PlusInterview

Duivels dilemma: de coronapatiënt behandelen of toch eerst die operatie?

Hoe groot is het offer dat niet-coronapatiënten brengen nu hun operatie steeds moet wijken? De gevolgen lijken nauwelijks te overzien. Bij artsen en patiënten groeit het onbegrip.

Marlies Schijven. Beeld Jakob van Vliet
Marlies Schijven.Beeld Jakob van Vliet

De arts

Marlies Schijven (51), chirurg van Amsterdam UMC, kan vanwege de coviddruk al een jaar vrijwel geen goedaardige aandoeningen in de bovenbuik opereren.

Chirurg Marlies Schijven verheugde zich er al weken op: na drie maanden had ze eindelijk weer een geplande OK-dag. Op het programma stond de operatie van de heer Weel – ‘nummer x op mijn steeds langer wordende wachtlijst’. Hij lijdt aan pseudo-achalasie. Doordat zijn maag zich door een opening in het middenrif naar boven heeft geperst, is de uitgang van de slokdarm geblokkeerd. Hij zit nu met een verlamde slokdarm. Twee keer eerder werd zijn operatie afgebeld. Maar nu, na één jaar wachten, was het zover. Schijven, gespecialiseerd in het opereren van goedaardige aandoeningen in de bovenbuik, had er zin in. Vooral voor hem, maar ook voor zichzelf.

“En toen kreeg ik het telefoontje van het planbureau. Het kon wéér niet doorgaan. Weer vanwege corona, vanwege het gebrek aan verpleegkundigen, vanwege geen bedden. Ik heb de patiënt gebeld en we hebben samen, nou ja, een potje zitten janken zal ik niet zeggen, maar wel een heel droevig gesprek gehad. Ik kan het gewoon niet meer uitleggen aan mijn patiënten.”

Op LinkedIn deelde ze die middag een noodkreet: ‘Ik kan dit echt niet oplossen, en dat frustreert enorm. Ik maak me grote zorgen. Een stuwmeer aan patiënten – help, de dokter verzuipt.’

Een week later vertelt ze in haar kamer in Amsterdam UMC over haar frustraties. Ze opereert nog wel tijdens haar diensten en spoedgevallen, maar de echte geplande OK-dagen voor haar patiënten zijn sinds maart vorig jaar op twee handen te tellen. Het zijn vaak complexe operaties waarbij patiënten één of meerdere dagen in het ziekenhuis moeten worden opgenomen. Dat vergt dus handen aan het bed. En die zijn juist op de covidafdeling en de ic nodig.

Achteraan aansluiten

Wat er aan capaciteit overblijft, gaat naar oncologie en spoed. Overigens, benadrukt Schijven, hebben alle ziekenhuizen de reguliere zorg moeten terugschroeven vanwege de druk door corona. En vrijwel overal kan orthopedie, de kno, de oogheelkunde en de gewone galblaaschirurgie achteraan aansluiten in de rij. “Ik zeg altijd tegen mijn patiënten: ik kan u niet zeggen wanneer u aan de beurt bent. Iedereen met kanker gaat voor, iedereen met bloedvaten die op knappen staan gaan voor, trauma’s gaan voor, dan blijft de rest over voor ál die dokters die operaties aanvragen – zoals ik.”

Ze begrijpt de urgentie van de andere patiënten. “Maar ik kan niet zeggen dat het leed van iemand met een goedaardige aandoening, die daar elke dag last van heeft, per definitie minder is dan van iemand die kanker heeft.” Daar komt bij: Amsterdam UMC is het enige expertisecentrum voor achalasiepatiënten in Nederland. Ze kunnen nergens anders heen.

Een aantal patiënten houdt ze noodgedwongen al sinds maart aan het lijntje. Voor corona stond er een wachttijd voor van twee, drie maanden, en dat kan. “Maar een jaar? Mijn patiënten hebben serieuze problemen waarmee je misschien wel honderd kan worden, maar het kan ook echt goed misgaan.”

Mensen met ernstig opspelend maagzuur lopen bijvoorbeeld een risico op verandering van slokdarmweefsel. “Als dat lang genoeg duurt en met medicijnen niet goed onder controle te krijgen is, kun je slokdarmkanker ontwikkelen. Ik zeg niet dat je van een half jaar wachten slokdarmkanker krijgt, maar voor elke aandoening geldt: als je ermee blijft rondlopen, kun je twee richtingen op. Of het verdwijnt vanzelf, of het wordt erger.”

Dan haar achalasiepatiënten. Een nare, pijnlijke chronische aandoening waarbij voedsel in de slokdarm blijft hangen, vlak boven de sluitspier. Een deel van de patiënten dat wacht op een operatie, krijgt een noodoplossing: de slokdarm wordt dan met een ballonnetje bij de onderste kringspier opgerekt, zodat het voedsel er beter door kan. “Dat kan, maar het is wél een extra verrichting, met een risico op lekkages, die niet nodig was geweest als de patiënt op tijd was geopereerd.”

Maar wat dan? Nu er mogelijk een derde golf komt en de reguliere zorg waarschijnlijk nog maanden onder grote druk staat? “Creatief denken,” zegt Schijven. Zorgen dat er meer personeel komt. Laat studenten en coassistenten bijspringen, of desnoods stewardessen die zonder werk zitten. Kijk met wie je de OK’s weer kan bemensen, zodat er meer kan worden geopereerd. “We zitten in een crisis. Dus we móéten met elkaar durven nadenken: wat kan er dan wel? Want er komen nog zóveel patiënten op ons af. Die kunnen we niet eindeloos laten wachten.”

Ben Weel. Beeld Jakob van Vliet
Ben Weel.Beeld Jakob van Vliet

De patient

Ben Weel (64), ondernemer, wacht al een jaar op een operatie aan de zeldzame aandoening pseudo-achalasie.

Het verlossende telefoontje van Amsterdam UMC kwam op maandag: ‘Donderdag is er een gaatje. U kunt tóch geopereerd worden.’ Heel eerlijk: Ben Weel stond niet direct te juichen, want de operatie aan zijn slokdarm die hem te wachten staat, is een ingrijpende. En drie dagen voorbereidingstijd is kort. Maar aan de andere kant: snel opereren betekent ook ‘voor de zomer klaar’. Dus: “Wat moet, dat moet.” Met frisse tegenzin begon hij aan zijn operatiedieet van thee, water en heldere bouillon. “Verder niks, that’s it.”

Hij veegde zijn agenda leeg, rondde zijn werk af ‘net als voor de vakantie’, hij facetimede met zijn kinderen die zich zorgen maakten over de operatie, had goede gesprekken met zijn vrouw en werd ondertussen toch een beetje wiebelig van het bouillon-thee-water-dieet. “Maar ik dacht ook: straks, als de restaurants open zijn, kan ik wél weer lekker uit eten.”

Ademnood

Want lekker en ontspannen eten is er bij Weel nu niet bij. Hij heeft pseudo-achalasie, een verlamming van de slokdarm. In de zomer van 2019 kreeg Weel last tijdens het slikken. “Na een onderzoek in het ziekenhuis bleek er aan mijn slokdarm een soort zak te zitten, waardoor voedsel er niet goed doorgaat.” Veel dingen zoals bijvoorbeeld tagliatelle kan hij niet eten (‘dat vormt zich tot een bal’). Hij verdraagt geen appels, maar juist wel vloeibaar eten zoals soep en pap. Dan nog gaat het een paar keer per week mis. “Soms zakt het eten gewoon niet verder.”

Door de ophoping van voedsel drukt de slokdarm tegen de luchtpijp. “Ik stik niet, maar zo voelt het wel. Het doet ook pijn.”

Weel begint dan met zijn armen te zwaaien, want door veel te bewegen wil de slokdarm weleens opengaan. Hij pakt ook met zijn vingers het eten uit zijn keel. Al bij al duurt dit tien minuten. “Maar dat zijn een beangstigende tien minuten. Het is een eng gezicht, die ademnood. Zeker voor mijn vrouw is het heel vervelend.”

Er is een definitieve oplossing: een operatie. Maar ja, wanneer? In elk geval niet op die ene ingelaste donderdag. “Ik werd op woensdagmiddag om 16.30 uur gebeld door een opnamemevrouw van het ziekenhuis: de operatie kon niet doorgaan, want er waren geen bedden. Ik zat al drie dagen op een dieet, de familie maakte zich zorgen en zelf zat ik ook te malen, want zo’n operatie waarbij ze de slokdarm vastzetten is toch een groot ding. En dan wordt het op het laatst afgezegd.”

Twintig kilo lichter

Niet voor de eerste keer trouwens. Eind april stond hij ook al eens voor dezelfde operatie op de lijst. Die werd twee weken van tevoren gecanceld. Eind september kwam de tweede poging. Zelfde verhaal. Hij wacht inmiddels één jaar en tast in het duister wanneer hij wel aan de beurt is. Ondertussen heeft hij dus een paar keer per week een slik­opstopping.

In november 2019 kwam Weel onder de hoede van chirurg Marlies Schijven. Zij adviseerde hem, in de aanloop naar de kijkoperatie, flink af te vallen. Eind februari – vlak voor de coronacrisis – mailde hij haar: er was in twee maanden, na elke dag sporten, twintig kilo af. ‘Ik lig op koers.’ “Ze schreef: ‘Wat goed van u!’ Ik dacht: ‘Dit is een goeie!’”

Dat bleek volgens hem nu ook weer, want toen hij zijn teleurstelling van de afgelaste operatie met een goed glas wijn en een bord havermoutpap zat te verwerken, belde de chirurg. Ze zei: ‘Ik vind het zo vervelend voor u.’ Ze is niet alleen kundig met haar handen, maar ze is ook heel erg begaan. Zij kan er niks aan doen. Voor de chirurgen is het ook frustrerend.”

Boos is Weel niet. Maar hij maalt wel. “Als je een covidpatiënt behandelt, kun je een hartpatiënt niet helpen. Dat is een duivels dilemma. Iemand met covid, die misschien zijn gezondheid niet zo serieus heeft genomen, krijgt een ic-bed. Maar ik, terwijl ik twintig kilo ben afgevallen voor een operatie, moet wachten op een ingreep. Wie beslist dat dan? En waarom? Natuurlijk zijn covidpatiënten belangrijk. Maar wat is het belang van een patiënt zoals ik?”

Aan de inhaalslag komen de artsen nog niet toe

Beetje bij beetje schroeven de ziekenhuizen de gewone zorg weer op. Het aantal verwijzingen van de huisarts is opgelopen naar 85 procent van normaal, zo blijkt uit cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), die de uitgestelde zorg monitort. Ook de operatiekamers worden weer vaker gebruikt, een teken dat er steeds meer gewone operaties worden gedaan. Lag begin dit jaar in Noord-Holland en Flevoland de helft van de operatiekamers plat, nu is dat nog ‘maar’ 38 procent.

Volgens woordvoerder Erik Bloem van de NZa is de geleverde zorg in de ziekenhuizen ongeveer hetzelfde als in 2019. Wat niet wil zeggen dat we op het oude peil zitten. “De accenten liggen namelijk anders. Er wordt meer zorg verleend waarbij minder verpleegkundigen nodig zijn. Want verpleegkundigen zijn hard nodig op de covidafdelingen en de ic. Denk aan meer dagbehandelingen en minder complexe operaties waarbij een patiënt moet worden opgenomen of waarbij het risico bestaat dat de patiënt op de ic belandt.”

Een belangrijke kanttekening is dat de ziekenhuizen heel veel operaties hebben in te halen en daar komen ze nu bij lange na niet aan toe. Een goede indruk van de omvang van dit stuwmeer is er niet. De 1,3 miljoen gemiste verwijzingen van de huisartsen geven een vertekend beeld, omdat een persoon verschillende verwijzingen kan krijgen. Maar simpelweg het aantal afgelaste operaties bij elkaar optellen, zegt ook niet alles over het aantal mensen dat nog geopereerd moet worden. “Bij sommige mensen is de klacht zo acuut geworden dat ze al met spoed geopereerd zijn, maar er zijn ook mensen die afzien van een operatie.” In het beste geval verdwijnt een klacht vanzelf.

Hoe dan ook, de cijfers die tot dusver naar buiten zijn gekomen, lijken onheilspellend. Een greep: de hartchirurgen hebben vorig jaar 1900 minder hartoperaties kunnen doen – 12 procent minder dan in 2019. Vorig jaar waren er 4000 kankerdiagnoses minder. De vrees is dat veel mensen in de coronacrisis langer met klachten rondlopen, voordat ze naar de dokter gaan.

De Nederlandse Verenigingen voor Anesthesiologie en Heelkunde berekenden dat er vorig jaar ten minste 100.000 operaties zijn uitgesteld. En het RIVM becijferde dat door uitstel van behandelingen tijdens de eerste golf minimaal 50.000 gezonde levensjaren verloren gaan.

Meer over