PlusAchtergrond

De flatneurose bleek een modeverschijnsel

De vrouw van Rob de Nijs, ooit dolgelukkig in de Bijlmer, werd er uiteindelijk ook door geteisterd: de flatneurose. Wonen in hoogbouw zou depressies, eenzaamheid en fysiek ongemak veroorzaken. Het bleek een modeverschijnsel.

Manon Fonteijn
Een van de flats in de Bijlmermeer te Amsterdam, 1978 Beeld Arthur Bastiaanse/ANP
Een van de flats in de Bijlmermeer te Amsterdam, 1978Beeld Arthur Bastiaanse/ANP

Er zaten precies acht dagen tussen het moment waarop de eerste palen voor de flats van de Molenwijk in Noord en die van de Bijlmermeer in Zuidoost de grond in gingen, 5 en 13 december 1966. De koers van ‘de stad van de toekomst’ was ingezet: de moderne mens wilde wonen in wijken met hoge woongebouwen en gescheiden functies van wonen, werken en recreëren. Slechts een enkeling voorzag problemen.

Aanvankelijk was wonen op hoogte nog voorbehouden aan de beter gesitueerden, maar in de wederopbouwperiode werd hoogbouw ook gezien als oplossing voor het woningtekort onder mensen met lagere inkomens. Er werd in rap tempo fabrieksmatig gebouwd. Om de stijgende kosten van bouwgrond en lonen te compenseren werden meer bouwlagen toegevoegd. Hoe meer bouwlagen per blok, hoe rendabeler de bouw.

Toch klonken tijdens de ontwikkeling van deze grootschalige hoogbouwprojecten al kritische noten van ingenieurs en stedenbouwers. Jakoba Mulder, hoofd Stadsontwikkeling van de gemeente Amsterdam, vond dat in de Bijlmer de menselijke maat uit het oog werd verloren: moeders konden vanuit de flats niet op hun kinderen letten.

Ongegrond zou de kritiek van Mulder niet blijken. De katholieke krant De Tijd constateerde in 1955 dat ‘het huisvestingsprobleem’ een ernstige bedreiging vormde voor het geestelijk evenwicht: ‘Ook de zogenoemde flatneurose, veroorzaakt onder meer door de gehorigheid der flatwoningen, is een modern verschijnsel van geestelijke stoornis.’

Ook in de nieuwe Amsterdamse hoogbouw kwam de kwaal voor, maar wat flatneurose precies wás, was onduidelijk. De term dekte zowel geestelijke als fysieke problemen en klachten van flatbewoners, die voortkwamen uit gevoelens van stress, angst en eenzaamheid.

Volgens het Algemeen Handelsblad was het tegengaan van geluidshinder de enige manier om in de grote steden ‘flatneurose’ te bestrijden’. In Trouw werd dezelfde oorzaak aangewezen: ‘Er zijn er die elk trappelend kindervoetje, elke slaande deur, elk radiomuziekje, horen en er zich dag in dag uit over opwinden. Groeit door een slechte verhouding met de buren die opwinding uit tot een dagelijkse ergernis, dan heeft de flatneurose vrije toegang.’

Modelwoning in een van de eerste flats, Hoogoord, in de Bijlmermeer. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Modelwoning in een van de eerste flats, Hoogoord, in de Bijlmermeer.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Geneuk van de buren

Bijlmerbewoner en schrijver August Willemsen, hekelde in zijn boek Braziliaanse brieven juist de voorkeur van Amsterdammers voor gehorige huizen in de oude stadswijken, ‘waar je kon meegenieten van de wc, de tv, het geneuk en geruzie van de buren’. Juist in de Bijlmer vond hij de rust.

De kritiek van mensen die op bezoek kwamen en dan verklaarden ‘dat ze in de Bijlmer gek zouden worden’ begreep hij niet. ‘Tja, we kunnen niet allemaal op een gracht of in de Concertgebouwbuurt wonen.’

De neurose trof vooral vrouwen; volgens het Algemeen Handelsblad waren het vooral ‘de meer ontwikkelde, de meer intelligente moeders’ die er onder leden. Verveling werd gezien als een factor en door de grote afstand tussen de woning en begane grond zouden huisvrouwen het contact met leveranciers missen.

De Leidse Courant beschreef flatneurose als ‘een samenvatting van bepaalde verschijnselen zoals frustratie, irritatie, depressie en andere psychologische verschijnselen’. Dat was ongrijpbaar, aldus de krant: ‘Er is maar één ding gemeen bij degenen die aan flatneurose lijden: ze wonen in een flat.’

Staatssecretaris Roelof Kruisinga (Sociale Zaken en Volksgezondheid) verzocht in juni 1970 de Gezondheidsraad om een advies ‘inzake de medisch-hygiënische aspecten van wonen in hoogbouw’. De Gezondheidsraad kwam niet tot een oordeel, uit de onderzoeken waren ‘niet altijd gefundeerde gevolgtrekkingen te maken’, oftewel: de vraag of flatneurose echt bestond was niet te beantwoorden.

‘De flatwoning is géén ziekmakende factor,’ concludeerde het Nederlands Instituut voor Praeventieve Gezondheidszorg TNO na onderzoek in 1975 onder 1905 flatbewoners. Klachten op zowel lichamelijk als geestelijk terrein, en de aantallen bezoeken aan de huisarts verschilden niet significant met die van bewoners van eengezinswoningen. Er zou sprake kunnen zijn van een verhoogd risico bij mensen boven 55 jaar, maar daar zou het meer gaan om ‘factoren als eenzaamheid, en ontevredenheid met de flatwoning’.

Modelwoning in een van de eerste flats, Hoogoord, in de Bijlmermeer. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Modelwoning in een van de eerste flats, Hoogoord, in de Bijlmermeer.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Een ander onderzoek, uit 1976, uitgevoerd door een aantal huisartsen onder leiding van de Amsterdammer Paul Knipschild, wees niet alleen uit dat flatneurose niet bestond, maar vond zelfs dat in vergelijking met laagbouwwoningen in de flats ‘eerder minder dan meer mensen met psychische problemen’ woonden. In flats werden naar verhouding minder kalmerende middelen en slaapmiddelen gebruikt.

Bij gebrek aan bewijs vervaagde de belangstelling voor de term flatneurose daarna snel. Wonen in flats kon best negatieve effecten hebben, maar flatneurose was ‘een modieus verschijnsel’ geweest; het was eerder ‘het zeer beperkte eenzijdige woningaanbod’ dan de flat zelf die tot de problemen leidde.

In dagblad het Vrije Volk verscheen het woord nog in de rubriek Verloren woorden, als ‘verzamelnaam voor een categorie psychische klachten die optreden bij huisvesting in hoogbouw’.

Bijlmerbewoner August Willemsen verklaarde in april 1990 in NRC Handelsblad: ‘Jarenlang stonden kranten vol over ‘flatneurose’. Hoor je niks meer van.’

Manon Fonteijn is historica. Dit artikel is ontleend aan haar Masterscriptie uit 2020: Bedacht of bewezen? Een onderzoek naar het begrip ‘flatneurose’ (1955-1994).

Modelwoning in een van de eerste flats, Hoogoord, in de Bijlmermeer. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Modelwoning in een van de eerste flats, Hoogoord, in de Bijlmermeer.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Prachtige flat

De eerste echtgenote van zanger Rob de Nijs, Elly Hesseling, hield het uiteindelijk niet uit in de Bijlmer. Het echtpaar had na ‘een roerige periode’ in Bergen op Zoom besloten te verhuizen naar een flat in de Bijlmermeer.

“Ik ben nu wel gelukkig, hier in de Bijlmer,” oordeelde De Nijs, die niet begreep waarom de Amsterdammers zo klaagden over de hoogbouw in de nieuwbouwwijk. “Is dit soms geen prachtige flat? Met m’n tweedehands Simca’tje zit ik overal vlak bij: Amsterdam, Hilversum.”

Drie jaar later spijkerde De Nijs zijn mening flink bij in Trouw: “We werden gek in die Bijlmermeer. Het is toch zo’n totaal mislukt plan. Mijn vrouw Elly werd er compleet ziek: flatneurose.”

Meer over