PlusAchtergrond

De blauwalg vergalt elke zomer weer het zwemplezier, juist op populaire plekken

Telkens kleurde afgelopen zomers wel ergens het water blauw en was het tijdelijk afgelopen met de pret. Beeld Eva van Brummelen
Telkens kleurde afgelopen zomers wel ergens het water blauw en was het tijdelijk afgelopen met de pret.Beeld Eva van Brummelen

Het kruipt, vliegt, prikt, bijt, of is gewoon goor. Wat teistert ons Amsterdammers elk jaar weer, en wat zijn de nieuwkomers? Een serie over 7 stadsplagen. Vandaag: blauwalg, die geen alg is maar een bacterie met bladgroen.

Hans van der Beek

Deze kruipt niet door de slaapkamer of in een broekspijp, maar een zomerse lastpak is het wel. Blauwalg verziekt zwemplezier, zowat elk jaar. Het is, zeker tijdens een warme zomer, erop wachten waar blauwalg nu weer toe zal slaan.

Het Amsterdamse Bos, het Sloterstrand, bij IJburg, op sommige plekken in de Amstel, de Nieuwe Meer, ‘t Twiske. Telkens kleurde de laatste jaren het water blauw en was het tijdelijk afgelopen met de pret.

Stadsbioloog Remco Daalder: “Blauwalg zit, zeg maar, overal waar je denkt: dáár is het leuk om te zwemmen.”

Terug naar het sportfondsenbad

Zodra de temperatuur hoog wordt, ook van het water, en het een langere tijd niet regent, kan blauwalg ontstaan. Daalder: “In warme zomers is het fijn om te zwemmen in buitenwater. Maar juist de populaire plekken, die vaak ondiep zijn en dus snel warm worden, zijn ideaal voor blauwwier. En zodra die blauwwier komt, moet iedereen weer naar het sportfondsenbad.”

Ook ditmaal is de naam van de plaagbezorger een verwarrende. Blauwalg is helemaal geen alg. Het wordt ook wel blauwwier genoemd, maar het is helemaal geen wier.

Het is een plantje. Of beter: een bacterie. Officieel wordt het de cyanobacterie genoemd. Het is een bacterie met bladgroen.

Blauwalg kwam op tijdens de eerste warme zomers in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Daarvoor kwam het plantje in Nederland niet voor. Sindsdien lijkt blauwalg alleen maar toe te nemen.

“Het is al sinds jaar en dag onze grote zorg,” zegt Daalder. “Met die warme zomers nu zie je het opbloeien. Het is niet te geloven. Dan krijg je van die verflagen op het water. Het ziet er niet uit, maar daarnaast kun je er last last van krijgen. Mensen die gevoelig zijn voor astma en longziektes moeten er sowieso niet in gaan zwemmen. Blauwalg is echt een nare.”

Gifstoffen

Toch kan die blauwalg daar in wezen ook niet veel aan doen. Ze doen wat plantaardigen nu eenmaal doen: zonlicht opnemen en daar alles van maken dat ze nodig hebben. Maar blauwalg stoot daarnaast ook nog eens stoffen uit, blauw-groene gifstoffen waar mensen niet zo goed tegen kunnen en die vooral op de longen werken.

Daarna verstikt blauwalg zo’n beetje alles wat eronder zit. Door de min of meer giftige stoffen die blauwalg uitscheidt, komt soms ook massale vissterfte voor. Bij de mens zonder longproblemen kan het geïrriteerde ogen of huid veroorzaken. Een bekende allergische reactie is netelroos.

Overigens kan blauwalg ook in een visvijvertje in de achtertuin ontstaan. Overal waar laag, stilstaand water is met veel voeding. De tip is dan: de vissen minder voeren.

Overbemesting

Op grotere schaal is de oplossing ingewikkelder. Bioloog en schrijver Geert-Jan Roebers wil een heikel punt aansnijden. Roebers: “Ik moet toch een sneer geven naar stikstof. Als blauwalg echt heel veel voorkomt in water, komt dat vaak door overbemesting. Warmere temperaturen en overbemesting. Zeker als meststoffen aan de oppervlakte in het water terechtkomen. Algen hebben ook mest nodig.”

In kanalen komt blauwalg niet voor, en dat is goed nieuws. Daalder: “Het Noord-Hollands Kanaal is inmiddels ook een groot zwembad.”

Als het water goed doorstroomt, komt daar geen blauwalg. Daarom is bijvoorbeeld in de Nieuwe Meer door het hoogheemraadschap van Rijnland een bellenscherm aangelegd. Dat zorgt voor stroming en het verstoort het natuurlijke gedrag van blauwwier.

Dat zit overdag helemaal aan de oppervlakte en heeft de neiging ’s nachts naar beneden te zakken om de volgende dag weer omhoog te komen. Bubbels verstoren dat, zodat het blauwwier aan de oppervlakte blijft en uiteindelijk uit elkaar klapt.

Bubbelmachine

Daalder: “Het is razend ingewikkeld, en zo’n bubbelmachine kost goudgeld, maar het werkte wel. Het is ooit begonnen omdat de jachthaven bij De Nieuwe Meer helemaal onder blauwwier zat.”

Is er dan werkelijk niets positiefs over blauwalg te bedenken? Jazeker wel, en ook deze aflevering moeten we daarvoor weer bij Roebers zijn. “Het hele leven op aarde is ermee begonnen.”

Blauwalg was het eerste organisme op aarde dat zuurstof kon produceren. Vermoedelijk zijn de eerste planten uit zoetwateralgen geëvolueerd.

Roebers: “Mag hij dan ook af en toe eens een beetje vervelend doen?”

Wat te doen?

  • Weggaan. Gewoon niet zwemmen in water waar veel blauwalg zit. Dit geldt zeker voor kleine kinderen of mensen die gevoelig zijn voor astma en longziektes.
  • Let goed op blauw-groenige drijflaagjes. Bij twijfel: niet zwemmen. Sowieso niet zwemmen in water dat stinkt of waar dode vissen drijven.
  • Heeft u toch gezwommen in water met veel blauwalg: thuis goed douchen met gewoon water. Zeep is niet nodig.
  • Blauwalg kan geïrriteerde huid of ogen veroorzaken. Als water is ingeslikt, kan dat leiden tot misselijkheid of diaree. Huid-, oog en darmklachten zijn binnen een à twee, hooguit drie dagen voorbij. Zo niet, raadpleeg de huisarts.
  • Voor echt ernstige klachten moet u enkele volle glazen met besmet water drinken.
  • Hou goed in de gaten of natuurwater veilig is. De laatste stand van zaken is te vinden op de site zwemwater.nl
  • Mocht u blauwalg in uw visvijvertje achter in de tuin hebben: de vijver goed schoonmaken en voortaan alleen voer uitstrooien dat de vissen binnen enkele minuten helemaal kunnen opeten.
Blauwalg is helemaal geen alg. Het wordt ook wel blauwwier genoemd, maar het is ook geen wier. 
Het is een plantje. Of beter: een bacterie. Officieel wordt het de cyanobacterie genoemd. Beeld Eva van Brummelen
Blauwalg is helemaal geen alg. Het wordt ook wel blauwwier genoemd, maar het is ook geen wier. Het is een plantje. Of beter: een bacterie. Officieel wordt het de cyanobacterie genoemd.Beeld Eva van Brummelen