PlusAchtergrond

Burgemeester Halsema haalt banden met Suriname aan: ‘Een nieuw begin’

Na twaalf jaar gaat een Amsterdamse bestuurder voor het eerst weer naar Suriname. Burgemeester Femke Halsema haalt de banden aan met het land nu Desi Bouterse niet meer aan de macht is.

David Hielkema
De Surinaamse president Santokhi was bij een kranslegging bij het Slavernijmonument in het Oosterpark tijdens zijn  werkbezoek in Amsterdam in september vorig jaar.  Beeld Daphne Channa Horn
De Surinaamse president Santokhi was bij een kranslegging bij het Slavernijmonument in het Oosterpark tijdens zijn werkbezoek in Amsterdam in september vorig jaar.Beeld Daphne Channa Horn

In College Tour zei president Chan Santokhi vorig jaar dat hij direct na zijn bezoek aan Nederland premier Mark Rutte en koning Willem-Alexander zou uitnodigen voor een bezoek aan Suriname, maar het is juist burgemeester Femke Halsema die maandag als eerste aankomt in de voormalige kolonie.

Santokhi en Halsema hadden namelijk vorig jaar ook een afspraak gemaakt: bij het bezoek van de Surinaamse president werd in de ambtswoning een nieuwe samenwerkingsovereenkomst getekend, elf jaar na de beëindiging van de vorige. Halsema moest maar snel naar Paramaribo komen om de samenwerking te bekrachtigen.

Duidelijk is wat Halsema zich daar niet van voorstelt: met geld aan komen zetten om Suriname te helpen. Geen ontwikkelingssamenwerking als koloniale bezigheid. Deze samenwerking moet gaan om gelijkwaardige kennisuitwisseling, waarbij stad en land van elkaar leren.

Geen eenrichtingsverkeer

Nieuw is de samenwerking niet helemaal. In 2002 besloot oud-burgemeester Job Cohen de banden die Amsterdam met andere steden had stop te zetten. Hij wilde niet langer geld sturen naar Managua in Nicaragua en Beira in Mozambique, maar banden opbouwen met de landen van herkomst van grote groepen Amsterdammers: Suriname, de Antillen, Marokko, Turkije en Ghana.

Ook toen zou dat op basis van gelijkwaardigheid zijn, zei Cohen destijds. “Niet alleen Suriname moet er iets aan hebben, maar Amsterdam ook; het mag geen eenrichtingsverkeer zijn.” In de periode 2002-2010 rolde Amsterdam 74 projecten uit in Suriname en stak circa 2 miljoen euro in de samenwerking.

De stad stuurde diverse deskundigen naar Paramaribo voor projecten op gebieden als woningbouw, restauratie, waterleiding en riolering, haven, marktwezen, volksgezondheid en onderwijs. Zo hielp het Amsterdamse bevolkingsregister bij de opleiding van Surinaamse functionarissen om fraude met documenten en identiteitspapieren te bestrijden.

Cohen kijkt met een goed gevoel terug op die periode – het paste in het tijdsbeeld. De Surinaamse gemeenschap in Amsterdam, circa tien procent van de inwoners, moest de verbinding vanuit het stadsbestuur voelen. Cohen: “De samenwerking gaf goed de spanning weer van wat migranten voelen. Van wonen in een nieuw land, maar ook de affiniteit met het land waar ze vandaan komen. Amsterdamse Surinamers moeten kunnen zeggen: Suriname is mijn land, Amsterdam is mijn stad.”

Politiebureaus

De politie was in die samenwerkingsperiode ook een partner. Eén telefoontje en gegevens tussen arrestanten werden uitgewisseld, blikt oud-hoofdcommissaris Bernard Welten terug. “We verleenden hulp die leidde tot betere arbeidsomstandigheden en respectabele opvang voor arrestanten. We zijn politiebureaus gaan bouwen en stuurden spullen die bij ons werden afgeschreven die kant op. Het is heel zonde dat Bouterse zoveel naar de bliksem heeft geholpen.”

De samenwerking stopte abrupt toen Desi Bouterse in 2010 aan de macht kwam. Het stadsbestuur van Amsterdam wilde geen zaken meer doen met de (toen nog) hoofdverdachte van de moord op vijftien vooraanstaande Surinamers in december 1982. “Amsterdam kiest zijn eigen vrienden,” zei wijlen burgemeester Eberhard van der Laan destijds.

Op 16 juli 2020 kwam een einde aan het tijdperk Bouterse en kwam Santokhi aan de macht. De deuren naar het bijna failliete land gingen weer open en de Surinaamse gemeenschap in Amsterdam riep toen op om de banden aan te halen. Halsema noemt haar bezoek deze week een nieuw begin en hoopt met Suriname een band op te bouwen op basis van wederzijdse interesse en respect.

Kledingmerk Patta

In haar kielzog neemt ze de GGD, het Stadsarchief en Waternet mee. Gesproken wordt over klimaatverandering en de bestrijding van soa’s. De Haagse burgemeester Jan van Zanen sluit aan als vertegenwoordiger van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Hij komt spreken over de versterking van het lokaal bestuur en de relatie tussen nationale en lokale overheden.

Het Amsterdamse kledingbedrijf Patta gaat ook naar Suriname. Patta zal spreken over ondernemerschap en reflecteren op hoe er met de overheid samengewerkt kan worden. Het zal gaan over jongeren en vrouwen die iets willen opzetten. Hoe gaat dat in Amsterdam, dat zichzelf een start-up city noemt? Volgens burgemeester Halsema is de maatschappelijke betrokkenheid van ondernemers in Suriname vanzelfsprekender dan in Amsterdam; dat kan een leerzame kennisuitwisseling zijn.

Halsema: “Als de verhoudingen goed zijn, dan profiteren toekomstige generaties aan beide kanten van de oceaan van de samenwerking. Ik ben benieuwd naar de verhalen van de verschillende Surinamers die we gaan ontmoeten.”

Excuses voor het slavernijverleden
Amsterdam en Suriname hebben een eeuwenoude band. De plantages in Suriname werden vanuit Amsterdam aangestuurd en vrijwel de gehele productie – suiker, koffie en cacao – ging per boot naar de Nederlandse hoofdstad. Iedereen in Amsterdam profiteerde van de voormalige kolonie en met name het stadsbestuur werd rijk door de uitbuiting. Uit wetenschappelijk onderzoek in 2019 is vast komen te staan dat tussen de 17de en de 19de eeuw zo’n 10,36 procent van de economie (bbp) te herleiden was tot de slavenhandel.

Het waren andere tijden, maar de wond is voor velen nog voelbaar. Tijdens de Keti Kotiviering, de dag van de afschaffing van de slavernij ruim 150 jaar geleden, maakte burgemeester Halsema vorig jaar als eerste Nederlandse bestuurder excuses voor het slavernijverleden. Santokhi zei dat dat goed ontvangen werd in Suriname en was blij dat Halsema namens Nederland de lead heeft genomen. Er ligt nog een advies voor een nationaal excuus voor de Nederlandse bijdrage aan de slavernij in onder meer Suriname en het Caribisch gebied.

Meer over