Nieuws

Groningen wil zijn Herepoort terug: ‘Doodzonde dat onze Arc de Triomphe in Amsterdam staat’

Een groep Groningers wil de Herepoort terug. In 1878 brak de stad de poort af vanwege ruimtegebrek. Zeven jaar later werd hij onder leiding van architect Pierre Cuypers weer opgebouwd in de tuin van het Rijksmuseum. ‘Nu is er weer genoeg ruimte voor in Groningen.’

Jesper Roele
De Herepoort bij het Rijksmuseum. Beeld Jean-Pierre Jans
De Herepoort bij het Rijksmuseum.Beeld Jean-Pierre Jans

“Het is doodzonde dat de Arc de Triomphe van Groningen in Amsterdam staat,” zegt Ger Bos. Wat als een eenmansactie in zijn Facebookgroep over de historie van Groningen begon, is uitgegroeid tot een serieuze poging om de Herepoort, waarvan Amsterdammers niet beter weten dan dat die in de tuin van het Rijksmuseum staat, terug te halen naar Groningen.

Naar verluidt stond er al sinds de elfde eeuw bij de Herestraat in Groningen een poort die omgedoopt werd tot Herepoort. In de dertiende, vijftiende en zeventiende eeuw werd de poort vervangen door sterkere en grotere exemplaren, die onderdeel waren van de vestingwerken van de stad om de bevolking tegen vijanden en indringers te beschermen.

Diamantknoppen

In 1878 werd de poort, die afgewerkt is met diamantknoppen en een kroonlijst bevat, ontmanteld. Het stadsbestuur vond hem onhandig worden met het toenemende verkeer in het centrum van de stad. Onder leiding van architect Pierre Cuypers werd de poort in 1885 gedeeltelijk weer opgebouwd in de tuin van het Rijksmuseum.

Sindsdien zijn er al vier initiatieven (1933, 1957, 1988 en 2005) geweest om de poort terug naar zijn geboorteplaats te krijgen, steeds tevergeefs. Volgens diverse stadsbesturen zou het Hereplein nog altijd te krap zijn om een poort van dergelijk formaat te huisvesten. Ook werkte het Rijksmuseum niet mee. Volgens het museum vormt de poort inmiddels tuinarchitectonisch en bouwkundig een geheel met de rest van de tuin. Ook zou de Bergpoort, die eveneens in 1885 is aan komen waaien vanuit Deventer, gesloopt moeten worden als de Herepoort teruggaat naar Groningen.

Ingewikkelde klus

Walther Schoonenberg, architectuurhistoricus en secretaris van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB), bevestigt dat het een ingewikkelde klus wordt voor Groningen om de poort te reconstrueren. “Het is niet de originele stadspoort in zijn geheel die daar ooit gestaan heeft,” zegt hij. “Er zijn twee gevels van stadspoorten, die van de Herepoort en de Bergpoort, in de tuin van het Rijksmuseum tegen elkaar aan gebouwd. En dan is er aan de zijkant ook een balkon op geplaatst van een in 1902 afgebroken huis op de Amsterdamse Herengracht 625. Dat stamt ook uit de zeventiende eeuw en hoort echt bij Amsterdam.”

Toch zegt hij er niet bij voorbaat op tegen te zijn als de poort weer terug naar Groningen gaat. “Als bouwfragmenten in hun oorspronkelijke context terugkeren is dat heel waardevol,” aldus Schoonenberg.

Geld verzamelen

Bos is dat met de architectuurhistoricus eens. “Het is niet voor niets dat architect Cuypers hem weer opgebouwd heeft, maar niemand weet dat de poort er nog is. En er is nu weer genoeg ruimte voor.” Hij heeft het stadsbestuur van Groningen al aangeschreven. Een groeiende groep mensen heeft zich aangemeld om te helpen, zegt hij. “We moeten samen voor voldoende steun zorgen en geld verzamelen om de poort weer terug te halen.” Of hij dan ook weer aan het begin van de Herestraat bij het Hereplein moet komen te staan? “Het liefst wel, maar als het echt niet mogelijk is, kan ergens anders in de stad ook.”

Het Rijksmuseum laat via een woordvoerder weten dat de ‘actie wederom niets zal opleveren’. “De façade van de Herepoort en die van de Bergpoort zijn onlosmakelijk samengesmeed tot één poort. De fragmenten zijn sinds eind negentiende eeuw onderdeel van de permanente collectie van het Rijksmuseum. Ze werden door de steden destijds op de slooplijst gezet. Samen met onder andere door architect Pierre Cuypers geredde fragmenten geven ze een overzicht van de Nederlandse bouwkunst. De tuinen zijn vrij toegankelijk dus iedereen is welkom de bouwfragmenten en de beeldententoonstelling te komen bekijken.”