PlusNieuws

Deze Amsterdamse probleemwijk brengt al generaties criminelen voort

De Wildemanbuurt in Osdorp brengt al generaties criminelen voort. Een unieke analyse van wetenschappers en de politie schetst een ontluisterend beeld: 156 bewoners vormen een ‘hecht, gesloten crimineel netwerk’ waarin jongeren ‘doorgroeien’.

Paul Vugts
Achter tientallen voordeuren in de Wildemanbuurt in Osdorp wonen al generaties lang leden van criminele netwerken. Beeld Maarten Brante
Achter tientallen voordeuren in de Wildemanbuurt in Osdorp wonen al generaties lang leden van criminele netwerken.Beeld Maarten Brante

Veel te mild gesteld, zit het de bewoners van de Wildemanbuurt in het oostelijke deel van Osdorp niet mee. Hun huizen in de verloederde probleemwijk rond de Osdorper Ban kampen met gebreken die zelfs in de Tweede Kamer zijn besproken (vocht, schimmel, tocht). Een grootscheepse renovatie is tijdens de economische crisis afgeblazen. Huurders die elders overlast veroorzaakten, zijn geregeld juist hierheen verplaatst. Al zeker twintig jaar groeit generatie op generatie door in de misdaad – ook in de georganiseerde drugshandel met liquidaties tot gevolg.

De goedwillenden die met armoede worstelen zien hoe de kwaadwillenden hun buurt tot een kraamkamer van de criminaliteit maken.

In het najaar van 2019 is de Wildemanbuurt in het gemeentelijke antidrugsprogramma Weerbaar Amsterdam geselecteerd als wijk die de volle aandacht behoeft van nauw samenwerkende instanties.

Families als spil

Criminoloog Henk Ferwerda, directeur van Bureau Beke, stortte zich in opdracht van de gemeente met zijn onderzoekers én specialisten van de politie op een analyse van het criminele netwerk dat de buurt al decennia in de greep houdt. Dit netwerk haalt keer op keer jonge aanwas binnen. Het tachtig pagina’s tellende onderzoeksrapport schetst een ontluisterend beeld.

Van de pakweg 5000 bewoners van de wijk vormen er 156 een ‘hecht, gesloten crimineel netwerk’ waarin soms families de spil zijn. Het netwerk bestaat uit 147 jongens en mannen en 9 vrouwen, met leeftijden tussen de 16 en 52 jaar. De meesten hebben Marokkaanse wortels, anderen Turkse voorouders.

De afgelopen drie jaar waren deze 156 betrokken bij 2955 door de politie geregistreerde incidenten (gemiddeld bijna 19 per persoon). In totaal hebben ze 1810 antecedenten (gemiddeld 12 per persoon). Veelal gaat het om vermogensmisdrijven als berovingen en diefstallen (47 procent), geweld (16 procent) en voertuigcriminaliteit zoals de diefstal van auto’s, motoren en scooters (9 procent). In 19 gevallen gaat het om betrokkenheid bij liquidaties of andere moord en doodslag.

De vrouwen in het netwerk zijn partners, zussen, moeders of tantes van de mannelijke criminelen. Ze spelen veelal ondersteunende rollen, bijvoorbeeld als katvangers of als bezorgers. Sommigen zitten in de prostitutie, onder regie van twee zussen van criminele broers.

Met de paplepel

De onderzoekers onderscheiden binnen het grote netwerk 11 clusters met soms criminele families als spil. Die zijn al drie generaties of langer actief in de misdaad. Het gaat vooral om broers en neven, maar soms ook om zussen en nichten. Soms heeft de zoon uit de ene criminele familie een relatie met de dochter uit een andere clan. ‘De criminele leefstijl is bij wijze van spreken met de paplepel ingegoten en criminaliteit wordt van generatie op generatie doorgegeven’, concluderen de onderzoekers in hun rapport Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken.

Binnen de clusters sturen oudere leden de jongere aan. De leiders van clusters staan met elkaar in contact. Jongeren worden bijvoorbeeld aangezet tot woninginbraken of drugscriminaliteit. Dat is ‘extra zorgelijk’ doordat ‘de situatie in de Wildemanbuurt in het algemeen al erg kansarm is en jongeren al vatbaarder zijn voor criminaliteit. Jongeren die nog tamelijk onschuldige criminaliteit plegen, worden gelinkt aan ‘zware jongens en zwaardere misdrijven’, beschrijft het rapport.

Het netwerk beschikt over voldoende voertuigen, geld, vuurwapens en kennis om een bont palet aan misdrijven te plegen. De politie heeft het moeilijk om via buitenstaanders tot de besloten kring door te dringen.

Aan de randen van het netwerk zitten ‘poortwachters’ als link tussen de criminele groepen en de buitenwereld. Zij zijn volgens de onderzoekers ook betrokken bij liquidaties of pogingen daartoe.

Taxi’s als dekmantel

Het netwerk gebruikt bedrijven in of vlak bij Nieuw-West als ontmoetingsplek en huurt bijvoorbeeld auto’s in andere delen van het land – om anoniem te blijven in die auto’s en die ook bij misdrijven te gebruiken. Meerdere mannen in het netwerk zijn (óók) taxichauffeur, mogelijk als dekmantel bij het vervoer van wapens of drugs.

Door informatie van de straat met die uit systemen te combineren, delen de onderzoekers de 156 Osdorpers uit het netwerk op in zes typen. De harde kern bestaat uit 62 mannen, gemiddeld 26 jaar, die regionaal en landelijk actief zijn en gemiddeld bij 22 incidenten betrokken waren in drie jaar: ram- en plofkraken, drugsmisdrijven, wapenzaken en geweld tot aan liquidaties toe.

De 35 ‘rising stars’, gemiddeld 20 jaar oud, zijn op straat negatieve rolmodellen in groepen die overlast geven. Naarmate hun misdrijven zwaarder en professioneler worden trekken ze verder weg uit de buurt. Ze worden getypeerd als ‘te groot voor de wijkagent maar te klein voor de recherche’.

Onder hen hangen 23 ‘criminele locals’ (21 mannen en 2 vrouwen, gemiddeld 27 jaar) die de buurt weinig uit komen. Ze plegen een diversiteit aan misdrijven in de buurt, maar hebben de stap naar de georganiseerde zware misdaad nooit gezet.

Dan zijn er 14 facilitators (13 mannen en 1 vrouw, gemiddeld 38 jaar) die hand-en-spandiensten verlenen en bijvoorbeeld ‘stashhuizen’ regelen om verboden spullen op te slaan.

De echt jonge aanwas bestaat uit 8 jongens van 16 tot 19 jaar die gemiddeld in 3 jaar toch al bij 26 incidenten betrokken waren.

Van de 14 personen in de restgroep (8 mannen en 6 vrouwen van 17 tot 52 jaar) zijn de rollen niet helemaal duidelijk, in deze groep vallen ook prostituees.

Drillrapgroep

Van de 11 clusters in het netwerk plegen sommige een verscheidenheid aan misdrijven. Andere hebben juist specifieke activiteiten, zoals het stelen van motoren op bestelling, het plegen van liquidaties, het importeren van drugs of het plegen van incasso’s en ander geweld.

Eén cluster is gekoppeld aan een drillrapgroep elders in de stad en pleegt vermogensdelicten, straatroven, voertuigcriminaliteit. Ook handelt deze cluster in nepdrugs.

Van alle leden van het netwerk is nu 37 procent verwikkeld in enigerlei ‘aanpak’ in de stad, voor 63 procent geldt dat niet.

De onderzoekers benadrukken dat nu voor het eerst zo’n uitgebreide analyse van een crimineel netwerk in een buurt is gemaakt, die vraagt om een gezamenlijke aanpak van het héle systeem. Ze waarschuwen ook: ‘Het prettige in Amsterdam is dat de gereedschapskist met aanpakken goed gevuld is. Het risico is evenwel dat iedereen vanuit zijn of haar eigen opdracht aan de slag gaat met een problematiek of deelprobleem, zonder te kijken wat aan de hand van de gehele analyse voor de hand ligt’.

De slotsom: alle huidige maatregelen hebben de ‘massieve jeugdproblematiek’ in de Wildemanbuurt niet beteugeld. Dus nu is het tijd voor een grootscheeps plan om ‘misdaadcarrières te voorkomen of doorbreken’.

LinkedIn van de misdaad op buurtniveau

De criminologen onder leiding van Henk Ferwerda deden hun onderzoek in nauwe samenwerking met de politie in opdracht van het Actiecentrum Zorg en Veiligheid. Daarin werkt de gemeente met allerlei (zorg)instanties samen. Het onderzoek werd geleid door het hoofd van dat Actiecentrum en de strategisch adviseur van de afdeling Openbare Orde en Veiligheid.

De adviseur zag al jaren geleden hoe generatie op generatie crimineel actief bleef in de Wildemanbuurt. “Er werden groepsaanpakken opgezet en politieacties gedaan en dan werd het even rustig, maar vervolgens keerden de problemen steeds snel terug,” zegt hij. “Drie jaar geleden schreef een groep burgers die het niet meer pikte, een brief aan de burgemeester. Nieuw, kort onderzoek leverde weer een verontrustend beeld op. Wéér werd een groepsaanpak opgestart en er kwam cameratoezicht, maar het was ons wel duidelijk dat we grondiger te werk moesten gaan om de achtergrond van de problemen goed in kaart te brengen.”

“Vanaf de zomer van 2019 hebben we het programma Weerbaar Amsterdam opgezet, tegen de ontwrichtende werking van de drugseconomie op jongeren en wijken,” aldus het hoofd van het actiecentrum. “Een integrale aanpak van criminaliteit in de zwakste wijken is daarvan een onderdeel, zoals in Venserpolder in Zuidoost en de Wildemanbuurt. Dat doen we samen met de politie, justitie en zorgverleners. We willen niet iets bouwen naast wat er al was, maar gedegen kijken naar de impact van de verwevenheid van drugsnetwerken op lokaal niveau.”

“Het bijzondere aan dit onderzoek is dat we echt in een coproductie met de politie de groepen heel indringend en breed zijn gaan analyseren,” zegt onderzoeksleider Henk Ferwerda. “Dat deden we heel nadrukkelijk samen met 55 professionals die aan de buurt zijn verbonden. Van wijkagent en rechercheur via jongerenwerker en stadsdeelambtenaar tot, vooral ook, mensen van de straat.”

De criminoloog stelt vast dat de categorie jongeren die te groot is voor de wijk en te klein is voor de recherche, onderschat werd.

“We zijn gaan kijken hoe we alle problemen in samenhang konden duiden. Het klinkt misschien populistisch, maar uiteindelijk hebben we een soort LinkedIn van de misdaad in en vanuit de Wildemanbuurt afgeleverd.”

Soms ben je vanuit dat netwerk in Osdorp ‘in twee, drie stappen’ bij de zwaarste landelijke criminele kopstukken. Ferwerda: “De Wildemanbuurt is lang niet de enige criminele hotspot van Amsterdam, maar het is echt een kraamkamer van heel diverse en ook zware misdaad. Als je daar opgroeit, kom je op min-5 ter wereld.”

Ferwerda onderzoekt in heel Nederland al decennia jeugdcriminaliteit, maar zo’n ‘waanzinnig interessant’ project deed hij niet eerder. “We komen nu met een geanonimiseerd boekje, maar het onderzoek levert ook praktische informatie die nu door de politie en andere partners gebruikt kan worden”

“We zullen een lange adem moeten hebben, jarenlang, en er uitdrukkelijk voor waken dat alle ingrepen in nauw onderling verband gebeuren,” vult het hoofd van het Actiecentrum Zorg en Veiligheid aan. “De middelen voor dit onderzoek hadden we, maar voor een goede, langdurige aanpak is extra capaciteit nodig. Burgemeester Femke Halsema vraagt er geld voor aan zowel de gemeenteraad als aan het rijk.”

Meer over