David Hielkema. Beeld Artur Krynicki
David Hielkema.Beeld Artur Krynicki

Een revolutie om gezond te leven blijft uit, ook tijdens de pandemie

Plus

David Hielkema

Soms slaat een beweging opeens aan. Iedereen begrijpt het, voelt het en doet mee. Een voorbeeld daarvan is Occupy Wall Street in 2011. Het was echt niet het eerste protest tegen de hebzucht van grote financiële instellingen; maar wereldwijd bracht het duizenden mensen op de been. Ook in Amsterdam ging men met het tentje op het Beursplein staan. De kijk op grote banken is sindsdien niet meer hetzelfde.

Een recenter voorbeeld is de Black Lives Matterbeweging. Was het de eerste keer dat er gedemonstreerd werd voor gelijke rechten? Natuurlijk niet – maar de dood van George Floyd ontketende iets ongrijpbaars in de wereld. Wereldwijd gingen miljoenen mensen de straat op om tegen het onrecht op te staan.

Occupy en de BLM-beweging zijn inhoudelijk niet vergelijkbaar met elkaar, maar beide brachten een paradigmashift – een dramatisch ander beeld van de werkelijkheid – teweeg. Sociale wetenschappers zijn het erover eens dat deze paradigmashifts vaak niet te orkestreren of te voorspellen zijn. Plots is het momentum daar. Het sluimert vaak al lang in de samenleving, maar waarom lukt het nu ineens wel?

Het doet me denken aan de gezondheidsnota van dit college. Wethouder Simone Kukenheim (Zorg) maakt al een paar jaar duidelijk dat inwoners gezonder moeten worden door preventie. Met enige zelfreflectie voegde ze daar donderdag tijdens de raad aan toe dat ze haar ‘marketing niet altijd goed op orde’ heeft om de boodschap krachtig over te brengen.

Zonde, want Kukenheims boodschap en die van dit college snijdt hout. Wie de eerste duizend dagen van het leven gezond opgroeit, krijgt een beter immuunsysteem. En niet alleen dat: het heeft invloed op hoe oud we worden, op armoede, op ons geestelijke gestel. Er wordt in Amsterdam terecht met een holistische blik naar gezondheid gekeken.

In het coronadebat komt onze gezondheid ook regelmatig terug. Iemand zonder overgewicht eindigt minder snel in het ziekenhuis – laat staan op de intensive care. Ook Kukenheim vroeg zich onlangs openlijk af waarom het demissionaire kabinet de pandemie niet als momentum gebruikt om Nederland gezonder te maken. Tel daarbij op dat het Nationaal Preventieakkoord ook al jaren weinig uithaalt. Zie alleen al de onwelwillendheid om zich te committeren aan iets als een suikertaks.

In plaats daarvan geeft de regering steeds tegenovergestelde signalen. Sporten in grote groepen of in de sportschool na 17.00 uur mag niet meer. De coronakilo’s vliegen er weer aan – en voor de velen die werken aan hun gezondheid is het een hard gelag. De jeugd mag overdag wel samenkomen, maar niet ’s avonds samen sporten. Ongetwijfeld nodig in de strijd tegen cororna, maar de boodschap blijft dubbel.

Niet alleen dit college wil dat de Amsterdammer gezonder wordt door preventie, het was de vorige Zorgwethouder, Eric van der Burg (VVD), die hier al eerste stappen in maakte. In 2016 pleitte hij landelijk nog maar eens voor een vet- en suikertaks om obesitas bij kinderen tegen te gaan. In de gemeenteraad – van links tot rechts – krijgt Kukenheim inhoudelijk ook weinig kritiek op haar de gezondheidsnota.

In de Stopera is werken aan een gezond leven dus al langer de heersende gedachte. Toch lukt het Kukenheim en haar voorgangers niet om een paradigmashift tot stand te brengen. Niet in Den Haag, niet bij de Amsterdammer – want we zijn niet bepaald gezonder geworden de afgelopen decennia. Kennelijk is de republiek Amsterdam toch niet altijd zo bepalend als die soms denkt te zijn.

Politiek verslaggever David Hielkema belicht in ‘Republiek Amsterdam’ een politiek onderwerp uit de stad.

Reageren? d.hielkema@parool.nl.