PlusExclusief

Buren sloegen snel alarm, maar toch lag David Wireku uit Amsterdam-Zuidoost drie jaar dood in zijn badkamer

David Wireku. Beeld
David Wireku.

David Wireku uit Ghana lag vermoedelijk drie jaar lang dood in zijn woning in Holendrecht voor hij deze maand werd gevonden. Buren alarmeerden meermaals de woningbouwvereniging en politie. Hoe kon dit gebeuren?

Hanneloes Pen

‘Wij kunnen u helaas niet bereiken. Wilt u zo snel mogelijk contact met ons opnemen voor de Technische Opname?’ Het is de tekst op een briefje dat maandenlang aan de voordeur hing van David Wireku’s woning aan het Nieuwlandhof in Zuidoost. Het briefje dateert van 4 november 2021. Op dat moment loopt een groot renovatieproject van woningcorporatie Stadgenoot: bij alle woningen in Holendrecht worden keuken, badkamer en toilet opgeknapt.

Via het briefje zoekt verantwoordelijk aannemer Humebo contact met bewoner Wireku. Maar dat komt er niet. Drie maanden later staat een deurwaarder voor de deur, met twee politieagenten én een gerechtelijke machtiging. Binnen treffen ze Wireku aan, de bewoner die waarschijnlijk al drie jaar geleden is overleden.

De in 1967 geboren David – ‘Kwaku’ (‘Woensdag’) genoemd, naar de dag waarop hij is geboren – Wireku uit Ghana moet een man zijn geweest met dromen. Hij was het jongste kind uit een gezin van negen kinderen en volgde een opleiding tot elektricien in Ghana, vertelt zijn broer Nana Akwasi Obeng, telefonisch vanuit Ghana: “Hij was een stil type en wilde altijd al alleen zijn. Hij leefde ook al in Ghana een wat teruggetrokken bestaan.”

Een beter leven

Zijn grote wens was naar Noord-Europa te gaan, zegt zijn broer. Hij zocht een beter leven en wilde in Europa werken. Meer dan tien jaar geleden vertrok hij uit zijn geboorteplaats Kumasi naar Frankrijk. Hij kon er zijn draai niet vinden, trok door naar Nederland en belandde in Amsterdam, dat een hechte Ghanese gemeenschap kent.

Hij kreeg problemen met zijn gezondheid en meldde zich bij Dokters van de Wereld, die ongedocumenteerden, asielzoekers en daklozen medische hulp verleent. Hij leed vermoedelijk aan diabetes, zoals meer familieleden.

Wireku kreeg een verblijfsvergunning en een huurwoning aan het Nieuwlandhof. Ook hier leefde hij op zichzelf en had weinig contact met de bewoners uit zijn portiek. Erg spraakzaam was hij niet. Wel klopte hij een enkele keer aan bij zijn benedenburen, het oudere echtpaar Van Beek, als hij hulp nodig had. Leida van Beek: “Hij vertrouwde ons. Toen hij was ontslagen bij een winkel kwam hij langs met brieven over de WW en de bijstandsuitkering. In het Engels vroeg hij ons die brieven te vertalen.”

‘Hij hield de boel in de gaten’

Andere bewoners hadden nog minder contact met hem. Buurvrouw Simone Gunzeln: “Ik zag hem vaak door de gordijnen naar buiten kijken. Hij hield de boel in de gaten. Hij vond het niet fijn als jongens pal voor zijn huis voetbalden. Hij had vier camera’s op de vensterbank aan de voor- en achterkant staan.”

Ze omschrijft haar buurman als achterdochtig en bang. “Hij trok een keer de draden stuk zodat wij de buitendeur vanuit onze woning niet meer konden openen. Hij schreeuwde soms tegen me: ‘What are you doing with my computer? You are a bad person’.”

Zijn bovenbuurvrouw Nicolle zag Wireku weleens buiten met zijn fiets, of een wandelingetje maken in de buurt. Ook zag ze hem geregeld in zijn tuintje. “Hij verwijderde altijd netjes het onkruid tussen de stenen.”

‘Als hij maar niet dood ligt’

Wie Wireku was en hoe zijn leven er verder uitzag, daarover is binnen de hechte Ghanese gemeenschap weinig bekend. Volgens de Ghanese dominee Emmanuel Koney van de Pentecost Revival Church in Zuidoost was Wireku geen kerkganger. Ook zat hij niet in het verenigingsleven.

Bij de buren was de schrik toch groot, toen bleek dat Wireku al lange tijd dood in zijn huis lag. Van Beek en haar wijlen echtgenoot voelden al onrust toen drie jaar geleden de bezoekjes van Wireku stopten en de gordijnen van de woning dicht bleven. Van Beek belde toen met woningcorporatie Stadgenoot. “We vonden het eng. Was hij ziek? Was hij gevallen? Of terug naar Afrika? Stadgenoot zei dat ze niets konden doen. Ik dacht steeds: als hij maar niet dood ligt,” zegt Van Beek huilend.

Meerdere bewoners geven aan de afgelopen drie jaar meermaals aan de bel te hebben getrokken bij Stadgenoot en de politie. Er zijn agenten aan de deur geweest, maar die lieten bewoners toen weten dat ze niet het gezag hadden om de woning binnen te gaan.

De woning aan het Nieuwlandhof waar David Wireku woonde. Beeld Eva Plevier
De woning aan het Nieuwlandhof waar David Wireku woonde.Beeld Eva Plevier

Brievenbus leeggehaald

Buurvrouw Simone Gunzeln werd drie jaar geleden door de postbode aangesproken op de overvolle brievenbus van Wireku. Zij heeft daarna ‘vele malen’ naar de woningcorporatie gebeld. “Ik zei dat we onze buurman allang niet hadden gezien. De medewerker vroeg: ‘Ruikt u iets geks? Zitten er vliegen op het raam?’ Maar dat was niet het geval. ‘We gaan erachteraan’, zeiden ze. Maar ik heb er niks meer van gehoord. Stadgenoot heeft wel een aantal keer zijn brievenbus leeggehaald.”

Ruim twee jaar geleden stond een familielid van Wireku uit Ghana voor de deur, weet bovenbuurvrouw Nicolle. Hij kwam op verzoek van Wireku’s moeder kijken. “Zij had zo lang niets van hem gehoord. Maar ook het familielid kreeg geen contact.”

Zijn familie kreeg al bijna drie jaar geen contact meer met hem. Broer Nana Akwasi Obeng: “We probeerden hem te bereiken en dachten dat hij misschien naar een ander land vertrokken was. Hij had een kind met een Duitse vrouw. Maar niemand kent de naam van de vrouw en niemand weet wie zijn kind is.”

Overlast- en zorgafdeling

Gunzeln liet het er niet bij zitten en bleef bellen. Ze laat op haar telefoon het appverkeer zien van 25 januari 2021, gericht aan een medewerker van Stadgenoot: ‘Mijn buurman is al geruime tijd spoorloos. Dat is ook al bij jullie bekend. Maar ik wil even doorgeven dat zijn brievenbus weer helemaal uitpuilt.’ Antwoord van de medewerker: ‘Ik heb gekeken, maar zie niet een melding staan dat er iemand vermist is.’

Ze appte terug dat de buurtmanager en de wijkagente langs zijn gekomen en dat die ook een paar maanden eerder al aan de deur zijn geweest, wat buurman Cor kan beamen: “De politie belde aan bij alle deuren in deze portiek en vroeg of we de man nog hadden gezien. Maar dat hadden we niet,” zegt Cor.

De Stadgenootmedewerker appte Gunzeln terug dat ze het aan de overlast- en zorgafdeling moet melden en niet aan de wijkbeheerder van de corporatie, wat Gunzeln vervolgens besloot te doen.

Niet bevoegd de woning te betreden

Waarom greep de corporatie na al die meldingen niet in? Volgens Stadgenoot hebben ze meerdere vruchteloze huisbezoeken ondernomen maar nooit aanwijzingen gezien dat er iets ernstigs aan de hand kon zijn.

Jacqueline van Ham, directeur Klant en Woning van Stadgenoot laat weten dat de woningcorporatie niet bevoegd was de woning van Wireku in die jaren zomaar te betreden. “De huur werd altijd netjes betaald. We hebben in zo’n geval geen reden om iets te doen. Zomaar een woning binnentreden, mogen we bovendien niet. Ook hebben we, zoals mensen misschien onterecht denken, geen loper van huizen. We schakelen wel in dergelijke situaties de politie in.”

Ook het gasbedrijf ondernam geen actie. De gas- en lichtrekening werd al die tijd betaald via automatische overschrijving, laat Liander weten.

Geen spoed of noodzaak

De politie ging wel langs, meldt een woordvoerder. “We zijn meerdere keren langs geweest na meldingen uit de buurt. Maar we hadden geen aanleiding om binnen te treden. Er moet dan sprake zijn van spoed of noodzaak en de officier van justitie moet daarvoor toestemming geven. Dat was hier tot twee weken geleden niet aan de orde,” aldus een politiewoordvoerder.

Het was uiteindelijk het renovatieproject van Stadgenoot dat de zaak aan het rollen kreeg, toen aannemer Hemubo geen contact kreeg met Wireku voor een woninginspectie. “Als we geen contact krijgen met een huurder voor het vernieuwen van bijvoorbeeld een geiser of iets anders in de woning, kunnen wij alleen met een rechterlijke machtiging de woning binnengaan,” zegt Van Ham.

En die machtiging kwam er drie maanden later, op woensdag 9 februari. De deurwaarder vond Wireku dood in zijn badkamer. De zaak is nog in onderzoek, maar volgens de politie is er geen sprake van een misdrijf.

Stadgenoot is bezig met een interne evaluatie. Van Ham: “We kijken naar wat er is gebeurd en of we beter hadden kunnen handelen.”

De Ghanese dominee Koney zal een dienst houden zodra het lichaam van Wireku wordt vrijgegeven.

‘Een mensenrecht keert zich hier tegen de mens’

Het binnentreden van een gesloten woning door politie en woningbouwverenigingen, zoals in het geval van David Wireku, is vanwege ‘het door de Grondwet toegekende recht op de onschendbaarheid van een ieders woning’ niet zomaar mogelijk. Een officier van justitie moet toestemming geven, en doet dat niet zomaar. “Het kan zijn dat de openbare orde moet worden gehandhaafd omdat er een direct gevaar voor de omgeving is,” zegt Leonard Besselink, emeritus hoogleraar constitutioneel recht van de Universiteit van Amsterdam. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van opsporingsnoodzaak, een gaslucht, of verboden stoffen in een huis.

Als er geen sprake is van een direct gevaar, krijgt het grondrecht voorrang. Het principe is simpel en daar ligt het probleem, zegt Besselink. “Zelfs als er aanwijzingen zijn dat iemand onwel is geworden of wanneer er een medische noodzaak is, wordt het moeilijk zomaar binnen te treden als de deur van de patiënt niet wordt opengedaan. Huisartsen lopen daar ook tegenaan. Als iemand dood is, is er echt een probleem. Het is heel cru, maar een mensenrecht keert zich hier tegen de mens.”

Juridisch gezien hebben de woningcorporatie en de politie in de zaak van Wireku juist gehandeld, stelt Besselink vast. “Wettelijk gezien wil je dat recht op privacy van je eigen huis niet veranderen; daar kan misbruik van worden gemaakt. Dat wil je niet. Maar menselijk gezien ligt dat anders. We zitten in een samenleving waarin mensen geïsoleerd en eenzaam zijn. Heel tragisch.” Had iemand niet toch de stoute schoenen kunnen aantrekken, vraagt Besselink zich af. “Kon de woningcorporatie of politie zich na zoveel meldingen niet meer inspannen? Was er nou echt niemand, een huisarts, thuiszorg of iemand met een sleutel, die contact met hem had?”

Jaren dood in huis: hoe vaak komt het voor?

Het is ‘vrij uitzonderlijk’ dat een persoon drie jaar dood in zijn woning ligt. In de regio Amsterdam-Amstelland, Diemen, Zaanstreek en Waterland gebeurt het ongeveer één keer per jaar dat een overledene langer dan een half jaar onopgemerkt in huis blijft liggen, zo blijkt uit onderzoek.

Volgens de GGD wordt gemiddeld vijf keer per jaar een lichaam gevonden dat al twee maanden of langer in een woning ligt. Eens in de tien dagen wordt een persoon aangetroffen die al twee weken of langer dood is – in de periode 2016-2020 ging het gemiddeld om 37 mensen per jaar. Om de dag wordt een overleden persoon gevonden die langer dan 24 uur onopgemerkt in zijn woning ligt.

Het gaat volgens de GGD voornamelijk om oudere (tussen de 60 en 84 jaar) en alleenstaande mannen die alleen wonen. Vaak zijn het mensen die met psychische klachten kampen, of aan alcohol of drugs verslaafd zijn. Het is niet bekend of dit ook het geval was bij David Wireku.

In de Veeteeltstraat in Oost vond de politie in 2014 het lichaam van een 67-jarige Amsterdammer. De man had ongeveer drie jaar dood in zijn woning in Betondorp gelegen. Ook hier was volgens de politie geen sprake van een misdrijf. De man had geen contact met de buren en leidde een teruggetrokken bestaan.

Meer over