PlusAchtergrond

Cold case Anne Frank: een lange lijst verdachten, maar tot nu toe ontbrak bewijs

Anne Frank. Na het verraad van haar en haar familie werd ze weggevoerd; ze stierf in mei 1945 in Bergen-Belsen. Beeld AFP
Anne Frank. Na het verraad van haar en haar familie werd ze weggevoerd; ze stierf in mei 1945 in Bergen-Belsen.Beeld AFP

Wie heeft Anne Frank verraden? Het is een van de meest gestelde vragen over de geschiedenis van Anne Frank en het Achterhuis. Na de oorlog zijn er theorieën op losgelaten en tientallen namen van verraders geopperd.

Hanneloes Pen

In 1942 werd het achterhuis op de Prinsengracht op orde gemaakt als onderduikadres voor de Joodse familie Frank. Het kantoor van Otto Franks bedrijf Opekta – dat handelde in geleermiddelen op basis van vruchtenpoeder – zetelde op dat adres en bestond uit een achterhuis. Het gezin Frank dook er onder toen de oudste dochter des huizes, de 16-jarige Margot, op 5 juli 1942 een oproep kreeg zich te melden voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Vier andere Joodse onderduikers voegden zich bij hen: het bevriende echtpaar Van Pels met hun zoon Peter en tandarts Fritz Scheffer.

De acht onderduikers hadden zich er twee jaar en dertig dagen schuilgehouden toen op 4 augustus 1944 een inval plaatsvond. De onderduikers werden gearresteerd en via Westerbork naar de concentratiekampen in het oosten gedeporteerd.

Rol van pakhuisknecht

Otto Frank overleefde als enige de kampen. Hij besloot het dagboek dat zijn 13-jarige dochter Anne in het Achterhuis had geschreven, te publiceren, en deed onderzoek naar het verraad.

Ook de PRA (Politieke Recherche Afdeling), opvolger van de Politie Opsporingsdienst (POD), verrichtte in 1947 en 1948 onderzoek naar de inval in het Achterhuis en de rol van pakhuisknecht Willem van Maaren daarbij, die in 1943 bij het bedrijf van Otto Frank kwam te werken. Maar bewijs bleef uit.

Nadat nazi-jager Simon Wiesenthal had onthuld dat SS’er Karl Silberbauer in 1944 de leiding had gehad bij de arrestatie, deed de Rijksrecherche in 1963 en 1964 opnieuw onderzoek naar de inval en betrokkenheid van Van Maaren. Er was wederom onvoldoende juridisch bewijs voor Van Maarens schuld.

Het bleef tientallen jaren stil. Vanaf eind jaren negentig kwamen historici, biografen en journalisten door de jaren heen met namen van verraders aanzetten, waarbij ook de naam van de Amsterdamse Joodse notaris Arnold van den Bergh naar voren kwam.

De Oostenrijkse journalist-schrijver Melissa Müller opperde in haar biografie over Anne Frank uit 1998 dat de werkster Lena Hartog-van Bladeren een rol speelde in de arrestatie.

De Britse schrijver Carol Ann Lee schreef in 2002 in haar biografie Het verborgen leven van Otto Frank dat de Nederlandse nationaalsocialist Tonny Ahlers de hand had gehad in het verraad.

Niod-onderzoekers David Barnouw en Gerrold van der Stroom deden in 2003 onderzoek maar vonden geen solide bewijs voor de beschuldigingen tegen de pakhuisknecht, de werkster en de nationaalsocialist.

Verraadster Ans van Dijk

Journalist en oud-hoofdredacteur van Het Parool Sytze van der Zee verwees in zijn boek Vogelvrij (2010) naar de betrokkenheid van de beruchte Joodse verraadster Ans van Dijk. De auteurs Jeroen de Bruyn en Joop van Wijk van het boek Bep Voskuijl, het zwijgen voorbij (2015) schreven op hun beurt dat Nelly Voskuijl de Duitsers had getipt over de onderduikers. De met de nazi’s sympathiserende Nelly was de zus van Bep Voskuijl, een van de helpers van het Achterhuis.

De Anne Frank Stichting zag echter te weinig bewijs in de laatste theorie. Volgens historicus Gertjan Broek van de stichting ‘mist de beschuldiging elke basis en is er sprake van een flinterdunne bewering’.

Hij concludeerde eind 2016 in zijn onderzoek dat er misschien geen sprake was van verraad, maar dat bonnenfraude en illegale arbeid in het bedrijfspand aan de Prinsengracht 263 een rol hebben gespeeld bij de inval van het pand. Mogelijk doorzocht de Sicherheitsdienst het pand en kwam zo tot de ontdekking van de onderduikers.

De Joodse Raad, Amsterdam 1942. Notaris Arnold van den Bergh zit vijfde van links. Hij werd na de oorlog aangeduid als een mogelijke verrader van het Achterhuis; het coldcaseteam ziet hem nu als meest waarschijnlijke verdachte. Beeld  Imagebank ww2- niod-Joh. de Haas
De Joodse Raad, Amsterdam 1942. Notaris Arnold van den Bergh zit vijfde van links. Hij werd na de oorlog aangeduid als een mogelijke verrader van het Achterhuis; het coldcaseteam ziet hem nu als meest waarschijnlijke verdachte.Beeld Imagebank ww2- niod-Joh. de Haas
De ‘Wall of Shame’ van het coldcaseteam dat het verraad opnieuw onderzocht. Beeld Proditione
De ‘Wall of Shame’ van het coldcaseteam dat het verraad opnieuw onderzocht.Beeld Proditione

Het idee om de zaak weer eens te onderzoeken, kwam van filmmaker Thijs Bayens en journalist Pieter van Twisk. Zij namen gepensioneerd FBI-agent Vince Pankoke in de arm, die betrokken was bij het opsporen van Colombiaanse drugskartels en Wall Streetcriminelen.

Operations Room

Het coldcaseteam, waaraan uiteindelijk zo’n 200 mensen meewerkten, streek neer in een kantoor in Amsterdam-Noord. In de zogeheten Operations Room maakten zij een Wall of Shame met foto’s van Nederlandse SD-rechercheurs en V-mannen en vrouwen (betaalde informanten die Joden opspoorden). Ook hing er een plattegrond van Amsterdam met de adressen van collaborateurs en SD-informanten.

Zij werkten zes jaar aan het onderzoek, raadpleegden 29 archieven, waaronder de strafdossiers in het CABR-archief (Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging), lazen zo’n dertig verklaringen over de inval in het Achterhuis, bekeken geluidsmateriaal en zetten eerdere onderzoeken en theorieën van historici, biografen en journalisten naar de verraders op een rijtje. Alle gegevens werden in een speciaal artificial intelligence computerprogramma gezet. Het elektronisch archiefsysteem kreeg de naam ‘de Boekenkast’. (De toegang tot het Achterhuis was afgedekt door een boekenkast.)

Het team deed een omwonendenonderzoek en maakte een reconstructie van de inval op 4 augustus 1944 waarbij ze acteurs de helpers van het Achterhuis en verdachten lieten naspelen. Het spel zal later onderdeel uitmaken van een documentaire of serie.

Het anonieme briefje dat Otto Frank ontving en dat de zaak een beslissende wending gaf. 
 Beeld Monique Koemans
Het anonieme briefje dat Otto Frank ontving en dat de zaak een beslissende wending gaf.Beeld Monique Koemans

Tientallen originele documenten

Verder traceerden ze nazaten van families die bij het Achterhuis en de inval betrokken waren. Zo kwamen ze ook bij de zoon van rechercheur Arend van Helden terecht, die voor de Rijksrecherche in de jaren zestig onderzoek deed naar de inval. De zoon beschikte over tientallen originelen en doorslagen van het onderzoek uit 1963-1964, met inbegrip van de oorspronkelijke ordner van de Rijksrecherche. Tussen de paperassen vond het team een getypt blocnoteblaadje. ‘Abschrift’ stond erboven. Uit een analyse van het typoscript bleek dat Otto Frank dit Abschrift had getypt.

In dit anonieme briefje stond: ‘Uw schuilplaats te Amsterdam werd indertijd medegedeeld aan de Jüdische Auswanderung te Amsterdam, Euterpestraat, door A. Van den Bergh.’

Otto Frank, die het briefje kort na de bevrijding ontving, nam de mededeling ‘serieus’ en had een afschrift ervan in 1963 aan de rechercheur verstrekt.

Van Helden beschreef in zijn rapport wel dat Frank hem op de hoogte had gebracht van een anoniem briefje, maar nam het afschrift niet op in het officiële onderzoeksdossier. Het coldcaseteam ziet echter het blocnotevelletje als bewijs dat notaris Arnold van den Bergh de verrader moet zijn.

Oud-FBI’er Pankoke liet de kleindochter van Arnold van den Bergh het briefje zien dat haar grootvader aanwijst als de verrader van de familie Frank. Ze was geschokt en kon haar grootvader niet voorstellen als verrader. Ze kon uiteindelijk één reden bedenken: ‘Omdat hij ertoe werd gedwongen, omdat hij het leven van zijn vrouw en dochters moest redden.’

Rosemary Sullivan, Het verraad van Anne Frank, Ambo|Anthos Uitgevers, €22,99.

Update 3 februari 2022

Na verschijning van het boek Het verraad van Anne Frank van de Canadese schrijver Rosemary Sullivan lieten deskundigen weinig heel van de conclusies in het onderzoek. Daarin wordt de Joodse notaris Arnold van den Bergh met flinterdun bewijs als verrader van Anne Frank aangewezen. Uitgeverij Ambo Anthos voelde zich genoodzaakt verontschuldigingen aan te bieden aan ‘eenieder die zich gegriefd heeft gevoeld’. De uitgeverij schreef in een verklaring dat ze een kritischer houding had kunnen aannemen. Ook is besloten het boek voorlopig niet bij te drukken.

Meer over