Plus

Het noodzakelijke kwaad van het proefdierlab van Amsterdam UMC: ‘Het kan helaas niet op een andere manier’

In het Animal Research Institute van het Amsterdam UMC zitten deze ratjes twee aan twee in hun kooitjes. Beeld Dingena Mol
In het Animal Research Institute van het Amsterdam UMC zitten deze ratjes twee aan twee in hun kooitjes.Beeld Dingena Mol

Amsterdam UMC wil transparanter zijn over de eigen proefdieren. Als het kan, vindt onderzoek naar medische behandelingen plaats zonder proefdieren. Muizen en ratten blijven echter noodzakelijk bij pogingen menselijk leed te verzachten, zo bleek woensdag bij een symposium.

Jop van Kempen

Kleren uit, schoenen uit en handen wassen. Voordat de deuren van het proefdiercentrum opengaan, moeten bezoekers over hun eigen onderbroek en sokken een ontsmette broek en trui aantrekken. Dat moet voorkomen dat mensen de proefdieren infecteren met virussen of bacteriën die het onderzoek in de war sturen. Met gereinigde slippers en een haarnetje volgt een rondleiding in Aria: Animal research institute AMC.

Buiten de penetrante geur en de populaire radiomuziek op de speakers valt op hoe gestructureerd de muizen en ratten zijn gerangschikt. De meeste dieren scharrelen minimaal met z’n tweeën in plastic bakken met daarop informatie over de dieren of het onderzoek. De bakken zijn voorzien van zacht strooisel, kartonnen huisjes en voedsel. Tijdens het korte leven van de dieren – zo’n vier tot zes maanden – worden de natuurlijke omgeving en leefwijze nagebootst. Onder andere omstandigheden kunnen muizen en ratten enkele jaren oud worden.

“Als we dieren vanwege het medisch onderzoek doden, gebeurt dat door het wijzigen van de samenstelling van de lucht die ze inademen,” zegt Cindy Wardekker-Schlosser, manager bedrijfsvoering van het proefdiercentrum op de locatie AMC. “We voegen CO2 toe ten koste van zuurstof. Eerst verliezen ze het bewustzijn en pas dan stoppen ze met ademen.”

Om de realiteit van het proefdieronderzoek te verzachten werd in het verleden wel gesproken van ‘euthanasie’, zegt Wardekker-Schlosser. “Dat is natuurlijk onzin, omdat de dieren geen keuze hebben. Het is doden.”

In beide handen optillen

Die directheid maakt deel uit van de hang naar meer transparantie over proefdieronderzoek, dat vanwege het dierenleed altijd een beetje verhuld bleef. Dat onderzoekers de dieren niet meer bij de staart oppakken, maar ze in beide handen optillen, hoort daar ook bij. Met de toenemende aandacht voor dierenwelzijn wil Amsterdam UMC laten zien wat er precies gebeurt in de twee proefdierlaboratoria – één bij locatie AMC en één bij locatie VUmc, dat binnenkort wordt vernieuwd – en met welk doel.

In navolging van richtlijnen van de overheid en de Europese Unie streven medische instellingen al jaren naar minder proefdieren. Met computersimulaties, gekweekte organen en beter gebruik van de wetenschappelijke literatuur moet overbodig dierenleed worden voorkomen. Vorig jaar tekende Amsterdam UMC een transparantie-overeenkomst over dierproeven. Tijdens het symposium ‘Proefdier(vrij) onderzoek – waar staan we nu?’ stond de instelling woensdag stil bij verleden, heden en toekomst.

Stan van de Graaf, hoogleraar hepatologie en metabolisme, buigt zich over de toekomst van het proefdieronderzoek in Amsterdam. Beeld Dingena Mol
Stan van de Graaf, hoogleraar hepatologie en metabolisme, buigt zich over de toekomst van het proefdieronderzoek in Amsterdam.Beeld Dingena Mol

“In 2020 gebruikten we ruim 16.000 proefdieren,” zegt Stan van de Graaf, die zich als hoogleraar hepatologie (‘lever- en galwegenkunde’) en metabolisme buigt over de toekomst van het proefdieronderzoek in Amsterdam UMC. “Pakweg 25 jaar geleden ging het om het dubbele.”

Geen schapen en varkens meer

De laatste jaren is de daling echter gestagneerd. Wel kwam er een verandering in het soort dieren: geen schapen en varkens meer, alleen nog muizen, ratten en incidenteel konijnen. Mede dankzij technische innovaties in het snijdonderwijs en een stijging van het aantal mensen dat het lichaam na overlijden ter beschikking stelt aan de wetenschap, zijn grotere dieren overbodig.

Proefdieren zullen echter nodig blijven bij pogingen het leed van mensen te verzachten, zegt Van de Graaf. “Proefdieronderzoek is namelijk noodzakelijk om inzicht te krijgen in de wijze waarop verschillende organen op elkaar inwerken. Dat kan helaas niet op een andere manier. Ja, met mensen, maar dat vinden we veelal onethisch.”

Proefdieren worden in Amsterdam UMC gebruikt bij onderzoek naar het bestrijden van tumoren met vaccins. En bij de zoektocht naar de behandeling van chronische darmklachten. Ook zijn ze onmisbaar bij het vergaren van kennis over het afweersysteem bij auto-immuunaandoeningen of bij het bewaren van de vruchtbaarheid van jonge jongens met kanker. “Alle moderne behandelingen en geneesmiddelen zijn mede te danken aan proefdieronderzoek,” aldus Van de Graaf.

Bij het proefdiercentrum zijn ze echter niet blind voor dierenleed. Van de Graaf is vegetariër: “Er worden in Nederland jaarlijks 400 miljoen dieren geslacht voor vleesconsumptie, dat gaat om 1000 keer meer dode dieren dan proefdieren.” Manager bedrijfsvoering Wardekker-Schlosser deed als 17-jarige mee aan demonstraties tegen dierenleed. “Ik dacht dat onderzoekers dierenbeulen waren, maar dat bleek niet te kloppen. Binnen de grenzen van het onderzoek waak ik nu over dierenwelzijn.”

Animal Rights is sceptisch

“Wij zijn toch wat sceptisch over dit initiatief tot transparantie van Amsterdam UMC,” zegt Rowena Vanroy van Animal Rights. “Natuurlijk juichen we plannen toe om het gebruik van proefdieren te verminderen en de dieren beter te verzorgen, maar we moeten eerst zien dat het daadwerkelijk gebeurt. Het aantal dierproeven in Nederland daalt de laatste jaren niet echt.” (zie graphic)

Vanroy wijst erop dat Amsterdam UMC tot dusverre geen gedetailleerde informatie publiceert over dierproeven, bijvoorbeeld in een jaarverslag. Stan van de Graaf (Amsterdam UMC) zegt dat dat op termijn meer zal gebeuren. “We kunnen niet alles vrijgeven, omdat we onderzoeksgroepen elders op de wereld niet wijzer willen maken. Wetenschappers concurreren onderling.”

Dierenrechtenactivist Janneke Hogervorst van Peta – ‘People for the ethical treatment of animals’ – was uitgenodigd op het symposium van Amsterdam UMC. Ze stelt dat dierproefonderzoek eigenlijk weinig oplevert voor mensen. “Van de dierproeven leidt 95 procent niet tot een echte toepassing. Ik pleit ervoor om dierproeven alleen in te zetten bij levensbedreigende ziekten.”

Van de Graaf is van mening dat dierproeven die niet meteen leiden tot een concrete toepassing voor mensen, wel degelijk bijdragen aan echte behandelingen en geneesmiddelen. “Studies naar concrete toepassingen voor mensen bouwen vaak voort op wetenschappelijke kennis die met andere studies is opgedaan. De ene studie kan niet zonder de ander, zo zit de wetenschap in elkaar.”

Meer over