PlusDakdekkers

Een duindak met zwembad op het appartement: ‘Het is bij elk weertype gaaf om naar het strand te gaan’

Op de Groenmarktkade, net buiten de Jordaan, ligt een duinlandschap boven op een appartementencomplex, met zwembad en uitzicht op de Westertoren.  Beeld Jakob van Vliet
Op de Groenmarktkade, net buiten de Jordaan, ligt een duinlandschap boven op een appartementencomplex, met zwembad en uitzicht op de Westertoren.Beeld Jakob van Vliet

Amsterdam heeft een schromelijk gebrek aan ruimte, terwijl op de daken nog 12 vierkante kilometer braak ligt – 25 Vondelparken. In een zomerserie onderzoekt Het Parool wat we daarmee kunnen doen. Vandaag: recreatie. ‘Op daken wordt het leven lichter.’

Bart van Zoelen

Op het duinlandschap boven op een appartementencomplex net buiten de Jordaan dringt zich even de gedachte op dat het ruisen van de zee hoorbaar is. Maar nee, dat is het verkeer op de Nassaukade en de Marnixstraat. Het is een vreemde gewaarwording, duinstruweel met uitzicht op de Westertoren. En, o ja, met zwembad.

Henriëtte Broeders komt net uit het water. Elke ochtend zwemt ze hier haar baantjes, zelfs ’s winters als het dan onverwarmde water maar 9 graden is. “Ik geniet er elke dag van, dit stukje natuur midden in Amsterdam.” Met 17 meter is het zwembad alleen wat kort, zegt ze lachend. “Je moet iets meer baantjes doen.”

Landschapsarchitect Harro de Jong is voor het eerst in lange tijd op het door hem ontworpen dak van het ongeveer een jaar geleden opgeleverde appartementencomplex met 35 woningen. Een bewoner had hem laatst nog geappt dat het na een late avond op het dak voelde alsof hij op vakantie was.

Lelijk en loeiheet

En toch, als De Jong zo om zich heen kijkt tussen de Jordaan en Oud-West ziet hij vooral lege daken met grind en zwart bitumen. Dat is de eenvoudigste manier om het dak waterdicht te houden, maar ook lelijk en loeiheet. “De wereld op het dak is geasfalteerd,” zegt De Jong. Amsterdam is gewild en duur. “Met elke verdieping gaan we heel zorgvuldig om, maar met het dak doen we niets. Terwijl je er een heel gave ervaring kunt hebben,” wijst hij op zijn ‘duindak’. “Dan zijn we toch knettergek?”

In een serie artikelen onderzoekt Het Parool deze zomer de mogelijkheden die verscholen liggen op de daken van Amsterdam. Zorgen groene daken voor meer biodiversiteit? Kunnen we er onze groenten verbouwen? Waar laten we de zonnepanelen voor duurzame energie en hoe verwerken we het regenwater dat vanwege klimaatverandering steeds vaker met bakken uit de hemel valt? Kunnen we het woningtekort terugdringen door extra etages te bouwen boven op het dak?

Deze eerste aflevering illustreert dat onze daken ook gewoon een fijne plek kunnen zijn. Daarmee vertellen we eigenlijk niks nieuws. Dat het goed toeven is hoog boven de stad bij Amsterdammers met een balkon of dakterras is al lang en breed bekend. Voor het mooiste uitzicht vanuit een woontoren wordt grif betaald, dan noemen we het een penthouse.

Infinitypool

Hotels zien allang de mogelijkheden van een daktuin of rooftopbar. Alom bekend is ook de infinitypool van het W Hotel pal achter het Paleis op de Dam. Verschillende scholen hebben hun speelplaats op het dak en vergeet ook niet het dak van wetenschapsmuseum Nemo. Voor een ander mooi voorbeeld wijken we uit naar Utrecht, waar voetbalclub Faja Lobi KDS zijn velden heeft op het dak van Ikea.

Maar het kan dus ook op een nieuw, luxueus, maar verder tamelijk gangbaar appartementencomplex in hartje stad. Met een zwembad in een duinlandschap, hoe kom je erop? De Jong ging uit van het vaak wat extremere weer op hoogte. Als het op straat een beetje waait staat op het dak een stevige wind. Bij een volgens het weerbericht zomerse temperatuur kan het op het dak een barre droogte worden. “Het moest een landschap zijn dat goed tegen die omstandigheden kan.”

Boven op de vier woonlagen van het woonblok sta je net zo hoog als op de duinen dertig kilometer verderop, zegt De Jong. “Het is bij elk weertype gaaf om naar het strand te gaan. Als het heet is, heb je hier altijd nog een verkoelend windje. En je kunt een duik nemen.” Het houten strandpaviljoen op het dak staat nog leeg. De eigenaren van de appartementen moeten het er nog over eens worden wat ze daarmee gaan doen. In zijn ontwerp opperde De Jong een sauna. “Dat lijkt mij ultiem. Dan is het vakantiegevoel toch compleet? En daarna zo het zwembad in.”

Bijen en vogels

Met zijn Buro Harro gaat De Jong voor ‘echte landschappen’. “Waar bijen en vogels ook een goed gevoel van krijgen.” Het bouwplan aan de Groenmarkt noemt hij ‘een appartementencomplex voor plant, mens en dier’. Op den duur worden ook de gevels wild begroeid door klimplanten die langs de regenpijpen omhoog komen. “Elk jaar groeien ze één verdieping hoger.”

Op het dak is het resultaat goed te zien. Vogels vliegen af en aan en bijen nestelen zich tussen het zand. Pronkstuk zijn de drie zwarte dennen. Ze staan precies op de plekken waar het dak op zijn sterkst is. De draagconstructie moet er natuurlijk wel op berekend zijn, al is het zwembad nog zwaarder. Veel hoger zullen de bomen niet worden. “Hun groei wordt in toom gehouden door de moeilijke omstandigheden.”

Minstens zo belangrijk als de biodiversiteit vindt hij dat het dak met plezier wordt gebruikt. “Als we genieten van natuur gaan we er ook beter ons best voor doen. In Nederland lijkt het altijd alsof het groen uit goededoelenpotjes moet komen, maar de bewoners genieten juist van hun appartement vanwege de natuur. Die verdient zichzelf terug.”

Het dak is onderdeel van een kapitale investering van een projectontwikkelaar met, afgezien van een verdieping met sociale huurwoningen waarvan de bewoners het dak niet op kunnen, vooral dure appartementen van bijna een miljoen euro per stuk. De Jong: “Het dak is commercieel ook gewoon veel waard. Natuur is hier geen linkse hobby.”

Grijnzen

“Iedereen wordt altijd gelukkig van een dak,” stelt De Jong. “De wind doet iets met je. Je gaat vanzelf grijnzen en je zorgen vervliegen. Op daken wordt het leven lichter en je hebt meer pret. Zo’n daktuin hoeft ook helemaal niet buitenissig te zijn. In mijn studentenhuis gingen we altijd al het dak op en daar hadden we de beste gesprekken.”

De Jong rekent erop dat meer projectontwikkelaars gaan volgen. “Het is de moeilijke weg, maar als je zo’n dak eenmaal hebt, ben je blij. Je gooit geld weg als je het niet doet.” Hij wijst op de ongebruikte daken aan alle kanten. “Dat is braakliggende grond. Toch bizar in een stad waar een vierkante meter zo duur is? Dat moet in de miljarden lopen!”

Met die kijk op daken kampeerde hij vorig jaar met geograaf Martijn Duineveld een week boven op het elf verdiepingen hoge wooncomplex OurDomain in Amsterdam-Zuidoost. De nieuwe woonblokken voor starters en studenten zijn onderdeel van de metamorfose van het zieltogende bedrijventerrein Amstel III tot een nieuwe wijk met vijfduizend woningen. Hier aan de rand van Amsterdam bieden de daken een weids uitzicht op de polder. Ze zijn als het ware het balkon van de stad.

“We konden Rotterdam zien liggen en Den Haag. Utrecht konden we voor ons gevoel aanraken. Het Groene Hart waar we het al decennia over hebben zonder dat precies duidelijk is waar het ligt... dáár zie je het. Met luchten zoals je die herkent van de Hollandse meesters.”

Dakenregisseur

De Jong en Duineveld zien het als een buitenkans om hier ‘de stad van de toekomst’ te bouwen, maar pleiten meteen voor een ‘dakenregisseur’ die met de plannen meekijkt. Zodat groene daken meer ruimte geven voor de biodiversiteit waarmee het op het bedrijventerrein bar en boos gesteld is, maar ook vanwege het uitzicht op het dak.

“Je bent elkaars uitzicht,” zegt De Jong met een verwijzing naar hotel Fletcher, de blauwe toren langs de A2. “Je hebt een verantwoordelijkheid als je zoiets bouwt.” Als projectontwikkelaars hier aan de slag gaan omdat Amsterdam uit zijn voegen barst, dan mag de stad ook iets terugverlangen. “Het Groene Hart is van ons allemaal. Dan wil ik ook dat iedereen de top kan bereiken.”

“Er moet een toegankelijk dakpark komen,” concludeert De Jong, dat er niet alleen is voor wie hier een dure hotelkamer of penthouse kan betalen. “Hou rekening met de mensen die het van een afstandje zien liggen. Wij moeten de hele tijd naar jou kijken. Dan wil ik ook op je dak.”

Zomerserie Dakdekkers

Deze zomer verdiept Het Parool zich in de daken van de stad. Amsterdam worstelt met een tekort aan ruimte. Is er op het dak nog ruimte voor:

1. Recreatie
2. Groen
3. Regenwateropvang
4. Groenteteelt
5. Extra woonverdiepingen
6. Zonnepanelen
7. Kunstenaars en andere rafelranden

Meer over