PlusExclusief

Henk Schiffmacher: ‘De stad houdt van mij, heb ik gemerkt’

Toen Henk Schiffmacher vijftig jaar geleden naar Amsterdam verhuisde, kostten de eerste grote partijen cocaïne hem zijn eerste huwelijk. Inmiddels heeft hij al jaren een tattooshop in De Pijp. ‘We zijn veranderd in veredelde schoonheidsspecialisten.’

Robert Vuijsje
Henk Schiffmacher: ‘Ik ben blij dat ik niet meer op de Wallen zit, je kunt er nu over de hoofden lopen.’ Beeld Erik Smits
Henk Schiffmacher: ‘Ik ben blij dat ik niet meer op de Wallen zit, je kunt er nu over de hoofden lopen.’Beeld Erik Smits

Ineens schalt de stem van Henk Schiffmacher door zijn tattooshop op de Ceintuurbaan. Achter in de zaak wordt een jongeman getatoeëerd. Schiffmacher waarschuwt: “Daar gaat er een flauwvallen.” De jongeman herpakt zich en Schiffmacher praat verder alsof er niets is gebeurd. Hij doet dit al meer dan veertig jaar.

De shop ligt in De Pijp. “De buurt is ernstig veryupt,” zegt Schiffmacher. “Elk pandje dat vrijkomt wordt direct in tweeën geknipt en verhuurd. Mijn dochter woont op het Gerard Douplein. Het hele zooitje zit daar aan het lachgas en de cocaïne.” Met een bekakte stem: “Hé gast.”

Wat voor tattoos willen ze?

“De jongens willen gangstertje spelen, die zoeken iets stoers. Alleen zien ze het als een H&M-geval, dat ze even een broek komen doorpassen. Als de tattoo niet bevalt, laat je er toch een nieuwe overheen zetten? Of ze willen dit woord boven hun knie: ‘knee’. Dat zien ze als humor.

“De meisjes willen ook letters, maar die moeten op z’n kop worden geschreven zodat ze het zelf kunnen lezen. Dat is de individualisering van de samenleving. Ik vraag dan: een naambordje hang je toch ook niet aan de binnenkant van de voordeur? ‘Breathe’ om zichzelf eraan te herinneren dat ze moeten ademhalen. Of andere teksten, over dat ze geen alcohol meer drinken en vegan zijn.”

“Wat ik het ergste vind: volgepompte heren die meedoen aan Temptation Island. Als een soort David Beckham zitten die helemaal onder. Het is niet meer de taal van de zeeman. Laatst kreeg ik hier een moeder binnen met haar dochter van vijftien: ze wil een sleeve, kunt u die nu zetten? Ik moet dan uitleggen: mevrouw, dat kan niet in één keer.”

De zaak is hier nu een kleine vijftien jaar gevestigd, Schiffmacher weet niet meer exact hoe lang. Eerst zat hij jarenlang aan de Oudezijds Achterburgwal, in een pand van Big Willem, de toenmalige baas van de Hells Angels. “Met hem kreeg ik een argumentje, alleen was hij niet zo goed met argumenten. Toen had ik geen andere keuze dan weggaan. Jarenlang kreeg ik Hells Angels vanuit de hele wereld over de vloer. Ik ben er zonder veel kleerscheuren uitgekomen.”

Het grootste verschil tussen een zaak in De Pijp en op de Wallen? “Daar heb je meer spontane aanlopers. Het oude gezegde: stewed, screwed and tattooed. Gevreten, geneukt en een tattoo laten zetten – dan was je uitgeweest. Maar ik ben wel blij dat ik daar niet meer zit, je kunt er nu over de hoofden lopen.”

Het eerste dat hem opviel toen Schiffmacher vanuit de Veluwe naar Amsterdam kwam: hier werden gesprekken gevoerd, in cafés. Daar wil hij over vertellen, maar eerst nog even over prins Bernhard. Niet de jongen met die bril die hier de hele buurt heeft opgekocht. Zijn opa, de prins-gemaal van Juliana. “In die tijd hadden niet veel mensen tattoos. Bij een gelegenheid waar een foto van hem werd gemaakt, kwam ineens een plaatje van een harpoenachtig ding tevoorschijn op zijn arm.”

“Bernard wilde nooit vertellen wat het was. Mijn latere vrouw Patricia Steur, de fotografe, was in die tijd getrouwd met de zoon van Erik Hazelhoff Roelfzema. Bij een banket kon ze het hem vragen. Hij haalde een ketting tevoorschijn, om zijn nek droeg hij ook zo’n harpoenvormig teken. Bernard vertelde dat hij was abducted by aliens, die hadden hem het voorwerp gegeven dat hij nu om z’n nek had. Zoals het een goed crimineel betaamt, droeg hij zijn tatoeage verstopt.”

Maar nu over zijn entree in Amsterdam. Schiffmacher was opgegroeid in Harderwijk, als oudste van acht kinderen in een slagersgezin. “Mijn vader was een harde man die niet lang argumenteerde over dingen.” Op de Veluwe ontstonden de eerste campings. Daar kwamen gezinnen uit de Randstad. Met hun dochters. “Aan die Harderwijkse meiden viel niet veel te beleven. En als ze je wel iets lieten beleven, was je de volgende dag getrouwd. Amsterdam, dat trok. Met de brommer reed ik erheen.”

Eerst werkte Schiffmacher voor de Bijenkorf. “Op de plek waar nu die parkeergarage zit. We maakten de reclamecampagnes. Ik wilde fotograaf worden, had ook een Hasselbladje. Eerst fotografeerde ik getatoeëerde mensen, daar begon het mee. Mijn tweede huwelijk was met Patricia Steur. We spraken af: zij ging verder met fotografie, ik richtte me op tatoeëren. Ik gaf haar ook mijn fototoestellen.”

Hoe was Amsterdam toen je arriveerde?

“Laat ik het zo zeggen: de eerste grote partijen cocaïne kostten me mijn eerste huwelijk. In de Bethaniënstraat, bij de Wallen, opende Gert-Jan Dröge een nachtcafé, Chez Nelly. Daar had je een eigen spiegel met je naam erop, zodat je aan tafel kon snuiven. Het schijthuis stond vol mensen die hun drugs niet wilden delen.”

Waar kon je in die tijd een tattoo laten zetten?

“Tattoo Peter op de Oudezijds Voorburgwal en Tattoo Cor aan de Wijttenbachstraat. Meer was er niet. Over de hele wereld had je vierhonderd tatoeëerders. Nu zitten er in Nederland 2600. In de jaren zeventig en tachtig begon het te exploderen, door rock-’n-rollartiesten werd het populair. Van piraten zijn we veranderd in een soort veredelde schoonheidsspecialisten.”

Schiffmacher roept naar zijn jongens achter in de zaak: “TikTok, of hoe heet dat? Pinterest. Met hun telefoon komen ze hier binnen: dít plaatje wil ik hebben. Ze willen allemaal een klok met het tijdstip waarop hun kind is geboren.”

Wat vind je van die verandering?

“Ik ben er wat bozig over, teleurgesteld. Vroeger was het duidelijk. Je communiceerde iets. Een anker en een schip: dat is geen vrachtwagenchauffeur. Een doodskop en een zwarte panter: daar moet je geen ruzie mee maken. Het is niet duidelijk wat ze er nu mee willen.”

De markt is wel groter.

“Veel varkens maken de spoeling dun. Meer geld wordt verdeeld onder meer mensen. Maar ik ben nooit een geldmens geweest, het interesseert me niet.”

Ben je beter geworden in het ambacht?

“In ieder vak heb je hoogtijdagen. Dit is een fysiek beroep. Je ogen gaan achteruit. De verfijnde, dunne belettering, dat laat ik nu over aan de jonge gasten die hier werken. Ik kan ook niet meer uren achter elkaar werken. Mezelf over een mevrouw heen buigen omdat ze een tattoo wil op een onmogelijke plek: dat kan ik ook niet meer.”

De week voor het interview was Schiffmacher op vakantie in Frankrijk toen er slecht nieuws kwam. Bob Roberts was overleden, de gewezen eigenaar van Spotlight Tattoo in Los Angeles. Hij werd ook wel Buffalo Bob genoemd, en Cactus Bob. “Een grootheid in onze wereld. Hij speelde saxofoon bij Ruben and the Jets en met Frank Zappa.

“Eind jaren zeventig zaten we met een klein ploegje bij elkaar in Reno, Nevada. We wilden het tatoeëren naar een hoger niveau tillen. In die tijd was het voor hoeren, militairen en criminelen. Bob was daarbij, ik vormde de Europese tak.”

“In 1982 heeft hij nog een tijdje bij me gewerkt, hier in Amsterdam. Hij was het die de Red Hot Chili Peppers naar me stuurde. Ik had nog nooit van ze gehoord en dacht dat ze met tattoos een imago wilden opbouwen, zoals veel bands in die tijd.”

En nu?

“Twee weken eerder had ik Bob nog aan de telefoon. Hij had niet veel lucht. I love you, man. I love you, bro. Dat soort kreten kwamen er nog uit. Toen kwam er een klein covidje overheen en was het afgelopen. Hij is niet echt een familielid, maar komt daar wel in de buurt. We zouden langer in Frankrijk blijven, maar ik zei tegen mijn vrouw: laten we gaan, thuis kan ik dit beter aan. Ik blijf een slagerszoon die moeilijk omgaat met emoties.”

Ben je verbaasd dat je zelf nog leeft?

“Zo kijk ik er niet naar. Voor mij is het uitzicht belangrijk. Ik blijf me verwonderen, ben nieuwsgierig. Het kind in je moet blijven bestaan, dat op onderzoek uit wil. Als je niet meer geïnteresseerd bent in de wereld kom je niet verder.”

“Ik ben nu zeventig. Als ik ’s avonds voor de tv zit, hoor ik: die is overleden, hij was 72. Iedere keer dat je zoiets hoort, krijg je een klein duwtje naar voren. Het worden er steeds meer, die dooien. De wereld om je heen dunt uit.”

Echt Amsterdams
“Burgerlijke ongehoorzaamheid. Een Amsterdammer laat zich niet de wet voorschrijven. Kleine dingen, geen zaken waar je een ander mee lastigvalt. Ik vind het nog steeds een schande dat we geen huizen meer mogen kraken.”

Accent
“Hangt af van de staat waarin ik verkeer en met wie ik praat. Als ik op de Veluwe ben, wil ik weer meedoen in dat dialect.”

Partner
“Een heel echte Amsterdamse. En heel Nederlands: ze heet Van Teylingen. Die familie is mogelijk betrokken geweest bij de moord op graaf Floris V.”

Huur of koop
“Huur, al jaren. Ik woon voor niet al te veel geld op 200 vierkante meter.”

Import
“Of je een Amsterdammer kunt worden als je hier niet bent geboren, weet ik niet. Je kunt wel dichtbij komen, als je verliefd bent op die stad. Dat ben ik. De stad houdt ook van mij, heb ik gemerkt.”

CV
Henk Schiffmacher (Harderwijk, 1952) is de bekendste tatoeëerder van Nederland. Zijn tattooshop, Schiffmacher & Veldhoen, zit op de Ceintuurbaan. Zojuist verscheen zijn nieuwe boek, De grote Borneo-expeditie.

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat, vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Dit is aflevering 24. Lees hier alle afleveringen terug.

Meer over