PlusExclusief

Eric Sinester, eerste coördinator minderheden politie Amsterdam: ‘Het is teleurstellend dat er in al die jaren zo weinig vooruitgang is geboekt’

1988, uit de tijd dat Sinester fungeerde als minderhedencoördinator: de politie patrouilleert op de Zeedijk. Beeld Nationaal Archief
1988, uit de tijd dat Sinester fungeerde als minderhedencoördinator: de politie patrouilleert op de Zeedijk.Beeld Nationaal Archief

De politie gaat institutioneel racisme aanpakken. Een vertrouwd geluid voor Eric Sinester, 40 jaar geleden actief als minderhedencoördinator in het Amsterdamse korps. ‘Allochtonen heten nu agenten met een migratie-achtergrond, maar de foute grappen zijn hetzelfde.’

Patrick Meershoek

Het was te doen omdat hij tegen een stootje kon en de steun van de korpsleiding had. “Met Eric Nordholt, Jelle Kuiper en Joop van Riessen kon ik lezen en schrijven,” vertelt Eric Sinester, bijna veertig jaar geleden werkzaam als eerste coördinator minderhedenbeleid bij de Amsterdamse politie. “Zij geloofden in wat ik deed en hebben op een no-nonsensemanier veel gedaan voor minderheden. Ik kreeg de ruimte om beleid te ontwikkelen en als er problemen waren, was ik verzekerd van hun rugdekking. Dat was nodig, want de weerstand was groot, met name bij de oude garde.”

In 1985 ging Sinester, nu zeventig, op uitnodiging van de korpsleiding aan de slag op het bureau werving en selectie, met de opdracht meer migranten en vrouwen binnen te halen. Het was een opmerkelijke carrièreswitch voor de activist. “Ik was in Suriname opgeleid als politieman. Na mijn studie gedragswetenschap in Amsterdam was ik in het Surinaamse welzijnswerk beland. Ik bemiddelde onder meer tussen de politie en de junks in de Bijlmer. De Amsterdamse politie had in die jaren een zeer slecht imago. Bureau Warmoesstraat stond bekend als een corrupte bende.”

Sinester werd benaderd nadat hij tijdens de befaamde Prinsenhof Conferentie in 1984 een sessie over de omgang van de politie met minderheden in de stad had voorgezeten. “De zaal was afgeladen en de emoties liepen hoog op. Het onderwerp stond sterk in de belangstelling, ook vanwege de opkomst van de Centrumpartij. De burgemeester was er, de hoofdcommissaris, en zij kregen een hoop kritiek over zich heen. Sintileider Koko Petalo was ook van de partij. Die kwam voorrijden in een glimmende Rolls-Royce. Het was de tijd van de kleurrijke karakters.”

Verplicht klasje

In dezelfde sfeer ging Sinester aan het werk als coördinator minderheden. “Ik ben begonnen met het aanbieden van trainingen om kandidaten voor te bereiden op het sollicitatiegesprek. Daar ging een hoop mis als gevolg van culturele verschillen. Het is nu heel anders natuurlijk, maar in Suriname was het uitgangspunt van de opvoeding dat alles wat Nederlands was, beter was. Je benaderde een witte man met respect, keek hem niet brutaal in de ogen en sprak hem zeker niet tegen. Die houding was funest voor het sollicitatiegesprek, waarbij het juist de bedoeling is jezelf uit te spreken en te tonen.”

Tegelijkertijd stortte Sinester zich ook op de bestaande organisatie. “De ontvangende partij moest ook aan het werk. Alle korpsleden moesten verplicht bij mij een klasje volgen. Dat ging soms niet van harte. Ik heb wel meegemaakt dat een groep van dertig agenten binnenkwam met de mededeling dat ze niet van plan waren om ook maar iets te zeggen. Ik zei dan: ‘Prima, dan gaan we ons de komende drie uur in gedachten bezighouden met het thema.’ Het duurde dan even, maar op een gegeven moment kwam het gesprek toch wel op gang.”

Het Amsterdamse korps was in die jaren een bolwerk van witte mannen en weinig gastvrij voor nieuwkomers in de persoon van migranten en vrouwen. Dat resulteerde onder meer in harde grappen. “Voor Nederlandse vrouwen was het net zo lastig als voor Surinaamse mannen. Ik ben zelf een keer voor aap uitgemaakt. Ik reageerde met de opmerking dat deze aap 9000 kilometer had gevlogen om een klasje met Nederlandse inboorlingen wat beschaving bij te brengen. Ik had nog een speciale positie, maar er waren ook collega’s die er niet meer tegen konden en naar de bedrijfsarts stapten. Het was letterlijk ziekmakend.”

Eervol ontslag

Het Amsterdamse experiment trok de aandacht van de media en daarmee ook van de buitenwereld. De extreem-rechtse Volksunie schreef in een pamflet verontwaardigd over de ‘hip geklede neger’ die de hoofdstedelijke politie kwam vermoeien met zijn modieuze denkbeelden. Ernstiger was het ambtsbericht van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) waarin Sinester op basis van geluiden uit het korps werd beschuldigd van nauwe banden met Desi Bouterse. Via de minderhedencoördinator, zo was de suggestie, zou de Surinaamse legerleider willen infiltreren in het Amsterdamse korps.

Harde bewijzen bleven uit, maar het tumult leidde tot Sinesters vertrek. “Ik kreeg eervol ontslag met behoud van salaris. De korpsleiding stond vierkant achter me, maar de politieke druk was te groot. De naam van Bouterse was in die jaren een open zenuw. Ik kende hem goed, we zijn in dezelfde buurt opgegroeid. Als we elkaar later in Paramaribo tegenkwamen in het café, maakten we een praatje. Zo gaat dat in Suriname. Maar ik heb me nooit voor zijn karretje laten spannen. De verdenking alleen was voor de BVD voldoende om mij te beschouwen als een ‘oncontroleerbaar risico’. En dat was dat.”

Eric Sinester, op archiefbeeld. Hij woont tegenwoordig in Paramaribo. Beeld
Eric Sinester, op archiefbeeld. Hij woont tegenwoordig in Paramaribo.

Sinester pikte de activistische draad weer op in de Bijlmer, waar hij een van de oprichters was van het zogeheten Zwart Beraad, dat ijverde voor meer zwarte bestuurders en ambtenaren in het stadsdeel. Daarna keerde hij terug naar Suriname. “Met de kennis die ik in Amsterdam heb opgedaan, heb ik een bijdrage kunnen leveren aan de versterking van de Surinaamse politie. We hebben de buurtregisseurs ingevoerd en een opleiding voor inspecteurs opgezet. Waar ik het meest trots op ben is dat ik ervoor heb gezorgd dat bij de beschrijving van verdachten de term ras is vervangen door etniciteit.”

Vanuit Paramaribo volgt Sinester de ontwikkelingen bij de Nederlandse politie nog steeds met grote belangstelling. Ook de recente aankondiging dat de leiding hard gaat optreden tegen racisme en discriminatie binnen de gelederen. “Het probleem is kennelijk hardnekkig,” stelt hij vast. “Het is mooi dat er iets gebeurt, maar tegelijkertijd is het teleurstellend dat er in al die jaren zo weinig vooruitgang is geboekt. Er is veel meer diversiteit dan vroeger, maar er zijn nog steeds mensen die daar moeite mee hebben. Wat dat betreft is er weinig veranderd. Ja, de allochtonen heten tegenwoordig agenten met een migratie-achtergrond, maar de foute grappen zijn hetzelfde gebleven.”

Meer over