PlusAchtergrond

Crisis in de winkelstraat? Er komen juist weer winkels bij

Winkelstraten zouden het door de coronacrisis moeilijk krijgen, was het idee. Maar wat blijkt: in de winkelstraat komen er nu juist zaken bij, terwijl bij de webwinkels de rek eruit is.

Herman Stil
Op de hoek van de Dam en de Kalverstraat opende Armani een nieuwe winkel. Beeld Eva Plevier
Op de hoek van de Dam en de Kalverstraat opende Armani een nieuwe winkel.Beeld Eva Plevier

40 procent meer lege winkels, winkeliers die na corona door hun reserves zijn, verlaten winkelstraten waar etalages zijn dichtgeplakt met borden die tegen niemand ‘te huur’ schreeuwen.

De voorspellingen van winkelvorsers in coronatijd — en ver daarvoor — waren dieprood. Branches verdwenen uit het straatbeeld of hielden ernstig gecoupeerd het hoofd boven water. Reisbureaus, elektronicazaken, speelgoedwinkels: allemaal op weg naar de historie.

Maar na de donkere coronajaren is het juist niet de winkelstraat die verdort. Volgens winkelanalist Locatus remt de jarenlange afname van het aantal ‘echte’ winkels momenteel af. In een aantal branches — supermarkten, voedingszaken, woonwinkels en drogisterijen — stijgt het aantal winkelvestigingen zelfs. Stonden er begin 2021 in heel Nederland nog 16.335 winkelpanden leeg, aan het eind van 2021 was dat 11 procent minder.

“Na alle lockdowns is de winkelmarkt gigantisch hersteld,” zegt Mark Klaassen van winkelmakelaar KroesePaternotte. Daardoor neemt de animo voor nieuwe fysieke winkels toe. En dat gebeurde zelfs in coronatijd al. “Winkels die al lang leeg stonden, werden in de periode na de harde lockdowns veel makkelijker verhuurd.”

Oogkleppen af

Dat komt ook doordat veel eigenaren van winkelpanden, die lang elke vijf jaar hun huren verhoogden, in corona de oogkleppen hebben afgedaan. “Tijdens corona hebben veel winkeliers hun omzetcijfers met verhuurders gedeeld, in de onderhandelingen over huurkortingen.”

“Vooral professionele verhuurders is zo veel duidelijker geworden wat de winkelomzetten op hun locaties werkelijk zijn en hoe deze zich verhouden tot de vaak te hoge huurprijzen. Die hebben dat aangepast om leegstand te voorkomen. Dat trekt die markt nu los. Ondernemers zijn optimisten, als die kansen zien dan grijpen ze die. Als dat betekent dat ze een extra zaak of extra meters kunnen toevoegen, laten ze dat niet na.”

“Winkels komen echt terug,” verwacht ook Jan-Pieter Lips van Adyen, dat wereldwijd het betalingsverkeer voor online- en offline-bedrijven regelt. Het bedrijf ziet, ondanks de naweeën van de coronacrisis en de hoge inflatie, net als banken en het Centraal Bureau voor de Statistiek, nog geen tanende kooplust bij consumenten. “Wij zien juist een stijging van de omzet in fysieke winkels terwijl de omzetten in webwinkels stabiliseren.”

Waar winkelstraten zich nu enigszins ontworstelen aan jaren van doem, zit plots de e-commerce in de hoek waar de klappen vallen. De Kamers van Koophandel registreren sinds februari fors minder nieuwe webwinkels en steeds meer internetzaken die er zelf het bijltje bij neergooien.

In februari 2021 kwamen er bijvoorbeeld in Nederland nog ruim 3200 webwinkels bij, maar in februari van dit jaar waren dat er er nog maar 1868. In maart en april zette die daling zich voort. Er zijn momenteel 95.000 ingeschreven webshops in Nederland— alhoewel die lang niet allemaal ook actief zijn.

Onzeker jaar voor webwinkels

“2022 wordt een onzeker jaar voor de onlinesector,” zegt directeur Marlene ten Ham van Thuiswinkel.org, de brancheorganisatie van onlinewinkeliers. “Webwinkels en pakketvervoerders merken de impact van de hoge inflatie, de stijgende prijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne en sancties tegen Rusland en de tekorten aan grondstoffen en personeel.”

Het zijn nu juist die oude retailers die online het stokje overnemen. “On- en offline vloeien steeds meer in elkaar over,” zegt Ten Ham. “Tijdens de lockdowns zijn veel fysieke retailers noodgedwongen ook online gaan verkopen. Zij kwamen versneld in een digitale transformatie terecht. Tegelijkertijd openen steeds meer webwinkels fysieke vestigingen. Door gebruik te maken van de voordelen van beide kanalen kunnen consumenten het best bediend worden.”

Winkeliers beseffen dat onvoldoende, zegt Lips van Adyen. “64 procent van de consumenten geeft bij ons aan ook fysiek te willen blijven winkelen. Retailers zeggen dat veel minder, die hechten een veel zwaarder belang aan online aankopen. Daar ligt missiewerk voor ons. Er is, zeker na corona, sprake van een nieuwe balans tussen fysiek en web. Daar moet je als winkelier in meegaan. Anders mis je de boot.”

“Veel winkeliers hebben in coronatijd ingezet op ‘click & collect’. De benodigde technologie wordt nu ingezet om winkels te gebruiken als lokale magazijnen. Zowel voor klanten die online iets bestellen of consumenten die in de winkel iets aanschaffen.”

Kassa verdwijnt

Slimme winkeliers borduren daar zelfs op voort. “Die maken het mogelijk na een of twee uur de producten thuisbezorgd te krijgen zodat je ze niet zelf hoeft mee te nemen. Of ze bieden de mogelijkheid dat je als klant eerst thuis kan kijken of een product in de winkel aanwezig is.”

Dat betekent volgens Lips wel dat het idee van wat een winkel is, zal veranderen. “In sommige zaken verdwijnt de vaste kassa. Daar lopen medewerkers rond met een telefoon of tablet waarop het hele assortiment staat, inclusief de mogelijkheid te bestellen en af te rekenen. Klanten scannen een QR-code of betalen via een Tikkie-achtige link. Zo kan je ook meer klanten helpen met minder personeel.”

Dat kleinere winkeliers het onderspit delven in het digitale geweld, valt volgens Lips te bezien. “Het mkb kandit soort investeringen niet zelf doen. Maar er zijn steeds meer dienstverleners die het voor kleinere winkeliers mogelijk maken zulke diensten te bieden.” Vaak met Adyen voor het betalingsverkeer.

“Door met zulke partijen in zee te gaan, krijgen kleine winkeliers een voorsprong,”zegt Lips. “Soms zitten grote winkelbedrijven juist vast aan oude systemen, hebben ze moeite hebben om te schakelen, of stellen ze de keuze voor nieuwe technologie uit. Wie de moed heeft om afscheid te nemen van het oude denken, kan goed uit deze crisis komen.”

Of dat zal leiden tot voorspoed voor winkelstraten weet Lips niet. “Niet alle retailers zullen die slag kunnen maken. Maar ik ben best optimistisch dat de winkelstraat zal opleven.”

Minder, maar grotere zaken

Winkelmakelaar Klaassen van KroesePaternotte gelooft niets van prognoses dat de winkelmarkt zal krimpen, zoals het Planbureau voor de Leefomgeving vorig jaar voorspelde. “Ik denk eerder het tegendeel.”

In winkelsectoren waar de klappen groot lijken — mode, elektronica — daalt weliswaar het aantal vestigingen, maar worden de overblijvende zaken groter. Zo daalde de afgelopen zeven jaar het aantal elektronicawinkels met een kwart, maar nam bij de overblijvers het vloeroppervlak volgens Locatus 17 procent toe. “Dit past in de trend van meer beleving en inspiratie brengen op grotere locaties die daarvoor meer mogelijkheden bieden.”

Bovendien, zegt Klaassen: “In winkelstraten buiten de centra is nauwelijks leegstand. Daar winkelen mensen op een andere manier dan in de Kalverstraat of de Lijnbaan in Rotterdam. Zodra de internationale toeristenstroom is hersteld, zal je op die laatste plekken ook zien dat de winkels weer volstromen.”

‘Cash is op weg naar de uitgang’

Was voor de pandemie nog een derde van alle betalingen in contanten, nu is dat volgens De Nederlandsche Bank (DNB) 20 procent.

“Wij zien ook dat er steeds minder cash wordt afgerekend,” zegt Jan-Pieter Lips van Adyen. “Contant betalen is op de weg naar de uitgang. Vooral in Scandinavië, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.”

Winkeliers zullen dat niet erg vinden. Lips: “Contant geld is voor retailers niet efficiënt. Het heeft hoge vaste kosten. Naarmate er minder cash komt, wordt de verwerking ervan duurder.”

Per jaar kost het verwerken van contant geld in Nederland tussen circa een miljard euro. Per transactie is dat 50 cent tegen gemiddeld 20 cent voor een pinbetaling.

Dit voorjaar sprak DNB met banken, winkeliers en betaalbedrijven af dat contant geld ten minste vijf jaar breed beschikbaar blijft. Winkels moeten ervoor zorgen dat er een alternatief voor digibetalen is en banken beloven tot half 2023 hun tarieven voor het verwerken van contant geld niet te verhogen.

“We moeten ook niet in een bubbel opereren,” waarschuwt Lips. “Het blijft belangrijk dat iedereen toegang heeft tot betaalmiddelen.”

Volgens een ruwe schatting van DNB zijn tussen de 1,3 miljoen en 1,5 miljoen Nederlanders — vooral ouderen of mensen in de schuldsanering – in meer of mindere mate afhankelijk van contant geld.

Meer over