PlusExclusief

Daniel Bar-on van restaurant HaCarmel: ‘Mijn vader had niets te maken met politiek’

Na het overlijden van zijn vader is Daniel Bar-on de eigenaar van het veel belaagde Israëlische restaurant HaCarmel. ‘In mijn keuken werken veel Marokkaans-Nederlandse jongens. We liggen dichter bij elkaar dan mensen denken.’

Robert Vuijsje
Daniel Bar-on: ‘Wat denken ze? Als je bij ons de ramen ingooit, wordt het Israëlisch-Palestijnse probleem opgelost?’ Beeld Erik Smits
Daniel Bar-on: ‘Wat denken ze? Als je bij ons de ramen ingooit, wordt het Israëlisch-Palestijnse probleem opgelost?’Beeld Erik Smits

Tijdens het opknappen van restaurant HaCarmel stond Daniel Bar-on voor de deur, op de Amstelveenseweg. Eigenlijk is het juiste woord: opfrissen. Zijn vader, Sami Bar-on, wilde niet te veel veranderen. Alles wordt geverfd, een nieuwe vloer, een fris uithangbord aan de buitenkant, met daarop de Israëlische vlag.

Een voorbijganger stopte om te melden hoe jammer hij het vond dat die ouwe er niet meer is. “Waarschijnlijk wist hij niet eens dat het mijn vader was. Iedereen hier kende hem.”

Die ouwe overleed op 9 maart, tijdens een kort bezoek aan Israël. Daniel noemt hem ‘de enige ongewenste BN’er van Nederland’. Want de bekendheid dankte zijn vader aan de regelmatige bedreigingen en vernielingen van zijn koosjere restaurant. In december 2017 werd de zaak landelijk nieuws: op een filmpje, gemaakt door een overbuurman, was te zien hoe de uitzinnige Palestijns-Syrische vluchteling Saleh A. de ruiten insloeg. Hij werd veroordeeld, maar kwam in 2020 terug met een ijzeren buis.

Nu wil Daniel Bar-on de grootste wens van zijn overleden vader vervullen: een succes maken van het restaurant. “De laatste jaren had mijn vader het lastig. In de horeca kreeg iedereen klappen door corona, maar uiteindelijk gingen grenzen weer open, de toeristen kwamen terug. Alleen was mijn vader vooral afhankelijk van toeristen uit Israël. En dat land bleef potdicht.”

“Als eerbetoon aan hem wil ik HaCarmel voortzetten. Je ziet nu veel tenten met de moderne keuken van Tel Aviv. Wij brengen de smaak van de authentieke keuken, wat je Israëlische oma zou maken. We hadden al een breed publiek. Mensen die koosjer willen eten, of lactose-intolerant zijn. Veel christenen ook, die in Israël zijn geweest en dat eten weer willen proeven.”

“Nu willen we de rest van de stad erbij betrekken. Gewoon een buurtrestaurant zijn. Vergelijk het met Sal Meijer vroeger. Die broodjeszaak was koosjer, maar de gewone Amsterdammer kwam er ook.”

Daniel Bar-on groeide op in Alkmaar. Zijn moeder heet De Wit. Een blonde vrouw met blauwe ogen, 1,80 meter lang. “Haar hele familie ziet er zo uit. Mijn oma vierde haar verjaardag altijd in zo’n zaaltje, netjes in een kring zitten. Heel Noord-Hollands, iedereen zag er hetzelfde uit. En dan kwamen mijn broers en ik binnen: drie donkere Israëli’s.”

“Mijn vader was Sefardisch, geboren in Casablanca, zijn ouders zijn Marokkaans. Dan ben je donkerder. Asjkenazische Joden zien er wat Europeser uit. Hij groeide op in Beër Sjeva, midden in de Israëlische woestijn. Daar was alleen zand. Zijn broer woonde al in Nederland. Na de dienstplicht kwam mijn vader hier, hij zag Amsterdam en was verkocht.”

In de Alkmaarse shoarmazaak waar hij werkte, ontmoette Sami de moeder van Daniel. Die kwam na de film een kopje koffie drinken met een vriendin.“Mijn ouders scheidden toen ik jong was. Later kon ik ze beter bekijken: die twee zijn zo verschillend, ik weet niet hoe zij ooit samen waren. Mijn vader was ook een stuk minder lang dan mijn moeder.”

Na de scheiding vertrok Sami Bar-on met niet meer dan een tasje vol kleren. “Hij had hier geen familie, behalve zijn broer. Eerst sliep hij in zijn auto. Uiteindelijk heeft hij met heel hard werken in Amsterdam een paar restaurants opgezet.”

Sliep je vaak bij hem?

“Om het weekend. Dat was altijd feest. Alleen maar leuke dingen doen. De plekken waar je normaal heen gaat voor een kinderfeestje, daar kwamen wij om de twee weken. Bowlen, lasergamen, karten.”

En na zo’n weekend moest je terug naar Alkmaar?

“Ik ben naar Amsterdam toegegroeid. Na de middelbare school ging ik hier naar de hotelschool, ik bleef steeds vaker slapen bij mijn vader. Tot ik er ging wonen. Het omslagpunt kwam toen ik het uitgaan ontdekte. Wauw, ik kan hier elke dag uit, in Amsterdam is altijd iets te doen, overal nieuwe plekjes om te ontdekken. Toen besefte ik: naar Alkmaar ga ik nooit meer terug, alleen om mijn moeder te bezoeken.”

Op 9 maart werd Daniel Bar-on gebeld dat het niet goed ging met zijn vader. Sami Bar-on was voor een paar dagen bij zijn moeder in Beër Sjeva. Na het ontbijt voelde hij zich niet goed en ging op bed liggen. Vermoedelijk had hij een herseninfarct.

“Ik werd gebeld om kwart voor negen ’s ochtends. De eerste vlucht naar Israël ging om half twaalf, de incheckbalie sloot om half elf. Heel snel een PCR-test doen, ticket kopen, iets regelen voor de kinderen en naar Schiphol. Met wat vertraging stegen we op om twaalf uur, mijn vader overleed om half een. Dat hoorde ik pas nadat het vliegtuig was geland: je bent te laat. En dan moest ik nog anderhalf uur met de auto naar Beër Sjeva. Dat was geen vrolijke rit.”

De stad van... Daniel Bar-on

Echt Amsterdams
“Toen hier de ruiten waren ingegooid, stond er een man voor de deur die zei: ik woon om de hoek, ik heb een stoffer en een blik, jij hebt glas dat kapot is, kan ik helpen?”

Accent
“Ik vind Amsterdams een mooi accent, ik hoop dat ik het heb.”

Partner
“Ze is Amsterdams. En ook joods, ja. Ik ben blij dat ik een Amsterdams meisje heb gevonden.”

Huur of koop
“Koop. Gelukkig heb ik het gedaan, in Amstelveen, toen het nog net betaalbaar was.”

Import
“Je bént een Amsterdammer. Dat kun je niet worden. Niet zoals iemand die hier is geboren.”

Wat is het verschil tussen Israëli’s en Nederlandse joden?

Lachend: “De een dringt voor, de ander gaat netjes in de rij staan wachten. Nee, dat kan ik zo niet zeggen. Je hebt ook Nederlanders die voordringen en Israeli’s die in de rij staan. Laat ik het zo zeggen: Israëli’s zijn directer. Ze gaan er dwars tegenin en zijn echt voor niemand bang.”

“De familie van mijn vader komt uit Marokko, hij sprak Arabisch met zijn ouders. Na de stichting van Israël verhuisden ze van Casablanca naar Beër Sjeva, ze kozen voor dat land. Maar in Marokko hadden ze het ook goed. Joden werden daar beschermd door de koning.”

“Het is gebeurd dat hier op het raam werd gespuugd door Arabische jongens, laat ik ze zo maar noemen. Mijn vader rende naar buiten en schold ze uit in het Arabisch, dat sprak hij vloeiend, met een Marokkaans accent. Die jongens wisten niet wat ze overkwam.”

Een voorbeeld: in China gebeuren dubieuze dingen. Maar naar aanleiding van dat regime is hier nog nooit een Chinees restaurant aangevallen. Waarom gebeurt dat alleen bij een Israëlisch restaurant?

“Ik heb hier geen antwoord op, ik denk ook niet dat er een logische verklaring bestaat. Het is domheid, ik kan niets anders bedenken. Mensen beginnen over de Israëlische vlag die bij ons hangt. Dat zou provocerend zijn. Het is een Israëlisch restaurant, gap. Net zoals bij een Italiaans restaurants kan er dan een vlag hangen.”

“Ik begrijp de gedachtegang ook niet. Wat denken ze? Als je bij ons de ramen ingooit, wordt het Israëlisch-Palestijnse probleem opgelost? Mijn vader stond hier te koken, hij had niets te maken met de politiek in Israël.”

“Het enige dat ik kan zeggen is: er bestaat veel onwetendheid, aan beide kanten. In mijn team in de keuken werken veel Marokkaans-Nederlandse jongens, heel goede koks. Dat gaat prima. Het kan helpen dat ze van huis uit de smaken al kenden. We liggen dichter bij elkaar dan mensen denken.”

Waar ben je op 4 mei?

“Ik ga altijd naar de Apollolaan. Wij kunnen ons denk ik niet voorstellen hoe mensen hier toen leefden. Ze zaten vijf jaar ondergedoken, onder een vloer of achter wat planken. Wij werden al gek toen we twee jaar niet alles konden doen wat we wilden. En we konden gewoon naar buiten en lekker eten bestellen. Zij waren bang voor hun leven.”

“Hoe moeilijk ik het nu heb met het verlies van mijn vader, en ik heb het echt zwaar... In die tijd raakten mensen hun hele familie kwijt. Helemaal alleen terugkomen uit een kamp en dan toch de kracht vinden om je leven op te pakken. Daar heb ik zo veel respect voor. Heel belangrijk: stil staan bij hoe kostbaar het is, het leven en de vrijheid die wij hebben.”

CV
Daniel Bar-on (Alkmaar, 1989) is de eigenaar van restaurant HaCarmel op de Amstelveenseweg. Specialiteiten: “De Israëlische salades als voorgerecht, die kun je nergens krijgen zoals bij ons. En lam uit de oven.”

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat, vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Lees hier alle afleveringen terug.

Meer over