PlusNieuws

De Nicolaaskerk krijgt een heilig stukje bot, en authentiek of niet: de symboliek is groot

De Nicolaaskerk. Sint-Nicolaas, onder meer beschermheilige van zeelieden en prostituees, is de schutspatroon van Amsterdam. Beeld Iris Bergman
De Nicolaaskerk. Sint-Nicolaas, onder meer beschermheilige van zeelieden en prostituees, is de schutspatroon van Amsterdam.Beeld Iris Bergman

In de Amsterdamse Nicolaaskerk wordt zondag een stukje bot van de heilige naamgever geplaatst. Of het reliek authentiek is, moet ernstig worden betwijfeld, en ook over Nicolaas zelf is de verwarring trouwens groot.

Patrick Meershoek

De stip op de horizon is het jaar 2023, wanneer het precies 750 jaar geleden is dat de heilige Nicolaas werd aangesteld als schutspatroon van de stad Amsterdam. Vooruitlopend op het jubeljaar worden in de komende weken een kalender, een biertje en een logo van de hand van Henk Schiffmacher gepresenteerd. “Ik was vroeger een katholiek jongetje en een misdienaar,” vertelt de tatoeëerder over de bijzondere opdracht. “De heiligen waren religieuze sterren. Ze kregen de roem niet cadeau en kwamen op de meest gruwelijke manieren aan hun einde.”

Uit de abdij in Egmond

Een bijzonder moment doet zich morgen voor. In de kerk wordt een stukje rib van Sint-Nicolaas in een speciaal kastje geplaatst. Het reliek is afkomstig uit de Sint-Adelbertabdij in Egmond, waar honderden relieken worden bewaard voor het bisdom en het klooster, variërend van complete schedels tot piepkleine botsplinters. “Van Nicolaas hebben we vier grote relieken in de collectie,” zegt broeder Adelbert, die de overblijfselen onder zijn hoede heeft. Met toestemming van zijn abt sneed hij een stukje van een heilige rib af om aan de Amsterdamse parochie te schenken.

Daarmee stapt de Nicolaaskerk in een eeuwenoude traditie, vertelt Peter Jan Margry, historicus en specialist in religieuze cultuur en rituelen. “Er zijn miljoenen relieken in omloop. Sommige zijn werkelijk afkomstig van een menselijk lichaam, maar we kennen ook secundaire relieken: bij voorbeeld een habijt dat door een heilige is gedragen en na zijn dood in duizenden stukjes is geknipt. Er zijn zelfs tertiaire relieken, bijvoorbeeld een stukje stof waarmee een primair of secundair reliek is aangestreken. Voor de gelovige zijn ze allemaal van waarde.”

De rib van Sint-Nicolaas ligt volgens de documentatie al bijna duizend jaar in Egmond, omstreeks de tijd dat zijn stoffelijke resten door Italiaanse zeelieden uit het Turkse Myra waren weggehaald en overgebracht naar Bari. Het zegt weinig over de authenticiteit, meent Margry. “Er is honderden jaren lang een levendige handel in relieken geweest. Als in een catacombe de resten werden ontdekt van een naamgenoot, kon het gebeuren dat diens botten, nagels of tanden als afkomstig van de martelaar werden aangeboden. Er was nog geen dna-test beschikbaar.”

Hunkering naar mysterie en mystiek

In het geval van Nicolaas speelt nog een ander probleem. Over zijn leven en dood is vrijwel niets bekend. De bekende verhalen over zijn goede werken zijn gebaseerd op de overlevering en niet op historische bronnen. Margry: “Om het nog ingewikkelder te maken zijn de levensverhalen van twee verschillende Nicolazen met elkaar verweven. De Nicolaas van Myra en de Nicolaas van Sion. Ze hadden niets met elkaar te maken, maar in de verhalen over onze Sint-Nicolaas zijn onderdelen terug te vinden van beide heiligen.”

Het is een seculiere kniesoor die daarop let. “Het gaat om de symboliek,” vindt Margry. “Het katholicisme grossiert in geschiedenis, rituelen en curieuze praktijken. Het is van vroeger, maar daardoor ook weer helemaal van deze tijd met de hunkering naar mystiek en mysterie.” De historicus noemt als voorbeeld het enorme succes van de tentoonstelling over Maria Magdalena in het Catharijneconvent in Utrecht. “Ook van Maria Magdalena is niets meer bekend dan het weinige dat er in de Bijbel over haar wordt gezegd. We weten niet of ze echt bestaan heeft. Maar ze is een hit.”

Kan de rib van Sint-Nicolaas van Amsterdam weer een bedevaartsoord maken, zoals in de middeleeuwen het geval was? Henk Schiffmacher hoopt op een pelgrimage van de Nicolaaskerk in Alkmaar naar de Nicolaaskerk in Amsterdam. “Dat is een wandeling van ruim 22 kilometer. Dat moet voldoende zijn voor een aflaat.” De opbrengst van zijn tekening gaat, net als een deel van de winst uit de verkoop van kalenders, bier, truien en paraplu’s, naar een stichting die prostituees hulp biedt. “Nicolaas is ook beschermheilige van de prostituees. Dat vind ik mooi.”