PlusAchtergrond

De iep van de toekomst is als pizza: het zit ’m in de bodem

null Beeld Tzenko
Beeld Tzenko

De natuur in de stad verandert. Nieuwe dieren en planten komen hierheen en oude bekenden krijgen een nieuwe plek. Vandaag: de iep moet koelte brengen, maar ook weer niet te veel.

Marc Kruyswijk

Strak in het gelid staan ze daar: 180 iepen, drie groeiseizoenen oud, pal naast de silo’s van de Afrikahaven. Vier rijen van 22 en vier rijen van 23 met van die typische stadsbomen, totaal niet op hun plek op het meest westelijke puntje van het Westelijk Havengebied: de Noordzee is hier dichterbij dan de Dam. De wind giert en om de haverklap dendert er een vliegtuig over richting Schiphol. Om het allemaal nog desolater te maken, komt de regen met bakken uit de hemel.

Je moet best een beetje je best doen om je voor te stellen dat hier, op deze plek en onder deze omstandigheden, de bomen staan die in de toekomst voor verkoeling moeten zorgen voor de Amsterdammers. En dat er in de schaduw van de zwarte bergen droge bulk bij het overslag­bedrijf ernaast wetenschap wordt bedreven, onderzoek waarnaar vanuit verre buitenbossen met bijzonder veel interesse wordt gekeken.

Hittestress

Hans Kaljee, de bomenconsulent van de gemeente Amsterdam, straalt van oor tot oor als hij voorgaat tussen de boompjes. Want als er in 2023 nog twee groeiseizoenen bij de eerste drie kunnen worden opgeteld, weten hij en zijn collega’s precies wat er nodig is om de stadsbomen van de toekomst zo snel en zo gezond mogelijk klaar te maken voor een van die belangrijke doelen waarvoor ze uiteindelijk dienen: het verlagen van de hittestress.

Het is een bekend fenomeen: als officiële temperatuurmetingen in het land de 30 graden aantikken, is het in de stad op veel plekken aanmerkelijk warmer.

“Maar waar goeie bomen staan, met een fijn bladerdek, scheelt het vele graden,” zegt Kaljee. “Vorig jaar hebben we dat gemeten op onder meer de Rozengracht. Terwijl het 34 graden werd op plaatsen waar grote bomen stonden, werd het op plekken met geen of kleine boompjes wel 46 graden. Mede om die reden wordt er in deze stad enorm veel geld in nieuwe bomen gestoken.”

Goeie ondergrond

Geen stad ter wereld die zo gestructureerd ­bezig is met bomen als Amsterdam, zegt Kaljee. Dat begint met de bomen die je koopt, maar zeer zeker ook met de ondergrond waarin je die exemplaren vervolgens plant. “En dat is waarnaar we hier onderzoek doen: in welke ondergrond en onder welke condities krijg je de beste bomen?”

Op een conclusie wil Kaljee nog niet vooruitlopen: het is wetenschap immers. Wat wel duidelijk is wanneer je je begeeft tussen de bomen op het terrein van 45 bij 140 meter: de ene iep staat er kwieker bij dan de andere. Een aantal heeft al een uitbundige kruin, een stel andere lijkt net een beetje ieler. Kaljee wijst ook op de stammen. “Sommige bomen zijn beduidend sneller gegroeid.”

Alle omstandigheden zijn hier gelijk, genetisch zijn de 180 kindjes van Kaljee identiek. Het verschil zit ’m in de grond waarin de bomen zijn geplaatst. Dat maakt uit dus, zegt de bomenman. Het is net als met een pizzabodem: als die goed is, gaat de rest van de pizza als vanzelf.

“Ze staan in twaalf verschillende soorten ­bomengranulaat, allemaal willekeurig door ­elkaar. ­Alleen ik en een paar andere mensen weten welke bodem bij welk nummer boom hoort. Opvallend is trouwens dat sommige bomen een trage start hadden, maar het uiteindelijk heel goed zijn gaan doen. Bomen kunnen zich herpakken kennelijk. Het is dus zeker niet zo dat we al een winnaar hebben.”

De stad telt ongeveer 300.000 bomen, zegt Kaljee, waarvan het gros zo’n veertig tot vijftig jaar staat. Dat kan stiekem véél beter, weet hij ook. “Iepen kunnen wel 500 jaar oud worden, maar in de stad worden ze vaak op de proef ­gesteld. Wij zijn al heel trots als ie de honderd haalt. Tegelijk ben ik heel blij met hoe het gaat met de bomen: ik durf te zeggen dat Amsterdam de beste stadsbomen van de wereld heeft.”

Onderhoudsvrij is niet altijd fijn

Maar goed, het kan altijd beter dus: uiteindelijk moet de proef vruchten gaan afwerpen en ­bomen opleveren die nog gezonder en bladerrijk zijn. Maar die ook weer niet té bladerrijk moeten zijn, zegt Kaljee.

“De kruin moet ook een heel klein beetje transparant zijn. Platanen, die je bijvoorbeeld veel ziet in steden waar het veel warmer wordt dan hier bij ons, die bieden voor Amsterdam misschien wel te veel schaduw. Daar houden wij niet van, dat vinden wij too much. Geef ons maar de iep.”

Maar vaak lukt het dus ook gewoon niet. Neem veel bomen die in de jaren zestig en zeventig werden geplant in onder meer Nieuw-West en de Bijlmer, aldus Kaljee.

“We hebben daar bomen neergezet in zand uit de afgravingen van de Sloterplas en de Gaasperplas. Aanvankelijk leken die best prima te groeien, maar na een jaar of vijftien stopt het dan gewoon. Ze gaan niet dood, dat niet direct, maar ze groeien ook niet meer. Terwijl je dat juist nu, in het kader van het bestrijden van hittestress, ­eigenlijk wel zou willen: ze leveren onvoldoende schaduw. Als bomenbeheerder zou je kunnen zeggen: het is wel zo makkelijk in het onderhoud, een boom die niet groeit. Maar zo werkt het allang niet meer, want bomen zijn belangrijk.”

Kaljee heeft een dikke huid ontwikkeld de laatste jaren, want regelmatig sneuvelden er ­bomen, omdat het echt niet anders kon.

“Er waren soms boze reacties. Mensen reageren enorm als er een boom verdwijnt. Ik begrijp dat natuurlijk, als er iemand verknocht is aan bomen ben ik het.”

“Maar wij doen er tegenwoordig echt alles aan om ze te behouden omdat ze nut hebben, functioneel zijn, bijvoorbeeld bij het koelen van de stad. Daar zijn steeds meer mensen binnen de gemeente zich van bewust.”

Bomen in de stad

- De iep is de meest voorkomende boom in Amsterdam. Volgens de gemeente staan er ruim 31.000 iepen in de stad.

- Amsterdam heeft zo’n 300.000 laan- en straatbomen in beheer, maar bomen op begraafplaatsen en in sportparken of privétuinen zijn niet altijd geregistreerd. Het totale aantal bomen in de stad wordt dan ook geschat op ongeveer een miljoen.

- In 2020 zijn 1569 bomen geplant in Amsterdam. In 2021 en 2022 is het de bedoeling nog eens 2300 tot 2500 bomen te planten.

- De belangrijkste boomziekten in Amsterdam zijn de iepenziekte, kastanjebloedingsziekte, massaria (een schimmelziekte) bij platanen, essentaksterfte en takbreuk bij populieren.

- Op een interactieve kaart van de gemeente is te zien welke bomen waar te vinden zijn.

Meer over