PlusExclusief

Het Spiegelkwartier verandert – ‘Over vijf jaar is er niets van deze buurt over’

De Nieuwe Spiegelstraat is steeds meer een doorgangsroute geworden om van de stad naar het Rijksmuseum te lopen. Beeld Matthijs Immink
De Nieuwe Spiegelstraat is steeds meer een doorgangsroute geworden om van de stad naar het Rijksmuseum te lopen.Beeld Matthijs Immink

Het Spiegelkwartier in de binnenstad staat al ruim een eeuw bekend om z’n kunst, antiek en juwelen. Maar antiquariaten verdwijnen in rap tempo en wat ervoor terugkomt, bedient vooral de ‘slentertoerist’. ‘Het lijkt hier wel de Kalverstraat, zeiden ze.’

Hannah Stöve

In het antiquariaat van Harry Jong in de Nieuwe Spiegelstraat stappen twee toeristen van een jaar of dertig binnen. Ze werpen een glazige blik op de winkel met vintage meubilair, schaakspellen en barokke spiegels en besluiten klaarblijkelijk: niets voor ons. Ze maken rechtsomkeert en trekken de deur ferm achter zich dicht.

“Dit gebeurt nou de hele dag door,” zegt Jong, die al twintig jaar zijn zaak runt. Hij wil niet zeuren, dat de Nieuwe Spiegelstraat verandert, is nu eenmaal een onomkeerbaar feit. “De mensen die hier komen, zijn mijn klanten niet meer,” zegt hij. Hij serveert thee op een jarenvijftigtafel. Het is Deens design, voor 1200 euro mag de tafel weg.

Jong gaat nog steeds met plezier naar zijn winkel, maar het helpt dat zijn pand ook aan de Kerkstraat grenst. Zijn twee voordeuren zijn maar een paar meter van elkaar gescheiden, maar bevinden zich in totaal verschillende werelden. In de Kerkstraat drinkt hij vaak een bakje koffie voor zijn zaak en komen buurtbewoners gezellig een praatje maken. In de Nieuwe Spiegelstraat banjeren drommen toeristen op hoog tempo langs zijn etalage. Ze zijn veelal jong, en duidelijk niet het type dat interesse heeft in een meubelstuk van een paar honderd of duizend euro.

Jong zal binnenkort na twintig jaar zijn pand verlaten omdat de fundering moet worden hersteld. Hij zoekt dus een nieuw onderkomen – maar hij zal niet opnieuw in de Nieuwe Spiegelstraat huren. “Nee hoor, ik hoef hier niet meer te zitten. Aan die drukte heb ik niets.”

Lowbudgettoeristen

Kijken, kijken, niet kopen: het is aan de orde van de dag in het Spiegelkwartier. Het Parool sprak ruim twintig (oud-)ondernemers over de verandering in de buurt. Veel ondernemers wijten het gebrek aan klandizie net als Jong aan de grote hoeveelheid lowbudgettoeristen waar Amsterdam sinds grofweg 2015 mee te maken heeft.

Zeker voor de klassieke antiquairs lopen de zaken al jaren niet best, zegt Hans Schreuders. Hij heeft sinds 1986 een winkel op de Spiegelgracht, waar je onder meer terechtkunt voor oude scheepsmodellen en maritieme schilderijen. Schreuders beleefde onlangs zijn dieptepunt, toen op een maandagochtend na een weekendje weg bleek dat hij zijn zaak niet had afgesloten. “Ze hadden zo de hele winkel kunnen leegroven. Maar er was dus het hele weekend helemaal niémand aan de deur geweest om te kijken of we open waren.”

Schreuders verkocht vroeger veel aan Nederlanders, maar interesse vanuit die hoek is er volgens hem nauwelijks meer. “De Nederlandse markt bestaat bijna niet meer, ook omdat mensen hun huizen anders inrichten. Modern, zonder bruine meubels. Dat zie je ook aan de prijzen: voor een zeventiende-eeuwse kast kreeg je vroeger tussen de 20.000 en 40.000 euro. Nu zou dat tussen de 400 en 1500 euro zijn.” Hij ziet de toekomst van zijn grachtje somber in. “Over vijf jaar is er niets van deze buurt over. Dan zitten er misschien nog twee of drie antiquairs.”

Oude volksbuurt

Het Spiegelkwartier (de Spiegelgracht en de Nieuwe Spiegelstraat, en stukjes Prinsen- en Keizersgracht die aan de Nieuwe Spiegelstraat grenzen) kwam na de bouw van het Rijksmuseum in 1885 bekend te staan als het walhalla voor kunst- en antiekliefhebbers. Handelaren streken er logischerwijs neer, zodat bezoekers van het museum in een rechte lijn konden doorlopen om iets moois voor thuis aan te schaffen.

“In die tijd was dit nog een oude volksbuurt,” zegt stadshistoricus Tim Verlaan (Universiteit van Amsterdam). “De middenstand werd toen juist verdreven door de komst van de kunst- en antiekzaken, vooral in de jaren dertig. Rond dezelfde tijd vestigden kantoren en banken zich langs de Vijzelstraat. Het Spiegelkwartier is die grootschaligheid bespaard gebleven. Na de Tweede Wereldoorlog werd de buurt wat deftiger door de komst van intellectuelen die zich hier wilden vermaken met kunst.”

Onder de nieuwkomers in de buurt zijn onder andere brillenwinkel Ace & Tate en Rains. 'Als het regent, kopen de toeristen een regenjas, als de zon schijnt een zonnebril.' Beeld Matthijs Immink
Onder de nieuwkomers in de buurt zijn onder andere brillenwinkel Ace & Tate en Rains. 'Als het regent, kopen de toeristen een regenjas, als de zon schijnt een zonnebril.'Beeld Matthijs Immink

Rond 1980 zaten er zo’n tachtig zaken. “De huren waren aanvankelijk nog niet zo hoog, daardoor kon je er nog een antiekwinkeltje beginnen. Dat is met de komst van de Noord/Zuidlijn en de Rode Loper, de herinrichting van de bovenliggende straten, wel veranderd.”

Het aanbod in het Spiegelkwartier is in de loop der jaren gehalveerd; er zijn nu nog zo’n veertig zaken te vinden die handelen in kunst of antiek. Zeker de laatste jaren gaat het hard: sinds grofweg 2018 zijn ruim twintig galeries, antiquairs en juweliers opgedoekt. Verlaan: “Mensen uit het hele land wisten: voor kunst en antiek moet je in het Spiegelkwartier zijn. Nu begint de buurt heel sterk te lijken op de Negen Straatjes, die ook al zo verschraald zijn geraakt. De hoofdstad moet idealiter een plek zijn waar Nederlanders en Amsterdammers zelf ook iets te zoeken hebben.”

Zonnebrillen en regenjassen

De coronapandemie heeft logischerwijs veel schade aangericht bij de ondernemers. Niet alleen waren de galeries en winkels maandenlang gesloten, de welgestelde buitenlandse toeristen zijn nog steeds niet in groten getale teruggekeerd. Voor meerdere ondernemers was het de druppel, zo ook voor Wouter Janssen van galerie De Schildercamer. Na de zomer vertrekt hij na achttien jaar uit de Nieuwe Spiegelstraat. “Ik verkocht vroeger voor 95 procent aan vermogende Amerikanen, Russen en Chinezen. En nu? Niks.”

De leegloop heeft niet volledig te maken met een gebrek aan de juiste clientèle of problemen vanwege de coronapandemie. Een deel van de handel is verplaatst naar grote beurzen, ondernemers zijn overleden of met pensioen gegaan en opvolgers staan, zeker in de antiekwereld, niet bepaald in de rij.

Wat vooral opvalt bij een ommetje door het Spiegelkwartier: de nieuwe zaken die in de leegstaande panden trekken, zijn vaak geen kunsthandelaren of antiquairs. Zo wordt er momenteel druk getimmerd in de voormalige galerie Lieve Hemel, die in 2020 na 24 jaar verhuisde van de Nieuwe Spiegelstraat naar de Elementenstraat in West. Hier opent binnenkort broodjeszaak Zero Zero, van de eigenaren van restaurant Ceppi’s op de Lijnbaansgracht. In de voormalige galerie van edelsmid Anneke Schat (bekend van de Televizier-Ring, ook vertrokken in 2020) huist nu een handel in koffiemachines en -bonen. Kunstenaar Peter Donkersloot verhuisde zijn galerie ook in het coronajaar, naar het Gelderse dorp Kerk-Avezaath. In zijn oude galerie zit nu een showroom van een interieurontwerpbedrijf.

Typische toeristenwinkels met bijvoorbeeld souvenirs zijn sinds 2017 verboden, maar hier en daar begint het aanbod zich stiekem toch weer op toeristen te richten, ziet Jutta Huisman, sinds 23 jaar eigenaar van hedendaagsekunstgalerie Villa del Arte. Sinds kort hebben zij en haar partner Marcel de vijfde vestiging van brillenmerk Ace & Tate als buren en nog een pandje verderop regenjassenwinkel Rains. “Als het regent, kopen de toeristen een regenjas, als de zon schijnt een zonnebril.” De straat is steeds meer een doorgangsroute geworden om van de stad naar het Rijksmuseum te lopen, zegt Marcel. Lachend: “Een slenterstraat. Als ik rijk zou willen worden, zou ik hier pizzapunten gaan verkopen.”

Pepernoten midzomer

Ook tamelijk nieuw in de straat: Eyemazy, een Duits concept dat ‘decoratieve irisfotografie’ verkoopt (kunstwerken met daarop een foto van je eigen oog), en Russisch modemerk Krakatau, dat vooral in sportieve windjacks handelt. En dan is er nog Oh my Cake (macarons, muffins en andere zoetigheden) en World of Peppernuts, dat in het pandje trok waar dertig jaar lang juwelier Marij Kaak zat. ‘Hollands’s nr 1 chocolate cookie shop’ verkoopt pepernoten met een chocoladelaagje-met-smaakje, zoals ‘Dutch Syrup Waffle’ en ‘Toffee Crunch’.

“Pepernoten, midzomer… hoe háál je het in je hoofd?” zegt een winkelier verderop in de straat, die liever niet met naam genoemd wordt, omdat ze haar handel niet negatief wil beïnvloeden. “Dat is toch niks?”

Het karakter van de straat is met de komst van die andersoortige winkels al met al behoorlijk veranderd, zegt de ondernemer. “Klanten van de Tefaf, de kunstbeurs in Maastricht, waren hier onlangs sinds jaren op bezoek. Die waren gewoon in shock: ze kenden de straat niet meer terug. Het lijkt hier wel de Kalverstraat, zeiden ze.”

Nieuwe verzamelaar

Een jonge handelaar die wél in een leegstaand antiquariaat trok, is Dickie Zebregs (30). Hij begon eind 2019 met compagnon Guus Röell een kunst- en antiekzaak op de hoek van de Nieuwe Spiegelstraat en de Keizersgracht, Zebregs&Röell Fine Art and Antiques. Zijn zaak is ingericht als een soort rariteitenkabinet, met overal opgezette dieren (zo hangen er twee gigantische krokodillen aan het plafond), stukken koraal en bijzondere meubels. Hier vind je duidelijk het wat meer modieuze spul vergeleken met de rest van de straat. “Wij hebben objecten die erg tot de verbeelding spreken, die gaan over de wereldontdekking door Europa, slavernij, het koloniale verleden of zoölogie. Breed en eclectisch: dat is wat de nieuwe verzamelaar graag wil.”

Zebregs doet naar eigen zeggen prima zaken, ondanks de pandemie en een sluiting van een half jaar vanwege een ongeluk. “Collega’s die ooit een galerie hadden in de straat reageren verbolgen als ze lollig vragen aan mij of mijn 78-jaar oude zakenpartner ‘of het nog gaat aan de Spiegelstraat’ en wij ze antwoorden dat de zaken nooit beter zijn gegaan. Een galerie aan de Spiegelstraat werkt als je goede spullen hebt, ook als er geen andere antiquairs meer zijn. Alleen al door de ligging.”

Volgens Zebregs zijn er heus jonge handelaren die oren hebben naar een pandje in het Spiegelkwartier, maar zijn de huren veel te hoog. De ruimte die De Schildercamer binnenkort achterlaat, staat nu bijvoorbeeld te huur voor 14.000 euro per maand. “Echt een absurd bedrag. Verhuurders geven er niets om wat er in de ruimte komt. Of het nu een Nutellawinkel is of een prachtige antiekzaak. Als ze maar de hoogste prijs vangen en hun reeds volle zakken kunnen vullen. Ik probeer met man en macht leegstaande winkels onder de aandacht van bevriende handelaren te brengen, zodat zij wellicht met twee of drie een eclectische winkel kunnen creëren. Dan hoef je er niet dagelijks te zijn en kunnen ze de huur delen.”

Robbert van Ham, eigenaar van galerie Jaski, loopt sinds 1988 rond in de buurt. Hij is voorzitter van de ondernemersvereniging van het Spiegelkwartier en ziet met lede ogen aan dat zijn buurtje smoel verliest. “Natuurlijk, het liefst zou ik de hele straat volzetten met kunst, antiek en curiosa. Maar je moet ook reëel zijn: die antiquairs zijn er gewoon niet, en anders lopen ze tegen die huurprijzen aan. Gemiddeld zit dat nu op tussen de 4000 en 8000 euro per maand.”

Volgens wethouder Mbarki (Aanpak Binnenstad) wordt momenteel gekeken naar een mogelijke herinrichting van de Nieuwe Spiegelstraat. Beeld Matthijs Immink
Volgens wethouder Mbarki (Aanpak Binnenstad) wordt momenteel gekeken naar een mogelijke herinrichting van de Nieuwe Spiegelstraat.Beeld Matthijs Immink

Van Ham vindt, net als Zebregs en een boel (oud-)ondernemers, dat de gemeente zou moeten ingrijpen om het historische karakter van de Spiegelstraat te beschermen. Bijvoorbeeld via een wijziging in het bestemmingsplan, zoals eind vorig jaar ook is gedaan voor 165 panden in de binnenstad. Vooralsnog wordt daar echter nog niet naar gekeken: pas als nieuwe ondernemers zich niet houden aan het huidige bestemmingsplan wordt overgegaan tot actie, laat wethouder Sofyan Mbarki (Aanpak Binnenstad) weten via zijn woordvoerder (zie kader voor zijn volledige reactie).

Chique modewinkel of topjuwelier

Van Ham denkt ook dat er weer meer hoogwaardige ondernemers naar het Spiegelkwartier getrokken zouden worden als de in richting van de straten onder handen zouden worden genomen. “Ik zou graag de Amsterdammertjes eruit willen, en een verhoogde stoep. Als er nu iemand staat te lossen slingeren de fietsers tussen de Amsterdammertjes en voetgangers door. Er gebeuren hier dagelijks ongelukken, en het ziet eruit als een rommeltje.”

Naar zo’n herinrichting wordt momenteel gekeken, laat Mbarki weten. “Wij zijn aan het kijken naar mogelijkheden om een deel van het Spiegelkwartier mee te nemen bij de uitvoeringswerkzaamheden van de Kerkstraat, maar daar hebben we nog geen zicht op.”

In de toekomst zou het Spiegelkwartier wellicht omgedoopt kunnen worden tot een ‘Art & Fashion District’, zegt Van Ham. “Een mooie winkel van zeg Dior of Prada: dat zou ik prima vinden. Als er maar kwalitatief hoogstaande zaken komen, die de buurt weer een beetje in de lift kunnen brengen.”

Daar is Ans Hemke-Kuilboer, die deze maand na 45 jaar haar winkel sloot om met pensioen te gaan, het roerend mee eens. Het pandje dat zij al die decennia op de hoek met de Prinsengracht gebruikte voor haar juwelenwinkel is haar eigendom en komt dus binnenkort te huur. Zij neemt alvast het heft in hand om de buurt te beschermen. “Een chique modewinkel, of een topjuwelier met een unieke collectie: die zijn meer dan welkom. Maar hier komt géén pepernotenwinkel.”

Amsterdammer weg uit Centrum

Amsterdammers winkelen steeds minder in de binnenstad, bleek onlangs uit de laatste editie van het onderzoek De staat van de stad. Het aandeel Amsterdammers dat de laatste keer dat ze een modeartikel aanschaften dat in het Centrum deden, is in een jaar tijd gedaald van 30 naar 22 procent. Ondernemers in de Leidsestraat en het Koningsplein zijn daarom een charme-offensief gestart met kortingen en complimentenmeisjes, met als doel die Amsterdammer weer te verleiden om te komen winkelen in de binnenstad.

Reactie wethouder Sofyan Mbarki (Aanpak Binnenstad)

“Wij zien ook veranderingen in het Spiegelkwartier en een verschuiving in de invulling van de panden. Kunst en antiek is een specifieke markt waar jonge ondernemers niet zo makkelijk meer instappen of er wordt gekozen voor een online platform. Wij staan in nauw contact met de ondernemersvereniging en pandeigenaren en vanuit de gemeente bieden wij al langere tijd onze hulp aan om met elkaar in gesprek te gaan.”

“Het is belangrijk om de lijnen tussen de ondernemers, pandeigenaren en de kunst- en antiekmarkt kort te houden. Eigen initiatieven van pandeigenaren die samen met ondernemersverenigingen zelf zorgen voor kwalitatief winkelaanbod in de straat moedigen wij aan. Mochten er ondernemers in de panden komen die zich niet houden aan het bestemmingsplan, dan gaan wij over tot actie.”

“Wij zijn aan het kijken naar mogelijkheden om een deel van het Spiegelkwartier mee te nemen bij de uitvoeringswerkzaamheden van de Kerkstraat, maar daar hebben we nog geen zicht op. Dit nemen we mee in onze gesprekken met de ondernemers en bewoners.”

Het aantal antiek-, kunst- en juwelenzaken loopt al jaren terug

In heel Nederland neemt het aantal winkels voor kunst, antiek en juwelen al jaren af, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het afgelopen decennium nam het aantal kunsthandels af met 41 procent (van 1360 in 2012 tot 805 nu), en het aantal antiekzaken met 36 procent (van 1315 in 2012 naar 845 nu). Juweliers liepen ook fors in aantal terug: met 24 procent. Waren er in 2012 nog 2105 winkels waar je terecht kon voor juwelen, momenteel zijn het er 1605.

Het CBS verstrekt ook cijfers van Groot-Amsterdam, waartoe ook nog 12 omringende gemeentes behoren als Amstelveen, Landsmeer en Purmerend. Daar is een vergelijkbare trend zichtbaar: het aantal kunsthandels nam af met 40 procent (van 235 naar 140), de antiekzaken met 26 procent (van 135 naar 100 winkels) en de juweliers met 21 procent (van 190 naar 150).

Meerdere factoren lijken mee te spelen bij de afname van het aantal zaken: een deel van de handel heeft zich verplaatst naar beurzen en online, de hoge huurprijzen zijn, zeker in Amsterdam, niet op te brengen en de mode is veranderd, waardoor de consument geld liever elders besteedt.