Nieuws

GroenLinks en D66 gaan gelijk op in de peilingen als grootste partijen van Amsterdam

GroenLinks en D66 lijken in een nek-aan-nek race verwikkeld om de grootste partij van de stad te worden, maar VVD en PvdA volgen op korte afstand. ‘Je kunt nog niet zeggen dat GroenLinks en D66 het gaan uitmaken.’

David Hielkema
De vorige gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam waren in 2018. Beeld ANP
De vorige gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam waren in 2018.Beeld ANP

Het duurt nog zes weken voordat Amsterdam op 16 maart naar de stembus gaat en er kan nog veel gebeuren tot die tijd. Maar zoals het er in de peilingen naar uitziet maken vier partijen kans om de grootste van de stad te worden. GroenLinks krijgt 16 procent van de stemmen, D66 komt uit op 15 procent en de VVD en PvdA behalen allebei 11 procent.

Strijd nog volledig open

Hiermee ligt de strijd om de grootste partij van Amsterdam te worden nog volledig open, zegt Peter Kanne van I&O Research, het onderzoeksbureau dat de peilingen heeft gedaan. Kanne: “We houden rekening met een foutmarge. Dat betekent dat de grotere partijen op 2 à 2,5 procent meer of minder stemmen kunnen uitkomen. Statistisch kun je daarom nog niet zeggen dat GroenLinks en D66 het gaan uitmaken.”

Het is de tweede keer in korte tijd dat er peilingen naar buiten komen rond de gemeenteraadsverkiezingen. Half januari publiceerde Maurice de Hond nog onderzoek waarin D66 als grootste naar voren kwam, met ook toen 15 procent. De grote verliezer uit die peiling was echter GroenLinks, met 10 procent van de stemmen, terwijl het bij de vorige verkiezingen in 2018 nog het dubbele heeft behaald.

Groot Wassink: ‘Bemoedigend’

Lijsttrekker Rutger Groot Wassink: “Deze peiling is bemoedigend. Op basis hiervan staan we er goed voor en gaan we met D66 uitmaken wie de grootste wordt.”

VVD en PvdA komen in beide peilingen uit op 11 procent van de stemmen. Voor VVD-lijsttrekker Claire Martens zijn het hoopvolle cijfers: “Dat we zo stabiel blijven plotten, is een goed teken. Het betekent dat in Amsterdam een goede liberale basis is. Daar zullen we ons op blijven focussen.”

Ontevreden midden

De grote nieuwkomer is zowel bij De Hond als in de jongste peiling partij Volt. Met 8 procent zou het in omvang de vijfde partij van de stad kunnen worden, goed voor 4 raadszetels van de 45. Kiezers roemen vooral het ‘vernieuwende karakter’ van de partij, maar dat heeft minder met de inhoud te maken, zegt onderzoeker Kanne. “Je hebt veel rechtspopulistische partijen. Deze partij straalt voor ontevreden kiezers in het midden frisheid uit die nog niet is bezoedeld door regeringsmacht.”

In Amsterdam doen de partijen op de flanken het ook goed. Bij1 groeit aanzienlijk in vergelijking met 2018 als nu verkiezingen zouden worden gehouden: zij gaat van 2 procent naar 7 procent van de stemmen. Een groot deel van de stemmen komt van kiezers die vier jaar geleden nog helemaal niet naar de stembus gingen. FvD en nieuwkomer JA21 krijgen allebei 4 procent van de stemmen.

De Partij voor de Ouderen en het CDA (1 procent) zullen zoals het er nu naar uitziet niet terugkeren in de raad na de verkiezingen, al is dat nog geen uitgemaakte zaak. Kanne: “Voor de kiezers moeten de verkiezingen nog beginnen. Er komen nog kieskompassen en stemwijzers, daarmee gaat nog het nodige verschuiven. De komende weken gaat er nog van alles gebeuren.”

Het nieuwe onderzoek is gedaan in opdracht van GroenLinks. Kanne benadrukt dat dit geen invloed heeft op de uitkomsten. In totaal 980 stemgerechtigde Amsterdammers werden naar hun voorkeur gevraagd, in de periode van 13 januari tot 24 januari.

Bekendheid Amsterdamse politici
Opvallend in het onderzoek is dat ondervraagden in hun toelichting weinig lokale partijleiders spontaan noemen als reden om op de partij te stemmen. Alleen Marjolein Moorman (PvdA) wordt regelmatig genoemd, wat te maken kan hebben met haar bekendheid door de documentaireserie Klassen.

Bij GroenLinks wordt met nog wel enige regelmaat burgemeester Femke Halsema genoemd, ondanks haar onafhankelijke rol. De VVD is vooral populair vanwege premier Mark Rutte en haar landelijke imago.

Kiezers maken hun keuze wel met het oog op lokale problemen, legt Kanne uit, maar spiegelen hun politieke voorkeur veelal aan het optreden van die partijen in de landelijke arena. Kanne: “Ik kreeg niet de indruk dat kiezers er echt een vinger achter kunnen krijgen wat partijen in de Amsterdamse politiek voor elkaar hebben gekregen de afgelopen jaren.”

Meer over