PlusAchtergrond

De vieze motmug: als je ze ziet mankeert er iets aan de hygiëne in of om het huis

Het kruipt, vliegt, prikt, bijt, of is gewoon goor. Wat teistert ons Amsterdammers elk jaar weer, en wat zijn de nieuwkomers? Een serie over zeven stadsplagen. Vandaag deel drie: de motmug. Vies, lui, en hij kan ook al niet sturen.

Hans van der Beek
Motmuggen zijn notoir slechte vliegers. Zet een ventilator aan en ze strijken elders neer. Beeld Eva van Brummelen
Motmuggen zijn notoir slechte vliegers. Zet een ventilator aan en ze strijken elders neer.Beeld Eva van Brummelen

Het ding heet de motmug, en daar begint het al. Van dichtbij lijken ze op hele kleine vlinders (vandaar: mot), maar vlinders zijn het niet. Het zijn muggen. Alleen zijn het muggen die niet kunnen steken.

Vliegjes zijn het ook niet. Toch worden ze ook wel rioolvliegjes, latrinevliegjes of drekvliegjes genoemd. Dat komt dan weer door de plek waar ze zich graag ophouden. Vooral daar waar het schmutzig is.

Overigens worden ze ook aalputmotjes genoemd, maar dat is vooral om de chaos compleet te maken.

Motmuggen (Psychodidae) zijn notoir luie beesten. In één vliegbeurt overbruggen ze maar een halve meter, maximaal een, en meestal ook nog van boven naar beneden. Stadsbioloog Remco Daalder: “Een meter. Dat is niet heel veel.”

Bovendien kunnen ze niet zo goed sturen. Vandaar dat ze nogal eens tegen de plassende mens willen botsen.

De motmug heeft baat bij vochtige omstandigheden. Ook zijn ze dol op organisch afval. Drab, rotzooi, viezigheid. Daalder: “Er zijn vele soorten, maar wat ze gemeen hebben: slecht functionerende riolen, verstopte wc’s, goten of gewoon vieze bende.”

Maar ook platte daken of dakgoten met stilstaand water zijn ideaal voor de motmug. Het kan ook een regenton zijn, of een vochtige kruipruimte. Overal waar drab ligt.

In huis zullen motmuggen dus vooral te vinden zijn bij het toilet, de wasbak of badkuip, en buitenshuis in de dakgoot, regenpijp of composthoop.

Plaag

Daalder: “Ze zitten ergens te zitten. Ze bijten niet, ze zijn alleen maar vies. Het is lang niet zo dat alle beesten mooi zijn, een wonder der natuur en zo. Sommige beesten zijn gewoon heel erg smerig om te zien.”

Ze zijn niet groot: 1 tot 5 millimeter. Vette, kleine dingetjes, driehoekig en harig. Ze zijn zo klein dat ze makkelijk door muggengaas kunnen kruipen. En ze groeien snel uit tot een plaag.

Een motmug legt tot wel honderd eitjes – per keer. Die eitjes komen al binnen twee dagen uit, en de larven verpoppen dan weer binnen twintig tot veertig uur tot een volwassen motmug. Na negen uur is die al geslachtsrijp. Een volwassen exemplaar blijft ongeveer drie weken in leven. Per jaar kunnen wel acht generaties motmuggen voorkomen.

Van oorsprong is de motmug – er zijn wereldwijd ruim 2800 soorten beschreven – een tropische soort, maar in de vorige eeuw heeft hij zich razendsnel over de hele wereld verspreid. De eerste motmug in Nederland is in 2008 door een biologiestudent ontdekt op de Universiteit van Amsterdam – uiteraard op de herentoiletten.

Motmuggen zijn vooral ’s avonds actief. Dan lopen of springen ze een beetje in het rond. In de buitenlucht laten ze zich vooruit blazen door de wind. Overdag zitten ze bij elkaar. De vleugels hebben ze dan dakpansgewijs over elkaar geslagen. Van een afstandje lijken ze dan op een stoffig driehoekje.

In principe zijn motmuggen onschadelijk, al dragen ze wel bacteriën met zich mee. Die kunnen ze in theorie overbrengen op de mens. Niet door te steken uiteraard, want dat doen ze niet, maar wel eventueel via hun behaarde lichaam.

Nuttig

Maar als ze in grote aantallen voorkomen is dat wel een teken aan de wand dat er iets mis is met de hygiëne, bijvoorbeeld in de badkamer. Verder zijn ze vooral hinderlijk. Ze kunnen wel leiden tot stress en een verminderd woongenot.

Bioloog Geert-Jan Roebers zou geen bioloog zijn als hij niet toch iets aardigs over de motmug zou kunnen zeggen. “Eigenlijk zijn ze niet zo erg. Ze dwarrelen rond en drinken sappen. Larfjes zitten een beetje in het riool. En ze steken niet, dus dat is wel fijn.”

Bovendien voeden motmuggen zich met algen, bacteriën en schimmels en zo dragen ze een steentje bij aan de afbraak van organisch materiaal. En ze hebben wel degelijk ook nut voor de mens. De larven verminderen de geur van het organisch materiaal waarin ze zitten.

En omdat verschillende muggensoorten nooit bij elkaar in de buurt leven, zul je geen steekmuggen in de buurt van motmuggen aantreffen. Dus wie ’s nachts wordt lekgeprikt door de muggen, kan altijd nog overwegen in een badkamer vol motmuggen te gaan slapen.

Wat te doen?

  • Chemische bestrijding van de motmug is niet noodzakelijk. Het is vooral een kwestie van de broedplaats vinden en die goed opruimen en schoonmaken.
  • Controleer lekkage of problemen met het riool. Laat een lekkage repareren. Ruim de gelekte drab op.
  • Motmuggen komen ook binnen via afvoerputjes. Goed schoonmaken.
  • Controleer ook de afvoer van wasbak, douche, toilet. Maak de sifon schoon en vul hem met water, zodat de open verbinding met het riool doorbroken wordt.
  • Hou afvoerbuizen schoon met een flessenborstel en door te spoelen met heet sodawater.
  • Hou ook wasbakken die niet vaak worden gebruikt goed in de gaten. Regelmatig even doorspoelen, zodat de sifon niet droog komt te staan.
  • Een buis of put afsluiten met muggengaas heeft geen zin. De motmug is zo klein dat hij daar doorheen kruipt. Een nylonkous is wel fijnmazig genoeg.
  • Buiten organisch afval weghalen, ook bij bloembakken. Denk ook aan rotte bladeren en modderlaagjes in de dakgoot of een plat dak. Sluit de afvalbak met organisch afval goed af.
  • Motmuggen zijn notoir slechte vliegers. Zet een ventilator aan en ze strijken elders neer.
'Sommige beesten zijn gewoon heel erg smerig om te zien.' Beeld Eva van Brummelen
'Sommige beesten zijn gewoon heel erg smerig om te zien.'Beeld Eva van Brummelen