PlusBuurtstrijders

Gilma Laurence: ‘Bij het Boeninhuis proberen we streng én lief te zijn, zoals een goede moeder dat is’

Drukte, torenhoge prijzen, verruwing: klagen over Amsterdam is makkelijk. Maar wie onderneemt actie voor een betere stad? Gilma Laurence uit Venserpolder bijvoorbeeld, die in het Boeninhuis kinderen leert zo groot mogelijk te dromen. Aflevering 3 van een zomerserie over Amsterdammers die voor hun buurt strijden.

Patrick Meershoek
Gilma Laurence doet van alles in Venserpolder, van een moestuin voor kinderen tot bijles in het buurthuis. Beeld Ivo van der Bent
Gilma Laurence doet van alles in Venserpolder, van een moestuin voor kinderen tot bijles in het buurthuis.Beeld Ivo van der Bent

“Hallo juf.” Vanaf kwart over twee druppelen de eerste kinderen binnen in het Boeninhuis in Venserpolder. Juf Gilma Laurence komt net van haar werk op de Internationale School in Zuidoost en heeft op weg naar het buurthuis nog even boodschappen gehaald voor de middagsnack: knakworst en fruityoghurt.

Nu ontvangt ze haar kinderen met een praatje. Hoe was het op school? Hoe is het met een zieke broer? Er wordt nog even gebeld met de moeder van een jongen die op teenslippers naar het buurthuis is gekomen. Kan hij thuis nog even snel een paar sportschoenen komen ophalen?

De sterren van de buurt

Het Boeninhuis, gelegen in de binnentuin van een huizenblok aan de Barbusselaan, is sinds 2011 het hoofdkwartier van de stichting SES. Waar dat voor staat? “Southeast Stars,” legt Laurence uit. Om er meteen lachend aan toe te voegen dat Simpel en Stabiel ook goed is. “Of Strengthen Eachothers Strength. Kies maar, het is allemaal goed.”

De sterren, vertelt de initiatiefnemer, dat zijn de bewoners van de buurt. “Wij allemaal, de ouders van Venserpolder en onze kinderen. De stichting is opgericht om de mensen sterker te maken, en daarmee ook de buurt. Dat doen we zelf en dat doen we samen, met zijn allen.”

Naast het buurthuis ligt een moestuin, waar een paar buurtbewoners druk aan het schoffelen en wieden zijn. Laurence laat het lapje grond zien waar groenten worden verbouwd voor de kinderen. “We besteden veel aandacht aan gezonde voeding,” vertelt ze. “Als je hier in de wijk in de winkels gaat kijken, kom je meer lekkere dingen tegen dan gezonde dingen. We leren de kinderen hoeveel suiker er in frisdrank zit en dat water een gezond alternatief is. Ik zal niet zeggen dat ze er meteen naar leven, maar de snoeptomaatjes zijn populair. Dat is toch een stap in de goede richting?”

Dat is het. In tien jaar is het Boeninhuis uitgegroeid tot een belangrijke plek in Venserpolder. Elke maandag doet het kleine buurthuis dienst als voedselbank. Op dinsdag en donderdag komen elke week enkele tientallen kinderen spelen en sporten, en op dinsdag en donderdag zijn er ook bijeenkomsten voor ouders.

Alles geregeld door Laurence, samen met een vaste groep actieve buurtbewoners. “We zorgen niet alleen voor Venserpolder. Na de verwoestingen op Sint Maarten door orkaan Irma in 2017 hebben we spullen ingezameld en een container met hulpgoederen naar het eiland gestuurd. Dat was binnen twee weken geregeld.”

Sint Maarten is ook het eiland waar Laurence vijftig jaar geleden werd geboren. Op jonge leeftijd verhuisde ze met haar moeder naar Amsterdam. Ze woonde eerst in Zuid, pal naast de Albert Cuyp, en streek daarna neer in Zuidoost.

“Dat was best pittig,” vertelt ze. “In de Bijlmer is iedereen goed gebekt. Je moet echt wel een olifantshuid hebben om als kind van buiten je plekje te kunnen veroveren. Maar met de nodige ups en downs is dat uiteindelijk gelukt. Die ervaring helpt me nu om de kinderen te begrijpen. Ik weet waar ze in het dagelijks leven mee te maken krijgen en ken de strategieën om het hoofd boven water te houden.”

Meer activiteiten

In 2011 besloot Laurence, inmiddels zelf alleenstaande moeder van twee kinderen, om de handen uit de mouwen te steken. “Venserpolder is een wijk met veel kinderen en weinig ouders. Het viel me als moeder op dat er weinig te doen was voor de jeugd. Er waren weinig voorzieningen en veel ouders waren simpelweg te druk met overleven om iets te organiseren. Ik heb zelf op hoog niveau softbal gespeeld, en ben begonnen met een meidenteam in de buurt. Daar was veel belangstelling voor. Toen ik merkte dat sommige meiden zonder ontbijt naar school gingen, zijn we dat met een paar moeders gaan regelen. Zo kwamen er steeds meer activiteiten bij.”

Gek genoeg profiteerde Laurence van een grote bezuinigingsronde in het welzijnswerk. Het Boeninhuis kwam leeg te staan en eigenaar De Key ging het experiment aan door het buurthuis in handen te geven van de bewoners. Het bleek een schot in de roos: binnen de kortste keren was er weer volop leven in de brouwerij, met sport en spel voor de kinderen en yoga en salsa voor de volwassenen.

“We hebben veel hulp gekregen,” geeft Laurence het geheim van het succes prijs. “Ik werkte indertijd nog als administratief medewerker van een telefoonaanbieder, en die deed meteen een schenking. Er is altijd veel goodwill geweest voor wat we hier doen.”

Nelson Mandela Award

Het Boeninhuis werd een populair vertrekpunt voor bedrijven, corporaties en andere organisaties die iets wilden opstarten in Venserpolder. Samen met Ajax en het stadsdeel gingen de kinderen uit de buurt op pad om zwerfvuil te verzamelen langs de bekende snoeproutes in Zuidoost. Er kwam een moestuin naast het buurthuis waar bewoners hun eigen groenten kunnen kweken. Tijdens de eerste lockdown kregen duizend kinderen uit de buurt een tas met knutselspullen en wat lekkers thuisbezorgd. Al deze activiteiten trokken de aandacht van de Humanistische Alliantie, die Laurence en haar stichting de Nelson Mandela Award toekende.

Laurence realiseert zich dat de activiteiten in Venserpolder veel aandacht krijgen vanwege de status van focuswijk, zoals de vroegere probleemwijken tegenwoordig worden genoemd. Venserpolder hééft problemen, met werkloosheid, armoede en criminaliteit.

“Het is hier geen onderwerp van gesprek,” legt ze uit. “Niemand hoeft de ouders en de kinderen iets te vertellen over hun problemen. Veel kinderen beginnen met een achterstand. Wat wij hier doen is die kinderen in een veilige en prettige omgeving op het hart drukken dat zij mogen dromen over hun toekomst, het liefst zo groot mogelijk. Er moet een zaadje worden geplant.”

Het Boeninhuis is ook een veilige omgeving voor kinderen die buiten in de problemen zijn geraakt. De stichting is een erkend leerbedrijf waar jongens en meisjes met een taakstraf aan het werk worden gezet. Laurence: “Wij spreken niet over onze taakstraffers, maar over onze stagiaires. Tijdens de kennismaking zeg ik dat niet hoef te weten wat ze hebben gedaan, wel dat het de laatste keer was. Iedereen mag fouten maken, maar het is de bedoeling om daarvan te leren. We proberen streng én lief te zijn, zoals een goede moeder dat is. Ik geef de kinderen vertrouwen, maar geef er meteen een waarschuwing bij: je gaat mijn gezicht niet laten vallen!”

Volgende week in Buurtstrijders: Patrick van Bronswijk uit Floradorp

Zuidoost op z’n best volgens Gilma Laurence

Haar favoriete plek in Venserpolder? Gilma Laurence moet lachen. “Mag ik eerlijk zijn? Dat is mijn huis. Dat is de plek waar ik tot rust kom. Ik woon boven het winkelcentrum en dit is een buurt waar de mensen graag een praatje met elkaar maken. Voordat ik boven ben, wil iedereen een stukje van me hebben. Maar als ik eenmaal binnen ben, ben ik helemaal eigen baas en kan ik mij opladen voor een nieuwe dag.”