PlusReportage

De bewoners van verzorgingshuis Het Schouw hebben nog altijd een rood hart

Het vanouds sociaaldemocratische verzorgingshuis Het Schouw in Noord bestaat deze week vijftig jaar. De Dag van de Arbeid wordt er nog gevierd met het zingen van strijdliederen, maar het hijsen van de rode vlag is verleden tijd. ‘Hier denken we hetzelfde.’

Hanneloes Pen
Hillie Blok (94) in haar woning in verpleeghuis Het Schouw in Amsterdam-Noord. ‘Dit is mijn huis. Hier voel ik me thuis.’ Beeld Dingena Mol
Hillie Blok (94) in haar woning in verpleeghuis Het Schouw in Amsterdam-Noord. ‘Dit is mijn huis. Hier voel ik me thuis.’Beeld Dingena Mol

Op de tafel in de tuinkamer van Het Schouw staat pontificaal het koffertje van sociaaldemocraat en staatsman Willem Drees. Het bruine koffertje had het waarschijnlijk niet overleefd als Anton Koolwijk, geestelijk verzorger in Het Schouw, het niet uit de door waterschade geteisterde opslagloods had gered.

In de tuinkamer zit een groep rode bewoners klaar voor een gespreksgroep over het verleden van het huis. Als Hillie Blok (94) de ruimte binnenloopt, roept ze: “Hé, ik ken dat koffertje, dat is het koffertje van Drees.”

Het zal een prominente plek in de vitrinekast in de hal krijgen met andere socialistische relikwieën: speldjes van de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC), een rode vlag en een elpee met socialistische liederen als Morgenrood.

Sociaaldemocratisch gedachtegoed

Want hoewel Het Schouw al jaren een gemengd huis is, leeft het sociaaldemocratisch gedachtegoed nog in de harten van de ouderen aan tafel. Het was voor Blok, vroeger bloemist op een kwekerij, de reden om in Het Schouw te willen wonen.

“Dit is mijn huis. Hier voel ik me thuis. Wij zijn van hetzelfde karakter, we hebben geknokt voor betere lonen, goede opleidingen voor vrouwen, het bestrijden van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. We hebben een rood hart, een soort eerlijkheid, bijvoorbeeld als het gaat om arbeidsomstandigheden.”

Annie Mellenbergh (93) knikt. “Ik werd altijd rooie genoemd en ik ben het nog steeds.”

Annie Mellenbergh (93):  ‘Ik werd altijd ‘rooie’ genoemd en ik ben het nog steeds.’ Beeld Dingena Mol
Annie Mellenbergh (93): ‘Ik werd altijd ‘rooie’ genoemd en ik ben het nog steeds.’Beeld Dingena Mol

De Internationale

Mellenbergh zat jaren in het koor en zong op 1 mei samen met Wim Kok en Job Cohen de Internationale. Het socialistische strijdlied wordt in de feestweek ook weer gezongen. “Ik wilde wel meer strijdliederen zingen, zoals Morgenstond en Op naar het licht. Maar er kwam protest van andere bewoners. ‘Ik ben geen rooie,’ riep iemand. Maar ik zing toch ook kerstliedjes.”

Aan de gesprekstafel zitten ook Piet Bakker (90) en Reijer Breed (71). Bakker, oud-brandweerman, is socialist in hart nieren en heeft bewust voor dit huis gekozen. “Hier denken we hetzelfde,” zegt Bakker, die net als Blok en Breed nog steeds lid is van de PvdA.

Breed, oud-VPRO-radiopresentator: “Ik ben vaak gevraagd: ‘Waarom blijf je op een zinkend schip?’ Maar dat zijn je worteltjes, hè. Mijn ouders waren al rood. Ze hadden een sigarenwinkel in de Zaanstreek, maar een PvdA-pamflet kwam toen niet voor het raam. De VVD’ers moesten ook roken.”

Breed koos voor Het Schouw omdat het huis het predicaat Roze Loper heeft, ten teken dat gays welkom zijn. “Ik wil in een huis wonen waar ik aanvaard word. Ik heb het idee dat het socialisme meer openstaat voor andere groepen.”

Reijer Breed (71): ‘Mijn ouders waren al rood. Ze hadden een sigarenwinkel in de Zaanstreek, maar een PvdA-pamflet kwam toen niet voor het raam. De VVD’ers moesten ook roken.’ Beeld Dingena Mol
Reijer Breed (71): ‘Mijn ouders waren al rood. Ze hadden een sigarenwinkel in de Zaanstreek, maar een PvdA-pamflet kwam toen niet voor het raam. De VVD’ers moesten ook roken.’Beeld Dingena Mol

Het Schouw is ook een ontmoetingscentrum voor buurtbewoners. Er zijn inloopdagen voor homo-ouderen en Tempo Doeloe-bijeenkomsten voor Indische mensen. “We halen het leven van buiten naar binnen. Onze bewoners vinden het fijn om contact te hebben met mensen die nog volop in het leven staan,” zegt Koolwijk.

Vadertje Drees

In de tuinkamer staat de buste van ‘vadertje Drees’, zoals de voormalige minister-president genoemd werd, met een blik naar buiten. “Hij kijkt of we eraan komen en zegt: ‘Kom binnen’,” grapt Mellenbergh.

Er zijn meer aandenkens uit het roemruchte verleden. In het pand waar ‘gymnastiekles’ wordt gehouden voor bewoners met dementie hangt een geborduurd werk van Morgenstond. In het huis is ook de grote rode vlag aanwezig die elk jaar op 1 mei werd gehesen. “We hebben helaas geen vlaggenmast meer,” zegt Koolwijk, terwijl hij de rode vlag uitrolt.

Hij rakelt aan de hand van oude foto’s protestacties op die bewoners voerden: de bezetting van de IJ-pont voor betere zorg en deelname aan de grote demonstratie tegen de kernwapens.

Ja zuster, nee zuster

In de feestweek staat weliswaar ook het lied Ja zuster, nee zuster op het programma van het gelegenheidskoor, maar gehoorzaamheid past juist niet in het huis, zegt Koolwijk. “Hier telt de eigen mening. Je hebt hier een eigen woning met een eigen huisnummer, bent eigen baas en hebt privacy.”

De Dag van de Arbeid blijft steevast gevierd worden. “We hebben ieder jaar een spreker, zingen strijdliederen, eten een rood gebakje en delen een rode roos of tulp uit,” zegt Koolwijk.

Al kan het Dinie van Heiningen (82), oud-PSP-lid, niet ver genoeg gaan. Ze vindt dat er nog weinig te merken is van het socialistische karakter van Het Schouw. “Het is zo goed als weg. We rakelen het wel soms op met elkaar.”

In het huis is een handgeschreven briefje van Drees bewaard gebleven: ‘Ik wens u allen een goede oude dag’. Ook wenste de staatsman niet alleen jaren aan het leven toe te voegen, maar vooral leven aan de jaren. “Een heel actuele visie,” zegt Koolwijk.

Annie Mellenbergh (93) brengt Piet Bakker (90) naar het restaurant voor de lunch.  Beeld Dingena Mol
Annie Mellenbergh (93) brengt Piet Bakker (90) naar het restaurant voor de lunch.Beeld Dingena Mol

Letterlijk een rood huis

Het eerste sociaaldemocratische verzorgingshuis van Nederland, het Willem Dreeshuis in de Watergraafsmeer, werd in 1957 geopend. De PvdA, Humanitas, Vara en de Algemene Woningbouwvereniging wilden een verzorgingshuis bouwen waar hun leden fatsoenlijke zorg kregen. Het huis werd gebouwd in de vorm van een S: van socialisme en solidariteit. “Je moest lid zijn van de Vara, Vrouwenbond, PvdA of Humanitas. Iedereen kreeg een eigen kamer met fonteintje,” zegt geestelijk verzorger Anton Koolwijk van Het Schouw van zorginstelling Amstelring.

Binnen de kortste keren stonden er drieduizend mensen op de wachtlijst. Vijftien jaar later werd het tweede sociaaldemocratische huis gebouwd: Het Schouw in Noord. Het dertien verdiepingen hoge flatgebouw voor 346 bewoners werd op 23 februari 1972 geopend. Een kleine veertig jaar later werd het afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw voor 130 bewoners met 53 driekamerwoningen en twaalf groepswoningen van elk zes bewoners met dementie of somatische beperkingen.

“Het gebouw is letterlijk ook rood van kleur,” zegt Koolwijk. “Maar socialist zijn is geen voorwaarde meer. We zijn nu een kleurrijk huis voor iedereen.”

Meer over