PlusExclusief

‘Het was eng rustig’: zij waren in de buurt toen Peter R. de Vries werd neergeschoten in Amsterdam

En toen kwam het geweld wel heel erg dichtbij. Voor verschillende Amsterdammers voelde het op 6 juli 2021 niet alleen zo, maar was het ook zo. Hun terugblik, een jaar na de moord op Peter R. de Vries.

Raounak Khaddari en Anna Herter
Joris van Gennip Beeld Marc Driessen
Joris van GennipBeeld Marc Driessen

Fotograaf Joris van Gennip (35) maakte de prijswinnende foto van agenten bij het plaats delict vlak na de moord.

“Meestal belt Het Parool mij in de ochtend of middag. Nu werd ik ’s avonds gebeld, even na half 8. Ik kwam net van een andere klus en zat op de fiets. De fotoredacteur zei het direct: ‘Peter R. de Vries is neergeschoten, kan jij naar het Leidseplein?’ Ik croste erheen. Wat mij direct opviel, was de verslagenheid bij de agenten. Ik doe wel vaker van dit soort calamiteiten en meestal zijn agenten ontspannen en goed gemutst. Deze keer heerste er een bedroefde en gespannen sfeer. Dat voelde je aan alles.

Voor mij was dit als werk groot nieuws, maar ook bij mij sloeg de adrenaline om in verslagenheid. Er is een van ons neergeschoten; deze aanslag zegt iets over hoe de veiligheid en persveiligheid in Nederland in het geding is. Ik ben even gebleven om foto’s te maken en thuis heb ik ze direct bewerkt en opgestuurd. Later ben ik nog een paar keer teruggegaan naar de straat om de bloemen en mensen te fotograferen.

Met de foto’s, waarvan die met drie aangeslagen agenten bij het plaats delict op de betreffende avond het bekendst is, heb ik de tweede prijs bij de Zilveren Camera gewonnen in de categorie nieuws nationaal.

Met de agenten van de foto heb ik later nog contact gehad. Maar heel veel tijd om stil te staan bij dat het een jaar geleden is, heb ik niet. Ik vertrek woensdag naar Oekraïne, daar ben ik nu helemaal op gefocust.”

Kadirhan Coskun Beeld Marc Driessen
Kadirhan CoskunBeeld Marc Driessen

Kadirhan Coskun (39) had net zijn tapas afgerekend en was op ‘enkele seconden’ van het plaats delict.

“Nog geen honderd meter verderop van waar Peter werd neergeschoten, zat ik die avond op een terras tapas te eten. Toen ik de schoten hoorde, had ik mijn maaltijd net afgerekend en liep ik met mijn scooter door de straat. Tussen mij en de plek waar het gebeurde zaten enkele seconden.

Ik moet schuilen, was het eerste dat ik dacht. Ik ging aan de zijkant van de straat staan, maar realiseerde me dat de schoten juist van die kant leken te zijn gekomen. Toen ik de straat overstak, in een poging een veilige plek te vinden, zag ik hem liggen.

Die eerste paar minuten leken zich in een soort vacuüm af te spelen. Er was nog nergens paniek, ik was niet bang. Het was eigenlijk eng rustig. We waren ook maar met een paar omstanders. Niemand leek meteen te bevatten wat wij hier meemaakten. Dat werd later wel anders, er kwamen ook steeds meer mensen bij.

Ik moet voor mijn werk als digitaal ontwerper vaak op het Leidseplein zijn. Daar zag ik Peter vaak lopen, soms knikten we elkaar toe. Ik kan niet meer door de Leidsedwarsstraat lopen zonder te denken aan wat er is gebeurd. Ongelofelijk dat er alweer een jaar voorbij is.”

Dehlia Timman Beeld Marc Driessen
Dehlia TimmanBeeld Marc Driessen

Dehlia Timman was nog geen dag voorzitter van stadsdeel Centrum toen de moord plaatsvond.

“Op dinsdag 6 juli werd ik overdag beëdigd door burgemeester Femke Halsema als voorzitter van het stadsdeel Centrum. In de avond werd Peter R. de Vries neergeschoten in mijn stadsdeel. Ik zat thuis tv te kijken, toen ik een melding kreeg op mijn telefoon. Ik ben direct naar het nieuws gaan kijken en kreeg ook informatie van de gemeentelijke diensten via de app.

Als voorzitter heb je veiligheid in je portefeuille, maar eigenlijk wist ik niet wat ik op dat moment moest doen. Ik appte mijn voorganger Mascha ten Bruggencate en die vertelde me dat het stadsdeel verantwoordelijk is voor de nazorg. De volgende dag zijn we met een busje de buurt ingegaan.

Er waren veel mensen die bloemen kwamen leggen en er was een onwerkelijke sfeer. Veel mensen die daar wonen zaten op de stoep voor hun huis. Ik was nog te kort in functie om als schouder te fungeren, maar ik denk dat we middels het busje veel hebben kunnen doen. Voor mij was de moord ook schrikken. Het is de zoveelste moord.

Mohamed Bouchikhi (17), de stagiair die slachtoffer werd van een vergismoord op Wittenburg kende ik persoonlijk heel goed, daarna is Derk Wiersum vermoord en nu Peter R. de Vries, dacht ik. Ik vind het shocking; de drugscriminaliteit neemt de stad in een greep en zorgt voor dieptepunt na dieptepunt. Nog steeds krijg ik rillingen als ik door de Lange Leidsedwarsstraat loop.”

Pascal van den Noord Beeld Marc Driessen
Pascal van den NoordBeeld Marc Driessen

Buurtbewoner Pascal van den Noord (71) was thuis, toen hij ‘een hoop sirenes’ hoorde.

“We zaten op die dinsdagavond te vergaderen met de buurt, over de plannen die nodig zijn om de buurt leefbaar te houden voor bewoners. Dat ging nog online, via Zoom. De Leidsebuurt is de buurt waar alles gebeurt, maar ineens hoorde ik wel heel veel sirenes, te veel om elkaar nog te verstaan.

We zijn tien minuten gestopt en toen hoorde ik dat er iemand was neergeschoten, via het nieuws. Later las ik dat het om Peter R. de Vries ging. We hebben de vergadering toch maar even afgemaakt en sommige buurtbewoners gingen naar buiten om te kijken.

Ik ben intelligent aangepast aan de emoties in de buurt. Wat dat wil zeggen? Dat ik al zoveel heb meegemaakt in de ruim veertig jaar dat ik hier woon. Ik schrik niet meer snel. We hebben de handgranaat op de mat bij café In The City gehad, de moord op een taxichauffeur, meerdere geweldsincidenten, aanrandingen, vechtpartijen; er gebeurt hier zoveel. Om hier te kunnen wonen, moet je nuchter blijven. Wat ik wel zorgelijk vind, is de normloosheid die dit plein heeft.

Alles gebeurt maar gewoon: auto’s mogen er niet komen en toch zie ik auto’s, biro’s, motoren. Er is steeds minder zorg voor deze buurt waarin Amsterdammers leven. Het lijkt alsof alles hier maar mag en gebeurt. Ik blijf wel optimistisch hoor en houd hoop dat het beter wordt. Maar over de moord op Peter R. de Vries op klaarlichte dag kan ik kort zijn: de normloosheid is doorgeslagen.”

Paul Vugts Beeld Marc Driessen
Paul VugtsBeeld Marc Driessen

Parool-misdaadverslaggever Paul Vugts ziet hoe de angst om de volgende te zijn doorwerkt in de rechterlijke macht.

“De moord op Peter R. de Vries is het bewijs: ze schrikken écht nergens voor terug. Ze maken korte metten met iedereen die ze in de weg staat, zélfs iemand als Peter. Midden in de Leidsebuurt, midden in Amsterdam, midden op de avond. De zinloosheid van zijn moord - je wint er helemaal niets mee - maakt het pure terreur.

Heel veel mensen gingen denken: ‘Wie is de volgende? Ben ik dat?’ Een jaar na de moord is te zien hoe die angst doorwerkt in de rechterlijke macht. Het strafproces op Peter R. de Vries is totaal geanonimiseerd, zoiets is nog nooit eerder gebeurd. Of neem het Marengoproces in rechtbank De Bunker, dat lijkt wel een oorlogstafereel met alle extra beveiligingsmaatregelen.

Peter zal vermoord zijn omdat hij de vertrouwensman was van de kroongetuige tegen Taghi en aanhang, niet omdat hij misdaadjournalist was. Toch, ook alle misdaadjournalisten waren zich kapotgeschrokken. Ook ik ging denken, ben ik de volgende? Is de redactie de volgende? Vliegt er straks een raket naar binnen, zoals vlak na de moord de dreiging was bij RTL Boulevard?

Het is natuurlijk menselijk om je dat af te vragen, maar die gedachten moeten wel van voorbijgaande aard zijn. Want die angst, dat is precies wat terreur wil. Het is heel goed om concrete risico’s zo serieus mogelijk te nemen, en sommige collega’s worden om zeer legitieme redenen zwaar beveiligd. Maar als instituut moeten rechtspraak, advocatuur én journalistiek overeind blijven.”

Meer over