Nieuws

Cel- en taakstraf voor demonstranten: ‘Niet de bedoeling om in de frontlinie te staan’

Drie verdachten van de verboden coronademonstratie op het Museumplein van 2 januari zijn woensdag veroordeeld tot taakstraffen en twee maanden celstraf, waarvan vier tot vijf weken voorwaardelijk. Alle drie gingen ze naar eigen zeggen niet naar het plein om te rellen.

Dionne van Lint
Ondanks een verbod kwamen op 2 januari zeker 10.000 mensen naar het Museumplein om te protesteren tegen het coronabeleid. Beeld DeFodi Images via Getty Images
Ondanks een verbod kwamen op 2 januari zeker 10.000 mensen naar het Museumplein om te protesteren tegen het coronabeleid.Beeld DeFodi Images via Getty Images

“Het was niet de bedoeling om in de frontlinie te staan,” zei Arnoldus S. (60) uit Gouda woensdagmiddag tegen de politierechter. Toen het op het plein uit de hand liep was S. met een groep ex-militairen in een linie gaan staan om ‘onschuldige mensen’ achter hen ‘te beschermen tegen klappen’. Hij voelde zich bedreigd, en trapte ‘om zich af te weren’ naar voren. Hij raakte een agent in zijn kruis, waarop S. een klap van een knuppel op zijn hand kreeg.

De drie verdachten hadden überhaupt niet op het Museumplein moeten zijn, zei de rechter: “Het was ver vantevoren verboden door de burgemeester.” De verdachten kwamen niet om te rellen, zeiden ze. “Meer dan de helft van de mensen daar is geen oproerkraaier, maar toch komen ze,” aldus de rechter.

De Haarlemmer Eddy S. (57) kwam ‘uit nieuwsgierigheid’ met zijn vrouw en kleindochter naar de demonstratie. Volgens twee getuigen werd S. toen hij in de menigte stond erg boos op de ME en sloeg hij met een gebalde vuist tegen het hoofd van een ME’er. Vervolgens zou hij een high-five hebben gegeven aan een andere demonstrant. “Ik wilde er niet zijn, ik wilde naar huis,” zei S. zelf. Volgens de rechter had hij allang weg kunnen stappen. Uiteindelijk betuigde hij spijt.

Fors delict

De 34-jarige Arnoldus P. uit Rotterdam ontkende dat hij een ME-lid van achteren op zijn kaak zou hebben geslagen en hem met een arm om zijn nek met kracht tegen de grond had proberen te trekken. “Ik ben in botsing gekomen met hem, maar ik heb hem niet vastgegrepen,” stelde hij.

Ook beweerde hij de waarschuwingen en bevelen om het plein te verlaten niet te hebben gehoord. De drones, de matrixborden en het geluid: het was allemaal niet zicht- en hoorbaar vanaf de plek waar P. stond, zo verklaarde hij. En hoewel hij een kogelwerend vest droeg ‘ter eigen bescherming voor eventuele chaos’, had hij verwacht dat het een ‘gemoedelijke demonstratie’ zou worden.

Arnoldus S. en Eddy S. kregen twee maanden celstraf, waarvan één voorwaardelijk. Omdat de hand van Arnoldus S. in het gips zit door de klap, kreeg hij een taakstraf van veertig uur in plaats van de geëiste zestig uur. Daarnaast moet hij 350 euro schadevergoeding betalen aan de agent. De officier van justitie eiste voor Eddy S. tachtig uur taakstraf. In verband met het schildersbedrijf van S. dat anders stil komt te liggen, kreeg hij zestig uur.

Arnoldus P. kreeg acht weken celstraf, waarvan vijf voorwaardelijk, met tachtig uur taakstraf. De celstraffen van de drie verdachten gaan direct in. De tien dagen die ze al zaten worden eraf gehaald.

“In deze tijd is openlijke geweldpleging een vrij fors delict,” zei de rechter. “We moeten Nederland laten zien dat dit absoluut niet kan.”

Meer over