PlusInterview

De binnenstad is bij uitstek het domein van studenten, zegt planoloog Zef Hemel

Planoloog Zef Hemel: ‘Je moet beginnen met naar de inwoners te luisteren en ze niet confronteren met een plan waar ze alleen maar voor of tegen kunnen zijn.’ Beeld Merlijn Doomernik
Planoloog Zef Hemel: ‘Je moet beginnen met naar de inwoners te luisteren en ze niet confronteren met een plan waar ze alleen maar voor of tegen kunnen zijn.’Beeld Merlijn Doomernik

Planoloog Zef Hemel houdt in Er was eens een stad, zijn nieuwe boek, een vlammend betoog voor de visionaire planologie. Luisteren naar de burger is daarbij een belangrijk uitgangspunt.

Peter de Jong

Zef Hemels nieuwe boek biedt de lezer een kijkje in de keuken van de Amsterdamse planvorming in verleden, heden en toekomst. Toch is het niet alleen een geschiedschrijving van de vaderlandse planologie, het is bovenal een vlammend betoog voor de visionaire planologie.

Wat is visionaire planologie precies?

“Een traditionele planoloog zit op kantoor en bedenkt plannen over hoe het moet met de stad op basis van statistieken, geld en technische mogelijkheden. Ik doe het anders. Voordat ik überhaupt iets op papier zet, ga ik luisteren wat de mensen te vertellen hebben over hun gevoel bij de stad. Voor mijn visie op de Binnenstad uit 2019 heb ik honderden bewoners en ondernemers gesproken. Uit al die gesprekken maak ik zelf een toekomstverhaal, waar de samenleving mee verder kan. Ik geloof in de kracht van verhalen vertellen. Dat werkt beter dan het zoveelste plan, document of maatregel die vaak hun eindstation in een bureaula vinden.”

“De overheid gaat ervan uit dat de burger altijd overal tegen is, maar dat roept ze over zichzelf af. Het overgrote deel van de inwoners heeft positieve ideeën over hoe hun wijk of buurt eruit moet zien. Maar dan moet je wel beginnen met naar ze te luisteren en ze niet confronteren met een plan waar ze alleen maar voor of tegen kunnen zijn. Want dan mobiliseer je alleen de criticasters. En praat ook met groepen die je anders nooit spreekt, zoals daklozen, toeristen en expats.”

In hoeverre is Amsterdam de laatste 40 jaar veranderd?

“In de jaren tachtig had je de krakers, dat was een geweldige tijd vol experimenteerdrift. Zij combineerden wonen, werken en feesten met elkaar, alles door elkaar heen. Terwijl de planologie van toen uitging van gescheiden wonen en werken. Op werken had de overheid toen geen greep, wel op wonen. Het werk bleef in de stad, het wonen ging naar buiten. Met als gevolg eindeloze files op steeds bredere snelwegen. Tot in de jaren negentig zag de centrale overheid Amsterdam en andere grote steden nog als een probleem, toen had je nog een minister voor Grotestedenbeleid.”

“Na de eeuwwisseling is Amsterdam economisch en cultureel de absolute nummer één van het land geworden. Met als gevolg peperduur vastgoed en een invasie aan toeristen en expats. De economische voorspoed heeft geleid tot een groeiende ongelijkheid tussen de Amsterdammers. Vroeger waren we allemaal arm, tegenwoordig ben je heel rijk of heel arm. De middeninkomens dreigen te verdwijnen.”

In uw Visie op de Binnenstad uit 2019 schildert u een beeld van Amsterdammers die van hun eigen stad zijn vervreemd.

“Vervreemding is eigenlijk te herleiden tot de ontwikkeling van de smartphone na 2010. Mensen leiden steeds meer een digitaal leven en komen steeds minder in de binnenstad. Het grote postkantoor verdween omdat we zijn gaan mailen in plaats van brieven te schrijven. Een kaartje voor het theater haal je niet meer op bij de kassa maar regel je met je telefoon, net als je vakantie en je boodschappen. Ook het toerisme wordt sterk aangewakkerd door boekingssites en Instagram. Gevolg: Nutellawinkels in plaats van die gekke gereedschapswinkel waar ze alles hebben. Steeds minder Amsterdammers in de binnenstad en steeds meer toeristen.”

U wilt de binnenstad weer aan de Amsterdammer teruggeven. Hoe gaan we dat doen?

“Geef de binnenstad aan de studenten. In de oostelijke binnenstad studeren alleen al 60.000 studenten. Geef die een woning in de binnenstad. Zij zijn de smaakmakers. Ze zijn bereid klein te wonen, kunnen goed tegen overlast en zorgen voor een breed cultureel aanbod en een aantrekkelijk nachtleven. Haal ze weg bij hun ouders in de provincie en uit de containers in Almere. Het Marineterrein op Kattenburg is nu een verfrissend, innovatief gebied in ontwikkeling, maak daar straks een levendige woonwijk met studenten van.”

“En de toeristenstroom zou ik afleiden door tussen station Zuid en het Museumplein bijzondere attracties te maken. Zuid wordt immers de nieuwe entree van de stad wanneer in de toekomst de internationale treinen op station Zuid aankomen. Geef de toeristen een alternatief voor de binnenstad.”

Waar denkt u dan aan?

“In de oude rechtbank komt straks een nieuw museum moderne kunst, op rolkofferafstand van station Zuid. In de Valley op de Zuidas komt het museum en debatcentrum Sapiens, dat gaat over de toekomst van onze planeet. Het conservatorium vestigt straks een dependance met concertzaal in het Beatrixpark. Om de Wallen te ontlasten zou je de prostitutie kunnen verplaatsen naar een mooi groot hotel bij station Duivendrecht of bij de Arena Boulevard. Met Casa Rosso als speciale attractie.”

U bepleit ook de terugdringing van het autoverkeer.

“Als we de milieudoelstellingen van Parijs willen halen, dan gaat de auto de stad uit. Dat ziet iedereen wel in. Ja, ook bij de VVD zijn de panelen gaan schuiven. De gemeente is er al jaren mee bezig. Er worden parkeerplaatsen weggehaald, de fietspaden worden breder en we krijgen steeds meer 30 km-wegen. De auto verdwijnt langzaamaan uit het stadsbeeld. Voor de echte autoliefhebber is straks geen plaats meer in de stad. Maar de jonge generatie is ook veel minder auto-minded.”

“We moeten sowieso af van het zware verkeer in de binnenstad, kijk maar naar al die geschonden bruggen en kades. De bevoorrading van de winkels, bedrijven en cafés kan heel goed over water. ’s Ochtends vroeg halen we het afval op, daarna komt de logistiek en in de middag is er plaats voor de rondvaart met zijn toeristen.”

Hoe ziet u de toekomst van de stad?

“Het zal op sommige plaatsen misschien drukker worden in de binnenstad, maar tegelijk wordt het stiller. Minder herrie dan in de rest van de stad. En dat is een verademing. Parkeergarages komen leeg te staan, laten we daar onze fietsen in stallen, of maak er voor mijn part nachtclubs van. Langs de kades komt plek voor veel meer groen. Laten we er één grote tuin van maken, waar het prettig leven is.”

Zef Hemel, Emmen 25 april 1957

1981 sociale geografie en planologie, Rijksuniversiteit Groningen

1994 proefschrift: Het landschap van de IJsselmeerpolders. Planning, inrichting en

vormgeving; Universiteit van Amsterdam

2012-heden hoogleraar grootstedelijke vraagstukken, in het bijzonder van Amsterdam, UvA

2004-heden planoloog/adviseur gemeente Amsterdam.

2021 publicatie Er was eens een stad. Visionaire planologie bij uitgeverij Pluim.

Hemel schreef in 2019 in opdracht van burgemeester Femke Halsema een Visie op de binnenstad van Amsterdam in 2040.

Meer over