PlusReportage

Het lerarentekort en corona vergen het uiterste op deze school: ‘Please, niet nog een zieke’

Op basisschool De Krijtmolen in Noord kwamen ze al structureel leerkrachten tekort voor corona. Beeld Lin Woldendorp
Op basisschool De Krijtmolen in Noord kwamen ze al structureel leerkrachten tekort voor corona.Beeld Lin Woldendorp

Lerarentekort en oplopende besmettingen: op Amsterdamse scholen is het ‘houtje-touwtjewerk’. Op De Krijtmolen in Noord staan grieperige juffen voor de klas en krijgt kleuterklas A noodgedwongen vrij.

Raounak Khaddari

Het is één minuut voor acht ’s ochtends als dertien collega’s zich verzamelen in de open lerarenkamer op basisschool De Krijtmolen in Molenwijk. Een juf is net te laat om nog een kop thee te scoren voor de check-in begint. Ze staan in een cirkel om de middentafel waar nog een wenskaart ligt voor een collega. Of iedereen daar vandaag nog iets op wil schrijven, is het dringende verzoek.

Als er centraal wordt gevraagd welke collega ‘rood’ is, steekt onderwijsassistent Monique (de medewerkers van de school willen niet met hun achternaam in de krant) haar hand op. Het kleurensysteem beslaat groen, oranje en rood. Rood betekent dat het niet goed gaat, groen logischerwijs het tegenovergestelde. Ze leunt tegen de muur met haar handen in haar zakken. Het gebied rondom haar neus is ook rood. Of ze er wat over wil vertellen: “Ik ben moe en ziek en ik heb geen corona. Ik heb me getest.”

Op het bord schrijft een leerkracht haar naam bij het rode bolletje terwijl een ander zachtjes zegt: “Jij moet naar huis en uitzieken.” Monique: “Dat kan niet, ik heb de klas van Michelle vandaag, anders hebben die kleuters geen juf.”

Het is de realiteit waar scholen nu dagelijks mee te maken hebben: zieke juffen, meesters of ondersteunend personeel kunnen door de al krappe bezetting niet altijd worden vervangen, terwijl het aantal besmettingen blijft stijgen en daarmee ook het aantal onderwijzers dat tijdelijk of voor langere tijd uitvalt.

Kwetsbare leerlingen

Op de basisschool in Molenwijk kwamen ze al structureel leerkrachten tekort. Omdat ze geen uitweg meer zagen, hebben ze begin november van drie bovenbouwklassen twee grotere klassen gemaakt. En dat op een school waar een groot deel van leerlingenpopulatie kwetsbaar is.

Begin dit jaar bezocht Het Parool de school van toen nog directeur Jorrit Liesting ook al, midden in de derde golf. Hij legde toen uit waarom hij heel groep 8 had teruggehaald, terwijl de scholen eigenlijk verplicht waren thuisonderwijs te geven. “Ouders zijn niet altijd de Nederlandse taal machtig, voor veel kinderen is school de veilige haven waar ze even zorgeloos kind kunnen zijn en thuis is niet altijd ruimte voor een eigen plek om te leren.”

Cynisch genoeg zit Liesting nu zelf sinds enkele maanden ziek thuis. De Krijtmolen is een buurtschool, de meeste kinderen komen uit Molenwijk. Het is een wijk van sociale huurflats tussen buurten met almaar duurder wordende koopwoningen. Waar in de hele stad het aantal arme huishoudens tussen 2010 en 2019 licht daalde, steeg dat in Molenwijk van 22 naar 30 procent.

Er checken deze dinsdagochtend twee mensen ‘geel’ in en de rest van het team is ‘groen’. Bij de mededelingen wordt gemeld dat er nog gewacht wordt op een paar officiële testuitslagen van leerlingen. Een leerling is positief getest en als er drie kinderen positief testen, moet de hele klas naar huis.

“Ik heb nog een issue,” zegt een onderbouwleerkracht. “Kinderen worden soms verkouden naar school gestuurd, zonder officiële GGD-test gedaan te hebben. Daar voel ik me niet prettig bij.” De afspraak van testen bij klachten wordt niet door elke ouder nageleefd. “Ik kan wel elke keer de strijd aangaan met ouders, maar het is een strijd die ik niet kan winnen.” Intern begeleider Diana: “Laten we vooral een vriendelijke toon houden naar ouders. Laten we het positief houden.”

Ook tekort aan schoolleiders

Het is ook een strijd die de directie moet voeren, zegt Arie Wim Kars die sinds de uitval van directeur Liesting tijdelijk directeur is van twee scholen. Hij is niet de enige leidinggevende die bijspringt: in het onderwijs is behalve een lerarentekort ook een tekort aan schoolleiders. Uit de meest recente cijfers van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) blijkt dat er een tekort is van 850 schoolleiders in Nederland. Een op de twintig scholen heeft dus geen directeur. De adjunct van montessorischool De Krijtmolen is nog in opleiding en dus pendelt Kars tussen de Krijtmolen en OBS Twiske waar door corona ook een crisis is.

Op OBS Twiske geeft adjunct-directeur Maite Merk bijvoorbeeld tussen haar directietaken door online les aan de middenbouw, omdat een leerkracht ziek is. Vandaag zijn daar twee leerkrachten met covid en vijf leerkrachten ‘gewoon’ ziek. Uit nood zijn er drie gepensioneerden ingevlogen om kinderen van lessen te voorzien. Merk noemt het zelf ‘houtje-touwtjewerk’ en ‘roeien met de riemen die we hebben’. “Het is ontzettend aanpoten, maar je doet het voor de kinderen.”

Het gebeurt regelmatig dat de directeur en adjunct-directeur onderweg naar school vanuit de auto al per telefoon werkoverleg hebben, om alvast te puzzelen op het rooster. Merk: “Als mijn telefoon ‘s ochtends gaat, is het eerste wat ik denk: please, niet nog een zieke, please, niet nog een.”

Zieke juffen, meesters of ondersteunend personeel kunnen door de al krappe bezetting niet altijd worden vervangen. Beeld Lin Woldendorp
Zieke juffen, meesters of ondersteunend personeel kunnen door de al krappe bezetting niet altijd worden vervangen.Beeld Lin Woldendorp

Bij De Krijtmolen zit de check-in er inmiddels op en loopt iedereen naar zijn eigen klas. Intern begeleider Diana is eigenlijk verantwoordelijk voor de leerlingenzorg en begeleidt leerlingen of klassen. Maar vandaag staat ze zelf voor de klas, ‘omdat het niet anders kan’.

Diana, die eigenlijk vier dagen werkt, maakt niet zelden een fulltimewerkweek. “Het lukt niet meer in vier dagen,” zegt ze. “Je wil het goed doen voor die kinderen. Maar een dag lesgeven betekent dat er veel ander werk blijft liggen, wat ook nog moet worden gedaan.” Overuren in het onderwijs worden niet uitbetaald.

In haar klas, die sinds november 26 kinderen telt, is het rustig. Groep 6 krijgt spelling en groep 7 is zelfstandig aan het werk met hun weektaak. Yosan (10) uit groep 7 vindt het jammer dat ze nu in een grote klas zit. “Je krijgt minder aandacht en de Cito-toets komt eraan. Ik krijg stress over mijn hele hoofd als ik daaraan denk.”

Elif (10) wil zich het liefst ziek melden op de dag van de toets. Ze zit pas in groep 6, maar maakt zich nu al zorgen. “Toen er even geen school was, werd alles voor mij nog moeilijker. Vooral rekenen. En in deze klas kun je niet altijd je hele weektaak bespreken. Andere kinderen moeten ook tijd krijgen.” Toch weet ze dat het slechter kan. “Als ik moet kiezen tussen deze klas of thuis, dan wil ik in deze klas blijven zitten.”

Taalachterstand

De kinderen krijgen niet mee wat er buiten de klas gebeurt. De onderwijsassistent die zich vanmorgen al ziek voelde, heeft het moeilijk. Ze gaat op aandringen van collega’s toch naar huis. De voor- en vroegschoolse educatiemedewerker (vve'er), die lessen voor kinderen met een taalachterstand begeleidt, springt in. Maar dat kan alleen als de administratief medewerker terug is, die even van haar plek is en wordt vervangen door de vve’er. Directeur Kars springt in.

Een dag later is kleuterklas B vrij, omdat er geen vervanging is. Kleuterklas A is al een keer vrij geweest en om het leed te verdelen moet nu de andere klas naar huis. “Dat is de wisseltruc,” zegt Kars gekscherend. Hij moet er niet aan denken dat scholen weer moeten sluiten. “Kinderen hebben school nodig en zo kunnen we elke dag even kijken: gaat het goed? Heeft een kind of een ouder iets nodig? Kunnen we ergens bij helpen? Een sluiting zorgt ervoor dat vooral deze kinderen op achterstand raken.”

Ook een buitenstaander kan zien: lesgeven vraagt veel van docenten. Zo geeft juf Simone van de middenbouw een dag later aan dat ze stress heeft. Ze vraagt zich af of ze de kinderen wel de aandacht kan geven die ze verdienen. Al die uitdagingen bezorgen directeur Kars op zijn beurt ook weer stress. “Ik heb dagen dat ik wakker word met een verhoogde hartslag en dat is dan maar zo. We doen nu wat we kunnen.”

Kars baalt ervan dat Den Haag zo slecht met onderwijzers omgaat. “Vooral op het gebied van salaris en ondersteuning. Arie Slob, die man die uit het veld komt nota bene, laat ons in de steek. Onderwijs is de basis van onze samenleving, daarop kunnen we met z’n allen bouwen.”

Kars ziet op de korte termijn geen andere oplossing dan elk moment van de dag, hoe hectisch ook, improviseren en ervoor zorgen dat kinderen zo min mogelijk merken van de chaos op de achtergrond. “Kinderen hebben recht op topleerkrachten. En als je je als leraar of onderwijsassistent niet lekker voelt, dan speel je maar dat je je goed voelt. Ik check ook altijd in op groen, omdat je daarmee een toon zet: we gaan ervoor. Dat willen die kinderen ook zien.”

Meer over