PlusExclusief

Complex Groenmarkt vult een van de laatste vrije terreinen in de Amsterdamse binnenstad

Allerlei woonvormen en -typen hebben een plaats gekregen in het complex Groenmarkt achter de Marnixstraat, dat een van de laatste vrije terreinen in de binnenstad vult. Over een week worden de eerste woningen opgeleverd, maar we kunnen nu al stellen dat iets bijzonders is toegevoegd aan de collectie Amsterdam.

Souterrains, beletages, maisonnettes met kantoor; alles komt voor in het complex aan de Singelgracht.  Beeld Jakob van Vliet
Souterrains, beletages, maisonnettes met kantoor; alles komt voor in het complex aan de Singelgracht.Beeld Jakob van Vliet

Duinlandschap met een natuurzwembad op het dak. Toe maar. De fantasie van de hedendaagse (landschaps)architect kent geen grenzen. Op het nieuwe complex aan de Singelgracht zijn de sparren op het dak gehesen, licht gebogen alsof ze al door de wind zijn gevormd. Er ligt een schelpenpaadje klaar voor de bewoners. Als het te heet wordt, kan men ‘schuilen’ in een schaduwhuisje, maar er is ook een serre, tevens lifthuis, die ’s winters beschutting en comfort kan bieden. Landschapsarchitect Harro de Jong was de bedenker/ontwerper van deze uitzinnige dakbeplanting en –inrichting, die vanaf de overkant aan de Nassaukade goed zichtbaar is.

En dan te bedenken dat dit Singelgrachtblok, ontworpen door Ronald Janssen, slechts 39 woningen telt, waarvan dertien sociale huur voor ouderen uit de Jordaan, met een collectieve woonkamer en eetkeuken. De rest is vrije sector koop. Zo divers als de soorten bewoners, zo gevarieerd zijn ook de plattegronden, ware puzzelstukken met een grootte die varieert van 50 vierkante meter tot maar liefst 170 in de vrije sector. De prijzen variëren navenant.

Binnenstebuiten

Met het blok aan de Marnixstraat, minutieus vormgegeven door Bastiaan Jongerius, is een ambachtelijk stuk metselwerk tot stand gebracht, waarin niet alleen de geest van de 19de eeuw doorklinkt, maar ook nog eens, net als bij het Singelgrachtblok, rekening is gehouden met vleermuizen, nestkasten en insecten. Leven en levendigheid worden op uiteenlopende manieren gevierd in dit westelijk deel van de Jordaan.

De Groenmarkt was net als de Appeltjesmarkt een insteekhaventje aan de Singelgracht, met kramen en handel op de kade. Later stond er een tijdelijk bejaardentehuis; het gat aan de Marnixstraat was een plek, begeerd om gevuld te worden. Op zich is het al een wonder dat er aan de rand van binnenstad nog zulke onverwachte, braakliggende terreinen liggen. Beide architecten hebben daar ervaring mee: Ronald Janssen vulde onder meer vlak bij de IJtunnel een gat aan de Foeliestraat, nu genomineerd voor de ­architectuurprijs de Gouden A.A.P. Jongerius ontwierp een invulling in de Elandstraat met een CPO-project, winnaar van de Amsterdamse Nieuwbouwprijs in 2013.

Alsof het modernisme van de 20ste eeuw is ­samengebracht met de 19de eeuw, zo lijkt de bebouwing langs de Singelgracht. De witte betonnen banden – doorspekt met groene steentjes – slingeren zich om de gevel, in- en uitspringend, met of zonder balkon, waardoor het de strengheid van het modernisme mist. De opbouw van de gevel sluit aan bij de informele achterkanten van de grachten­panden en de weelderige geveltuinen van de Jordaan. De binnenkant van die blokken zijn vaak wit en gevarieerd, met aan- en uitbouwen, dakterrassen en tuinen. Het grachtenhuis is als het ware binnenstebuiten gekeerd. Souterrains, beletage, maisonnettes, verticaal en horizontaal, kantoor op de begane grond en wonen ­erboven, je kunt het zo gek niet bedenken of het komt erin voor.

Het blok aan de Marnixstraat. Beeld Jakob van Vliet
Het blok aan de Marnixstraat.Beeld Jakob van Vliet

Erkers knallen uit de gevel

Janssen vatte de bebouwing langs de Singelgracht in dit deel van de stad op als ‘een kralensnoer’, legt hij uit, omdat de geschiedenis er ­allerlei sporen heeft achtergelaten met de ­nabije Europarking, het verzorgingstehuis ­Macroon en de gesloten centrale van Liander. Het nieuwe complex licht daartussen op als een pareltje dat afsteekt bij de somberheid van de negentiende-eeuwse Marnixkadebebouwing. Het zijn zoals wel vaker de details die architectuur tot een inspirerende kunstbeoefening ­maken, details die maken dat je je als voorbijganger niet verveelt. In het nieuwe Marnixstraatblok zijn dat de glazen erkers, die eigenwijs uit de gevel knallen en het gebouw niet zo doods maken als de rest van de straat. Bij het Singelgrachtblok opent zich een geperforeerde stalen deur van de fietsenkelder en parkeer­garage. Het is een feest om binnen te komen.

Nog niet zichtbaar is de beplanting langs de gevel, die wortelt in de volle grond en op termijn zal opklimmen en door gaten in de vloerranden haar weg gaat vinden. Je kunt niet wachten ­totdat hier over enkele jaren het stralend witte beton gecombineerd zal zijn met groen.

Getorpedeerd

Er is altijd wat te zeuren, in dit geval bij monde van Janssen en Jongerius. De gemeente heeft hen overrompeld met een trafohuisje, nota ­bene pal voor de fietsenkelder. Daardoor is een effect dat hun voor ogen stond – en een belangrijk punt uit de winnende tender – door de ­gemeente zelf tenietgedaan: een vrij doorzicht van de Marnixstraat naar het water aan de ­Singelgracht. Het is weer eens een voorbeeld hoe gemeentelijke diensten in Amsterdam langs elkaar heen werken en zo een poging tot het realiseren van een goed ontworpen open­bare ruimte torpederen.

Het stralend witte beton zal over enkele jaren zijn gecombineerd met weelderig groen. Beeld Jakob van Vliet
Het stralend witte beton zal over enkele jaren zijn gecombineerd met weelderig groen.Beeld Jakob van Vliet
Meer over