Geen CO2-leiding uit Amsterdamse haven voor broeikasgas onder de zeebodem

Een CO2-leiding vanuit de Amsterdamse haven om het broeikasgas onder de zeebodem op te slaan is van de baan, omdat Tata Steel inzet op waterstof om zijn hoogovens te verduurzamen. Bedrijven in de haven gaan op zoek naar een alternatief, afvalverbrander AEB voorop.

Tata Steel in IJmuiden.  Beeld Hollandse Hoogte / Ramon van Flymen
Tata Steel in IJmuiden.Beeld Hollandse Hoogte / Ramon van Flymen

In de havens rond het Noordzeekanaal waren grote ambities rond opslag en hergebruik van CO2. Onder de naam Athos werd al jaren gezocht naar mogelijkheden om het broeikasgas weg te werken onder de Noordzee met behalve de Amsterdamse haven ook prominente partners als Gasunie, Energie Beheer Nederland en Tata Steel, de grootste uitstoter van CO2 in Nederland.

Maar maandag is bekend geworden dat Athos alweer wordt opgedoekt voordat er ook maar een kilo CO2 is afgevangen. Omdat Tata Steel laatst zijn toekomstplannen bijstelde en koos voor waterstof als route om de staalproductie te verduurzamen, valt de bestaansbasis weg voor CO2-opslag door bedrijven rond het Noordzeekanaal.

Onder druk van de hoog opgelopen protesten van bewoners in de IJmond zag Tata Steel eerder deze maand af van de plannen om CO2 op te slaan. Daarmee zou het staalbedrijf nog lange tijd veel luchtvervuiling veroorzaken, veel meer dan mogelijk lijkt als de staalfabrieken overschakelen op waterstof.

Lege gasvelden

Met het wegvallen van Tata Steel blijft te weinig CO2 over om de benodigde infrastructuur aan te leggen zoals het leidingwerk en het compressorstation waarmee het broeikasgas zou worden samengeperst in lege gasvelden op 3 tot 5 kilometer onder de zeebodem. Van Tata Steel zou zo’n 5 tot 6 miljoen ton CO2 per jaar komen, legt een woordvoerder van Athos uit, terwijl voor het totaal uit de hele regio aan 6 tot 8 miljoen ton werd gedacht.

Athos was een direct gevolg van het in 2019 gesloten Klimaatakkoord waarbij CO2-opslag, CCS, tot grote ergernis van de milieubeweging werd bestempeld als kansrijke methode om de industrie te verduurzamen. Vanaf dit jaar was de met miljarden euro’s gevulde subsidiepot voor duurzame energie SDE daarom ook opengesteld voor CCS-projecten, waaronder Athos en het rond de Rotterdamse haven gevormde project Porthos. Athos kreeg vorig jaar al 1 miljoen euro subsidie voor een haalbaarheidsonderzoek.

Binnen de Amsterdamse regio werd Athos ook gezien als dé manier om de CO2 van andere bedrijven op te vangen en deels te gebruiken in de glastuinbouw rond Aalsmeer en in de toekomst misschien zelfs als grondstof voor synthetische kerosine, een vliegtuigbrandstof waarmee zelfs vliegen duurzaam te maken zou zijn.

Pijpleiding

Bij de overige bedrijven die zich zouden aansluiten werd als eerste gedacht aan afvalverbrander AEB, de grootste CO2-uitstoter binnen de gemeente Amsterdam. Maar AEB heeft al eerder afgezien van een aantakking op het CO2-leidingenwerk rond Tata Steel, blijkt nu. Volgens een woordvoerder van Athos ging AEB onlangs al op zoek naar een alternatief en heeft een openbare aanbesteding uitgeschreven om zijn CO2 te laten opvangen. Aan die tender heeft Athos niet meegedaan.

Voor AEB lijkt het afvangen van CO2 een eerste levensbehoefte geworden. Sinds dit jaar betalen ook afvalverbranders meer belasting voor de CO2 die ze uitstoten. Zelfs al heeft de enige eigenaar, de gemeente Amsterdam, het in 2019 aan de rand van de afgrond weggetrokken AEB in de verkoop gezet, het afvalenergiebedrijf bereidt zich al geruime tijd voor op een miljoeneninvestering in opslag of hergebruik van CO2. Dat kost wel een lieve duit: de benodigde investering werd eerder geschat op 120 miljoen euro. Hiervoor kan AEB wel terugvallen op de eerder genoemde subsidie voor duurzame energie SDE.

Ook voor andere bedrijven in het Amsterdamse havengebied lijkt het wegvallen van Athos geen onoverkomelijke problemen op te leveren. “Als Athos van de grond was gekomen hadden ze mooi kunnen aanhaken bij Tata Steel. Dat was misschien kostenefficiënt geweest, maar het is niet zo dat ze nu geen alternatief hebben,” zegt een woordvoerder van het havenbedrijf. “Ze hebben er zeker rekening mee gehouden dat dit niet zou lukken.”

“Zulke grote uitstoters zitten er ook niet in de Amsterdamse haven,” zegt de woordvoerder. Daardoor is volgens de haven transport per schip naar Rotterdam van vloeibaar gemaakt CO2 een technisch haalbaar alternatief, evenals de Ocap-leiding, een voor CO2 gebruikte pijpleiding tussen Rotterdam en Amsterdam. Maar waarschijnlijker is volgens het Havenbedrijf dat veel bedrijven uitkomen op andere manieren om te verduurzamen door van fossiele brandstoffen over te schakelen op stoom, elektriciteit of waterstof.

Meer over