garantie geven, zoals Patagonia al doet. Dat is duurzaam, omdat kleding dan langer meegaat, maar ook goed voor de werkgelegenheid. URC helpt Amsterdammers met een afstand tot de arbeidsmarkt aan werk. Statushouders bijvoorbeeld, maar ook 55-plussers en jongeren die hun school niet hebben afgemaakt.

De merken willen wel de garantie dat de kleding naar hun maatstaven wordt gerepareerd. Daarom krijgen de kleermakers eerst een uitvoerige training. Zaitoun, die nu 4,5 jaar in Nederland is, heeft net een nieuw koordje van elastiek ingeregen – een priegelwerk. Ook heeft hij gaten dichtgestopt en een winkelhaak weggewerkt. Voor hem niet heel moeilijk, want in Syrië maakte hij dames- en kinderkleding. “In de Arabische wereld zijn de gezinnen groot. Met veel kinderen, dus véél kinderkleding.”

URC werkt nu met vijf kleermakers en dat worden er snel twaalf. “We hebben de intentie om 150 banen te creëren, waarvan tenminste 130 voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt,” zegt Schweichler. In de komende vijf jaar krijgen driehonderd mensen hier een training. “Meer dan we zelf nodig hebben. Als iemand een baan krijgt bij Suitsupply is ons doel ook bereikt.”

Spin-off

Het reparatiecentrum is een spin-off van Makers Unite, een Amsterdamse organisatie waar al zes jaar vluchtelingen worden geholpen aan een opleiding die ze klaarstoomt voor de creatieve industrie, met mode als rode draad. Het reparatiecentrum is begonnen als initiatief van Makers Unite en Patagonia, maar verschillende andere kledingmerken proberen het al uit. “Met elk merk dat meedoet komen er weer 12 banen bij.”

In de kledingrekken valt meteen op dat de reparatie soms gerust zichtbaar mag blijven. Regenjassen en jacks zijn weer waterdicht gemaakt met opzetstukken die niet helemaal dezelfde kleur hebben. Niet erg, zegt Schweichler. Integendeel. “Repareren is het nieuwe cool, zoals vegetariër zijn dat tien jaar geleden was.”

Bij Patagonia herkennen ze dat meteen. “Dit jaar is het aantal reparaties met 40 procent gestegen naar 13.000,” zegt de voor de Europese markt verantwoordelijke directeur Willem Swager. “Terwijl we er nog weinig reclame voor hebben gemaakt.” Dat volgt binnenkort. “Vanuit de VS weten we dat het daarna een hoge vlucht kan nemen. Voor ons is het een missie om klimaatverandering te stoppen door minder overproductie. Merken die dit niet in hun DNA hebben, voelen langzaam de druk om mee te gaan.”

Miljoen kilo kleding repareren

Maar modebedrijven willen toch vooral kleding verkopen? Ook daar kan de reparatieservice aan bijdragen, volgens Swager. “Als de reparatie goed wordt uitgevoerd, zal dat loyaliteit oproepen bij klanten. En het gaat als een lopend vuurtje langs vrienden en bekenden.”

Ook Schweichler rekent erop dat de consument dit soort diensten gaat verlangen van modemerken. “Als je als merk geen concrete stappen zet richting verduurzaming, ziet de consument dat ook.” Daar komt bij dat de overheid meer eisen gaat stellen aan kledingfabrikanten. Via de ‘uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’ moeten ze meebetalen aan de verwerking van kledingafval en reparatiediensten kunnen een ontheffing opleveren, verwacht Schweichler. “Daarmee wordt het voor merken heel interessant. Ze doen het goed en het scheelt nog geld ook.”

Over vijf jaar wil hij met het reparatiecentrum 1 miljoen kilo kleding repareren, 300.000 kledingstukken. Daarom kijkt Schweichler nu al uit naar een grotere locatie. “In Amsterdam hopelijk.” Met dit soort aantallen kledingstukken wordt nog altijd slechts een half procent van het Nederlandse kledingafval gerepareerd. “Er zijn nog heel veel reparatiecentra nodig.”

D66-Kamerlid Kiki Hagen opende vrijdag het URC. Zij rekent voor dat we in Nederland 235 miljoen kilo kleding per jaar weggooien. “Ruim twintigduizend keer de Eiffeltoren!” En dat terwijl de productie van textiel eindeloos veel water, broeikasgassen, chemicaliën en pesticiden vergt.

Hagen is kritisch op de ‘uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’ die wat haar betreft niet ambitieus genoeg is. Te veel nadruk ligt op recycling, vindt zij. Het reparatiecentrum laat zien dat kledingmerken meer kunnen doen, zegt Hagen. Daarom wil ze meer steun voor dit soort initiatieven. “Zodat kleding zo wordt gemaakt dat het lang meegaat, na een reparatie nog langer meegaat en daarna weer een jurk, trui of jas kan worden.”

Meer over