PlusAchtergrond

De drie mannen die de Amsterdamse diamanten van de nazi’s ‘redden’: klinkt mooi, maar gebeurde het ook echt?

Het is een vrijwel onbekend gebleven verhaal dat zich afspeelde in de meidagen van 1940: de ‘diefstal’ van industriële diamanten in Amsterdam. Een slimme zet, om ze uit handen te houden van de nazi’s. Maar is het wel echt gebeurd?

Willem Oosterbeek
De intocht van Duitse troepen in Amsterdam in mei 1940, hier in de Raadhuisstraat. Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam
De intocht van Duitse troepen in Amsterdam in mei 1940, hier in de Raadhuisstraat.Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam

Met de Duitse inval op vrijdag 10 mei 1940 verloor Nederland zijn lang gekoesterde neutraliteit. Dat besefte ook het Nederlands gezantschap in Londen, waar die dagen een koortsachtige activiteit heerst.

Op zondag 12 mei, eerste pinksterdag, verlaten drie jonge mannen het gebouw van het gezantschap. Ze hebben een document op zak waarin staat dat ze zich op verzoek van het gezantschap en in opdracht van de Britse regering naar Nederland begeven voor een speciale missie. Met als doel zo veel mogelijk diamanten te verzamelen in Amsterdam.

Amsterdam vormde in die dagen samen met Antwerpen het hart van de diamantindustrie. De missie van het trio is met name gericht op het in handen krijgen van de industriële diamanten, die gewild zijn in de wapenindustrie (zie kader). De leiding van de operatie is in handen van Monty Chidson, werkzaam bij de Britse geheime dienst. Hij wordt bijgestaan door Walter Keyser en Jan Smit, die de Londense vestiging bestiert van diamantbedrijf J.K. Smit & Zonen uit de Sarphatistraat.

Onmisbaar attribuut wapenindustrie

Diamant is het hardste materiaal dat in de natuur is te vinden en is bovendien een zeer goede warmtegeleider, redenen waarom het een onmisbaar attribuut vormt in de industrie, ook in de wapenindustrie. Industriële diamanten worden vooral gebruikt als schuurmiddel of snijinstrument. Ze zijn meestal onregelmatig gevormd, te klein of te slecht van kleur om als edelsteen te dienen maar van groot belang voor metaalbewerking.

Vroeger kwamen industriële diamanten alleen voor in natuurlijke vorm, tegenwoordig zijn er ook synthetische. Dat is echter een ontwikkeling van na de Tweede Wereldoorlog.

In de avond van 12 mei begeeft het drietal zich naar Harwich vanwaar ze die nacht vetrekken naar IJmuiden, waar ze rond vier uur ’s ochtends aankomen. De instructies voor de kapitein luiden: brengen en weer ophalen. Om acht uur ’s avonds wil hij het anker lichten voor de terugreis. “Heeft u dan genoeg tijd?” vraagt de kapitein. Waarop de mannen bevestigend antwoorden.

Kluizen Amsterdamsche Bank

De volgende morgen komen ze aan in een chaotisch IJmuiden, waar ze een jonge vrouw zover krijgen dat ze het drietal naar Amsterdam brengt. Om iets voor acht uur arriveren ze bij het kantoor van Smit & Zonen in de Sarphatistraat waar Johan Smit, vader van Jan, directeur is. De mannen begeven zich vervolgens naar de Diamantbeurs om andere diamantairs ervan te overtuigen hun handelswaar af te staan.

Bovendien ondernemen ze een tochtje naar de Amsterdamsche Bank, waar veel diamanten liggen opgeslagen. Maar omdat het Pinksteren is, kunnen de kluizen van de bank vanwege een tijdslot pas de volgende morgen worden ontgrendeld.

Terug in de Sarphatistraat geven bijna alle belangrijke diamantfirma’s hun handelswaar af. De meegebrachte diamanten worden in een sporttas gekieperd. De drie mannen vertrekken om half vijf met hun buit en komen zonder veel problemen in IJmuiden, waar een sleepbootkapitein met een revolver in de rug wordt gedwongen ze af te zetten bij hun boot, de Walpole. De volgende morgen komen ze aan in Harwich en korte tijd later leveren ze de tas met diamanten af in Londen.

Het hoofdkantoor van de Amsterdamsche Bank aan de Herengracht, circa 1939.
 Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam
Het hoofdkantoor van de Amsterdamsche Bank aan de Herengracht, circa 1939.Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam

Tot zover het verhaal zoals het is opgetekend door David Walker, een Brits journalist die onder andere werkte voor persbureau Reuters. Het boek waarin hij dit verhaal vertelt, Adventure in Diamonds, werd gepubliceerd in 1956 en is geschreven in de vorm van een roman. Dat doet de vraag rijzen of het hele verhaal wel waar is. De auteur zaait zelf nogal wat twijfel.

Walker schrijft dat de hele operatie op het moment dat het boek wordt gepubliceerd nog slechts bekend is bij twee personen, namelijk Walter Keyser en Monty Chidson. Jan Smit is in 1946 overleden. Bovendien zo zegt Walker is er, omdat alles zo razendsnel is georganiseerd, nergens in de officiële archieven iets van terug te vinden.

In een kussensloop

Toch is er wel enig bewijs dat het verhaal klopt. Althans in grote lijnen. Dat er twee Nederlandse diamantairs en een Engelse geheime agent op tweede pinksterdag aan de haal zijn gegaan met een groot deel van de in Amsterdam aanwezige industriële diamanten wordt door verschillende bronnen bevestigd.

Het overtuigendste bewijs is te vinden in Het Parool van 19 juli 1958, in een interview met Mien Tan die op 13 mei 1940 naar kantoor werd geroepen om alle diamanten die naar Londen werden gesleept op lijsten te zetten. Daarvoor bleek de tijd te kort. Volgens Tan had Johan Smit alles bliksemsnel in een kussensloop gegooid. “Het was de grootste voorraad industriediamant die er in West-Europa was, ik ben er zelf bij geweest.”

Tan werd geïnterviewd naar aanleiding van de première in 1958 van de film Operation Amsterdam, losjes gebaseerd op het boek van Walker. De film zorgde voor nog meer mystificaties over de trip van het trio naar de hoofdstad. De diamanten bijvoorbeeld die bij de Amsterdamsche Bank in de kluis achter een tijdslot lagen – het was immers tweede pinksterdag – en waar ze dus niet bij konden komen, is in de film vervangen door een bankkraak, inclusief ontploffende kluizen, een wilde schietpartij en een achtervolging. Zo is het in elk geval toen nooit gegaan.

De vraag blijft waarom Walker zich niet gewoon aan de feiten heeft gehouden, maar het in de vorm van een romantische vertelling heeft gegoten? We zullen het nooit weten want we kunnen het hem niet meer vragen. David Esdaile Walker overleed namelijk op 24 oktober 1968 op Malta. Daarom, en omdat er geen geschreven bronnen zijn, zal het verhaal over de ‘diamantroof’ altijd omgeven blijven met mysteries.

Meer over