PlusAchtergrond

Heeft deze meester-timmerman zich laten vereeuwigen door Rembrandt?

Portret van een man met de handen in de zij, 1658, waarschijnlijk Jacob Wesselsz Wiltingh. Beeld Kingston University Canada
Portret van een man met de handen in de zij, 1658, waarschijnlijk Jacob Wesselsz Wiltingh.Beeld Kingston University Canada

Heeft meester-timmerman en projectontwikkelaar Jacob Wiltingh zich net als andere welgestelde burgers van Amsterdam laten vereeuwigen door Rembrandt? Een leesbaar gemaakte rekening in het archief van de Amsterdamse notarissen biedt duidelijke aanwijzingen.

Mark Ponte en Erik Schmitz

Meester-timmerman Jacob Wesselsz Wiltingh was een actieve Amsterdamse ondernemer, die in een huurhuis woonde op de Rouaanse Kaai, tussen de Korsjespoortsteeg en de Brouwersgracht, een van de betere buurten van de stad. Na zijn begrafenis in De Nieuwe Kerk op 17 mei 1661 moesten er dan ook heel wat zaken worden afgehandeld. Zijn boedel kwam in beheer bij zijn zwagers Jan Roelofsz Boldingh en Coop Roelofsz Hoijer. Uit de door notaris Gillis Borsselaer vastgelegde administratie van de boedel, blijkt dat Wiltingh een goed verzorgde begrafenis kreeg waarbij de gasten na afloop van eten en drinken werden voorzien.

Op 1 december 1663 werd door notaris Borsselaer een betaling aan de stadsbode genoteerd, omdat hij naar Rembrandt een bericht had gebracht dat deze diende te verschijnen bij de boedelbeheerders. Uit de notitie van 7 december 1663 blijkt waarom: ‘Betaelt aen Rembrant de schilder voor schilderen vande overleden f. 15:14:-’. Jacob Wesselsz Wiltingh was op dat moment al ruim twee jaar dood. De vraag is dus waar dat openstaande bedrag voor was.

Een mogelijkheid is dat Rembrandt een kopie had gemaakt van een bestaand portret, maar het bedrag is opvallend laag voor een werk van Rembrandt, en het is onduidelijk wat de functie van zo’n kopie geweest zou kunnen zijn. Wiltingh had geen kinderen, en zijn voorouders, migranten uit Oost-Nederland, zullen geen traditie van familieportretten hebben gekend.

Waarschijnlijker was Wiltingh voor zijn dood door Rembrandt geportretteerd. En werd een nog openstaande rekening afgehandeld met de inzet van de stadsbode. Ook al ontbreekt in de passage het woord ‘reste’, dat in andere posten aanduidt dat een bedrag gedeeltelijk was voldaan, is het aannemelijk dat een groter bedrag al was vooruitbetaald. Dat Rembrandt het geld in ontvangst nam, hoeft overigens niet te betekenen dat het portret ook door hem zelf was geschilderd. Het zou in theorie ook door een leerling in zijn atelier vervaardigd kunnen zijn.

Poorterschap

Rembrandts Amsterdamse clientèle behoorde tot de welgestelde burgers van de stad. Hoe past een meester-timmerman als Jacob Wesselsz Wiltingh daarin? Hij duikt voor het eerst op in de bronnen als hij op 20 januari 1651 als immigrant uit Hasselt bij Zwolle het poorterschap van Amsterdam koopt voor de aanzienlijke som van vijftig gulden. Alleen poorters konden lid worden van het timmerlieden- of Sint Jozefsgilde en vervolgens zelfstandig een bedrijf voeren.

Wiltingh werkte mee aan twee bouwprojecten van stadsarchitect Daniel Stalpaert, de kerk in ’s Graveland en het stadhuis op de Dam. Ook opereerde hij als projectontwikkelaar. Op 1 februari 1655 kocht Wiltingh samen met Coop Roelofsz Hoijer voor 1017 gulden een huis in de Jonkerstraat, en op het pas aangelegde eiland Kattenburg kocht hij met stads-meestermetselaar Jan Willemsz Brederode voor 5159 gulden vier bouwkavels in de Grote Kattenburgerstraat, waarop zij vijf huizen bouwden.

Wiltingh nam als meester-timmerman grote opdrachten aan, woonde in een respectabel deel van de stad en werd begraven in een van de twee hoofdkerken. Hij behoorde dus tot de middenklasse van de stad. Rembrandtkenner Gary Schwartz wees er al op dat een deel van Rembrandts geportretteerden uit deze sociaaleconomische groep afkomstig is, net als Rembrandt zelf trouwens.

Verloren testament

Maar wat is er dan met het portret van Wiltingh gebeurd? Uit de boedelafwikkeling is te concluderen er in de jaren 1661-1666 geen schilderij ten behoeve van de boedel is verkocht. Het testament van Wiltingh dat notaris Gerrit Steeman op 10 mei 1661 opmaakte, is helaas verloren gegaan. Waarschijnlijk werden daarin Wiltinghs roerende goederen, waaronder het schilderij, al vermaakt. Misschien is het portret in bezit van één van zijn twee erfgenamen gekomen, zijn zus Willemtie Wessels of Jan Hendricxen Wiltingh, waarschijnlijk zijn neef.

En dan: als er zo’n portret was, hoe zag het er dan uit? Binnen het door het Rembrandt Research Project afgebakende oeuvre is er slechts één mogelijke kandidaat: het Portret van een man met de handen in de zij uit 1658, dat in 1797 met de collectie van de Liverpoolse verzamelaar Daniel Daulby werd geveild. En nu hangt in Canada, in het universiteitsmuseum van Kingston.

De kleding van de geportretteerde man komt niet overeen met de gebruikelijke dracht van welgestelde Hollandse stedelingen in deze tijd. De verklaring daarvoor wordt gewoonlijk gezocht in een mogelijke herkomst uit zuidelijk Europa of een beroep als zeeman – het portret is eerder wel Portret van een Admiraal genoemd – maar daar zijn geen aanwijzingen voor.

Wat het portret wel laat zien, is een zelfverzekerde man. Hoewel zijn kleding en baret ouderwets zijn, doet de pose sterk denken aan Rembrandts eigen Zelfportret in werkkleding uit 1652. Net als Rembrandt kwam Jacob Wesselsz Wiltingh van buiten Amsterdam. Het is goed denkbaar dat hij zijn status als succesvol selfmade ambachtsman wilde benadrukken met een opvallende, zelfverzekerde pose.

Een uitgebreide wetenschappelijke versie van dit artikel is te vinden in De Kroniek van het Rembrandthuis.

Computervondst

Sinds 2016 wordt het notarieel archief in het project Alle Amsterdamse Akten van het Stadsarchief Amsterdam gedigitaliseerd en ontsloten door vrijwilligers. In oktober 2021 waren er ruim 8,8 miljoen scans online beschikbaar, hoofdzakelijk van akten uit de 17de en 18de eeuw. Handmatig onderzoek naar notarisdocumenten rond kunstzaken was zeer tijdrovend. Sinds kort zijn ook handschriften digitaal doorzoekbaar, dankzij het computerprogramma Transkribus. Een van de eerste resultaten van deze revolutionaire ontwikkeling is de vondst van de connectie tussen Rembrandt en timmerman Jacob Wiltingh.