PlusAchtergrond

Dit was de allereerste Nederlandse musical

Hedy D’Ancona en Ton van Duinhoven tijdens de musical 'Alle wegen gaan naar Amsterdam'. Beeld Theaterarchief Gorinchem
Hedy D’Ancona en Ton van Duinhoven tijdens de musical 'Alle wegen gaan naar Amsterdam'.Beeld Theaterarchief Gorinchem

Het Allard Pierson pakt dit voorjaar uit met een expositie over de musicals van Annie M.G. Schmidt. Maar haar Heerlijk duurt het langst uit 1965 was niet de allereerste Nederlandse musical, zoals vaak gedacht. Die eer gaat naar het vergeten Alle wegen gaan naar Amsterdam.

Maud Goulooze-Müller

Musicals zijn ongekend populair in ons land. Vertaalde, uit het buitenland afkomstige producties, maar ook van eigen bodem, trekken volle zalen. Dat de musical tegenwoordig ook hier wordt gezien als een volwassen, serieuze theatervorm heeft vrij lang geduurd. Het was Karin Larsen die in 1958 Oh, Venus op de planken bracht, ruim dertig jaar na de eerste Amerikaanse musical: Show Boat. Zij wilde met haar gezelschap iets brengen waarin muziek, zang, dans en toneel samengingen. Guus Vleugel schreef de tekst, de muziek was van Harry Bannink. Pers en publiek waren enthousiast.

Maar geplaagd door hoge kosten en werkend zonder subsidie staakte Larsen na een reeks voorstellingen haar moedige poging om een authentiek Nederlandse musical neer te zetten. In hetzelfde jaar als Oh, Venus kregen toneel- en kinderboekenschrijfster Mies Bouhuys en componist Walter Kous de opdracht voor het schrijven van een musical voor de Kunstmaand Amsterdam 1960. Enkele jaren eerder hadden ze, ook op verzoek van de Kunstmaand Amsterdam, met veel succes Voetje van de vloer geschreven, een muzikaal blijspel voor kinderen. Zij geloofden heilig in de musical omdat zij hierin een toneelvorm voor de toekomst zagen.

Poster van 'Alle wegen gaan naar Amsterdam': Piet Römer, Hedy D’Ancona, Ton van Duinhoven, Rom Kalma, Laura Cormonte en achter het stuur Tine de Vries. Beeld Theaterarchief Gorinchem
Poster van 'Alle wegen gaan naar Amsterdam': Piet Römer, Hedy D’Ancona, Ton van Duinhoven, Rom Kalma, Laura Cormonte en achter het stuur Tine de Vries.Beeld Theaterarchief Gorinchem

De Kunstmaand Amsterdam was in 1951 door Jan Huckriede opgericht met als doel om Nederlandse kunst te brengen, uitgevoerd door Nederlandse kunstenaars. Gesteund door Het Parool was het de bedoeling om een publiek te bereiken dat om welke reden ook niet geregeld concerten bezocht. Met bonnen uit de krant konden lezers korting krijgen op de toch al lage toegangsprijzen van een reeks voorstellingen, elk jaar uitgevoerd in mei en juni. Het was daarmee de tegenhanger van het dure, internationaal gerichte Holland Festival dat in dezelfde periode werd georganiseerd.

De productie van Alle wegen gaan naar Amsterdam in mei 1960 had minder financiële kopzorgen dan Oh, Venus. Voor de vijf voorstellingen in Carré waren vijf geldschieters gevonden: het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, de gemeente Amsterdam, het Prins Bernhardfonds, autofabrikant DAF en benzinemaatschappij BP. Het ensemble telde 90 medewerkers: tien hoofdrolspelers, een uit het Amsterdams Ballet afkomstige dansgroep en twee koren. Het ook door Jan Huckriede opgerichte Amsterdams Kunstmaandorkest (het latere Amsterdams Philharmonisch Orkest) stond onder leiding van Anton Kersjes, Johan Greter had de regie.

Piepjonge Hedy d’Ancona

Christel Adelaar, alias Mammaloe in de tv-serie Pipo de Clown, zou oorspronkelijk de hoofdrol spelen. Maar het werd uiteindelijk de piepjonge, uit het cabaret afkomstige Hedy d’Ancona. De overige hoofdrollen waren voor Ton van Duinhoven, Tine de Vries, de zangers Laura Cormonte en Rom Kalma en Piet Römer, die samen met Hedy d’Ancona kort ervoor nog de televisie bewerking van Oh, Venus had gedaan. Herman Bouber, de populaire volksacteur en de bekende zanger Tabe Bas hadden mooie bijrollen.

Hoewel niet uitverkocht was Carré bij de première goed bezet. Na het ophalen van het doek met Amsterdamse huizen en de 5 minuten durende ouverture, opende de voorstelling met een pompstation even buiten Amsterdam. Waar Gaby (Hedy d’Ancona), een wat onhandige van buiten de stad komende secretaresse, na het nemen van een verkeerde afslag met de auto van haar baas in de plomp belandt. Pompbediende Bart (Ton van Duinhoven) schiet te hulp en valt gelijk als een blok voor haar. Door alle consternatie en in grote haast merkt Gaby niet dat ze per ongeluk wegrijdt in de auto van een Amerikaanse toeriste. Door de verwikkelingen rond de verwisselde en verdwenen auto’s komen de personages elkaar steeds tegen in de stad, van een Chinees-restaurant in de Binnen Bantammerstraat tot een terras in het Vondelpark. Op het laatst komt natuurlijk alles goed, waarna in het slotlied de plaats van handeling wordt bezongen ‘Amsterdam is geen stad om alleen in te slapen, daarvoor gebeurt er te veel.’

‘Gaafste’ rol

Doordat de recensenten veel respect hadden voor de poging om een professionele, authentiek Nederlandse musical neer te zetten, werden de vele tekortkomingen met de mantel der liefde bedekt. De tekst maar ook de muziek van Walter Kous, die tientallen nummers had geschreven, werd geprezen. Over de hoofdrolspelers waren de kritieken minder mild. Vooral Hedy d’Ancona moest het ontgelden.

Kunstcriticus Hans Redeker van het Algemeen Handelsblad schreef ‘ze was lief maar haalde het net niet’ en Paroolrecensent Max Nord oordeelde dat ‘enkele ontoereikende stemmen, niet voldoende geschoold’ waren om een grote rol te zingen ‘zoals bijvoorbeeld bij Hedy d’Ancona het geval is’. Hans van den Bergh vond de latere PvdA-minister juist een grote verrassing, die de ‘gaafste’ rol van de hele avond had en zich als enige niet-beroepskracht in een hoofdrol wist te handhaven tussen de geschoolde acteurs. Zelf laat Hedy d’Ancona desgevraagd weten dat ze het destijds een hele eer vond om een hoofdrol te krijgen in zo’n grote productie.

Hedy D’Ancona en Ton van Duinhoven in de musical 'Alle wegen gaan naar Amsterdam'. Beeld Theaterarchief Gorinchem
Hedy D’Ancona en Ton van Duinhoven in de musical 'Alle wegen gaan naar Amsterdam'.Beeld Theaterarchief Gorinchem

Het bleef bij vijf voorstellingen, en bewerkingen later dat jaar voor radio en televisie. Dat Alle wegen gaan naar Amsterdam wordt beschouwd als de eerste professionele Nederlandse musical, komt omdat het meer dan Oh, Venus voldeed aan alle criteria: een grootschalige productie, waar zang, muziek, dans en toneel een geheel vormen.

Nadat in de eerste helft van de jaren zestig meerdere uit het buitenland afkomstige producties met wisselend succes waren opgevoerd, kwam de grote doorbraak voor de Nederlandse musical in 1965. Met Heerlijk duurt het langst van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink, dat ruim vijfhonderd keer werd opgevoerd, was het pleit definitief beslecht. En was de musical niet meer weg te denken uit de theaters. Om vervolgens nooit meer weg te gaan.

De tentoonstelling Zeur niet! in het Allard Pierson over de musicals van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink opent op 15 april: allardpierson.nl

Meer over