PlusInterview

Een lofzang op de stad: ‘Amsterdam is genderless, fluïde en heeft scherpe randjes’

Smita James en Michael Varekamp vonden elkaar als artiesten in hun blik op de stad, als buitenstaanders, als dorpelingen en als bewonderaars van Amsterdam. Beeld Daphne Lucker
Smita James en Michael Varekamp vonden elkaar als artiesten in hun blik op de stad, als buitenstaanders, als dorpelingen en als bewonderaars van Amsterdam.Beeld Daphne Lucker

Hoe breng je een ode aan de stad zonder in clichés te vervallen? Trompettist Michael Varekamp en spokenwordartiest Smita James deden een poging Amsterdam te vatten. Ze openen het festival Lieve Stad in ITA vrijdagavond met I Am. ‘Amsterdam is als een eclectisch mens, maar ook een zeurpiet.’

Lorianne van Gelder

Bodegraven en Nijkerk, wat hebben die dorpen nou met elkaar gemeen?

Sinds kort nogal veel. Want Michael Varekamp (54), begenadigd trompettist en performer, komt uit Bodegraven en Smita James (38), spokenwordartiest en dichter, komt uit Nijkerk. De twee werden onlangs aan elkaar gekoppeld door artistiek directeur Christiaan Mooij van theater de Meervaart en sindsdien kunnen Bodegraven en Nijkerk niet meer los van elkaar worden gezien. Of zoals James het simpel verwoord: “Het klikte meteen.”

Mede dankzij de twee dorpen begon het gesprek tussen James en Varekamp. Ze gingen een ode aan Amsterdam maken, maar dat kon niet los worden gezien van waar ze vandaan kwamen. Hij, geadopteerd, en een van de weinigen van kleur in het dorp, zij, uit een hecht Surinaams gezin, prima meekomend met het Nijkerkse bestaan, totdat 5 december zich aandient. “Dan val je ineens op en hoor je er plotseling niet meer bij," zegt James.

Met de blik van de buitenstaander kwamen ze naar Amsterdam. Varekamp ontdekte de stad in zijn twintiger jaren als lid van de band FraFrasound. Daarmee zag hij de wereld, maar ook Amsterdam en ontdekte hij zijn wortels in de zwarte gemeenschap. “Ik voelde me onmiddellijk gekend door de stad.” James kwam als tiener met haar tante mee. Keek haar ogen uit in Oost en Zuidoost: hier voel ik me thuis, dacht ze. “Niet alleen leken de mensen hier meer op mij, ik voelde de energie, het klopte.”

Levend organisme

Inmiddels noemen ze zich Amsterdammer – en ja dat mag, ook al woont Varekamp er niet letterlijk en James strikt genomen ook niet meer – want Amsterdam is meer dan een fysieke stad met een geografische locatie. Voor I Am, de openingsvoorstelling van Lieve Stad, maakten ze van Amsterdam een levend organisme met bloed, huid en een hartslag. In vijf hoofdstukken, op de noten van Varekamps trompet en de band, op de bewegingen van een danseres, op de woorden van Smita James, met beelden van de stad en kunst, nemen ze je mee van het bloed en de bodem, via de hartslag, de vreemde ogen en de huid naar de ziel en zaligheid van de stad.

Klinkt poëtisch? Dat klopt. Zelfs als Varekamp en James uitleggen hoe hun werkproces was, spreken ze graag in allegorieën, metaforen en filosofische termen. “De geschiedenis van Amsterdam is altijd in beweging,” zegt James. “Er is ruimte voor wie je bent.” Varekamp: “Amsterdam is als een eclectisch mens, maar ook een zeurpiet.” Zo ver als een vermenselijking maken van Amsterdam gaan ze niet. Maar James wil zich nog wel aan een karakterisering wagen: “Amsterdam is genderless, fluïde, heeft scherpe randjes. Grenzeloos en tijdloos.” Je ziet meteen voor je hoe zij samen, pratend, schrijvend, jammend in de werkstudio van de Meervaart staan.

Liefdesbrief

I Am werd een ode aan de stad, een soort liefdesbrief. “Het was alsof ik een eerste liefdesverklaring aan een net ontdekte geliefde schreef,” zegt James. Een strofe: ‘Mokum, in al mijn verlegenheid loerde ik naar je.’

Natuurlijk zijn er ook mindere kanten aan de stad, zoals elke geliefde na verloop van tijd zijn lelijke gezicht kan tonen. “Het leven is er harder dan in de provincie, het verandert ook sneller, de rafelranden zijn er niet meer,” zegt Varekamp. “Je moet wel weten hoe je met de stad moet omgaan,” vult James aan. “Je krijgt niets zomaar, je moet er wel iets voor doen. Anders kun je ook net zo hard verdwijnen in alles wat er in de grote stad is. En had je net zo goed in Nijkerk kunnen blijven.”

Af en toe was het voorzichtig laveren, want wie een lofzang op een stad schrijft, treedt in de voetsporen van velen, en niet de kleinsten. Hoe vermijd je clichés? Hoe blijf je origineel? Varekamp: “Clichés hoeven niet erg te zijn, je kunt er ook mee spelen. We zochten naar waar het schuurt en konden vanuit wie we zijn ook commentaar geven.” Een liefdesverklaring aan de prachtige en veel bezongen grachten vullen ze aan met de duistere kant van de Gouden Eeuw, de slavernij. James: “Het is een ode, maar we deinzen niet terug voor de pijnlijke kant.”

Zo veelkleurig is Lieve Stad

Lieve Stad wordt georganiseerd door Internationaal Theater Amsterdam (ITA) en de Meervaart, met tramlijn 1 slechts een kwartier van elkaar verwijderd. Sinds 2018 werken de theaters samen en geven ze in de vorm van muziek, dans, theater en performance een lofzang op Amsterdam. Lieve Stad verwijst natuurlijk naar de wens van wijlen burgemeester Eberhard van der Laan die in Zomergasten in 2017 zijn hoop uitsprak dat Amsterdam ‘de lieve stad blijft die het is.’ Niet veel later overleed hij.

Tijdens het festival is een programma te bezoeken dat reikt van Nomad, dans van Sidi Larbi Cherkaoui, via de documentaire Doula’s van de stad van Adelheid Roosen met 80 vrouwen uit heel Amsterdam, tot Een genadeloze god van regisseur Celil Toksöz en toneelgroep Rast en de zoektocht naar democratie In Search of Democracy 3.0’ van Stichting Nieuwe Helden.

Het festival is van vrijdag 25 maart tot en met 3 april en is te zien in ITA aan het Leidseplein.

Meer over