PlusReportage

Brug bij Tropenmuseum moet ook recht doen aan verzetsvrouw Henriëtte Pimentel

De brug tussen het Tropenmuseum en de Plantagebuurt is dinsdag vernoemd naar verzetsvrouw Henriëtte Pimentel. Als directeur van de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg speelde ze een grote rol bij het redden van ruim zeshonderd Joodse kinderen.

Hanneloes Pen
De onthulling van de brug door burgemeester Femke Halsema. Beeld Jean-Pierre Jans
De onthulling van de brug door burgemeester Femke Halsema.Beeld Jean-Pierre Jans

De Joodse directrice Henriëtte Pimentel, die in de oorlog zelf verschillende onderduikadressen kreeg aangeboden, wilde ‘haar kinderen’ niet in de steek laten. Sterker, zij hielp mee meer dan zeshonderd kinderen uit haar crèche te redden. Deze gingen vervolgens via het verzet naar onderduikadressen. Een aantal van die crèchekinderen, een koerierster en nazaten van Pimentel woonden de onthulling van de monumentale brug door burgemeester Halsema bij.

Twee van die kinderen zijn Esther Boas en Ineke Pach, beiden 79 jaar. De ouders van Boas werden tijdens de razzia van 20 juni 1943 opgepakt en lieten hun kind onderbrengen bij hun buren, het gezin Asmann. Na een week verraadde de buurman, een NSB’er, dat gezin. “Die NSB’er zei: dat is een kind van jodenmensen, waarna ze mij naar de Euterpestraat moesten brengen. Zo kwam ik eind juni in de crèche terecht,” vertelt Boas.

Herenigd

De dochters Ida en Tiny Asmann, destijds 17 en 19 jaar, namen contact op met de aldaar werkzame kinderverzorgster Virrie Cohen die de kleine Esther twee weken later meenam in de kinderwagen voor een blokje om. En zo werd ze ‘overgeheveld’ in de lege kinderwagen van de twee zussen. Na de oorlog werd Boas herenigd met haar ouders die samen met haar oma de oorlog wisten te overleven. “Van de tijd in de crèche weet ik niets meer.”

Ineke Pach werd kort na haar geboorte in de crèche ondergebracht. Zij werd door een docente uit Andijk uit het pand gesmokkeld. In een mand van een transportfiets werd ze onder dode kippen en eieren naar onderduikadressen in Andijk gebracht. Kinderverzorgster Sieny Kattenburg had Pachs ouders, die later in Sobibor werden vermoord, gevraagd of ze het goed vonden om haar naar een onderduikadres te brengen. Bij die beslissing wil Pach niet stilstaan. “Zo diep wil ik niet gaan. Nee, dat kan ik niet.”

Het kostte haar zelfs moeite om de onthulling bij te wonen. “Ik twijfelde erover. Dan moet ik weer dat donkere laatje in,” zegt Pach.

Vooruitstrevend

Voorafgaand aan de onthulling blikten de schrijvers van biografieën Wacht maar en 1943, beide over het leven van Henriëtte Pimentel, terug op het leven van de vooruitstrevende Henriëtte Pimentel die kindvriendelijk werkte en een eigen, interne opleiding tot kinderverzorgster opzette die in binnen- en buitenland bekendheid kreeg.

Haar crèche werd in oktober 1942 gevorderd door de Duitsers en als verzamelplaats gebruikt voor Joodse kinderen van wie de ouders in de Hollandse Schouwburg zaten in afwachting van hun deportatie. Voor de deur van de crèche was geen bewaking en vanaf december dat jaar werd een plan gesmeed om kinderen via de ernaast gelegen hervormde kweekschool uit het pand te smokkelen.

Verschillende mannelijke verzetsmensen die hierbij betrokken waren, hebben al een brug naar zich vernoemd gekregen, onder wie Walter Süskind, de beheerder van de schouwburg en Johan van Hulst, directeur van de kweekschool. In 2016 erkende de gemeente Amsterdam dat vrouwelijke verzetsstrijders te weinig aandacht kregen. Pimentel kreeg daarop een fietsbruggetje in Nieuw-West naar zich vernoemd, die zij moest delen met vier andere vrouwen.

In hel omgebracht

Bij de onthulling van de plaquette op de brug memoreerde Halsema directrice Pimentel als ‘een vernieuwer in opvoedkunde en onderwijs, een feministe en vrijdenker voor wie het draaide om het geluk van het kind’. “Deze moedige vrouw heeft gezien in welke hel de kinderen zijn omgebracht. Ze kreeg een anonieme fietsbrug acht kilometer hier vandaan. Verzetsvrouwen kregen lang niet de erkenning die verzetsmannen wel kregen. Deze onthulling is in de geest van Henriëtte Pimentel. We eren deze Amsterdamse Joodse verzetsheldin en zullen haar niet meer vergeten.”

Een 97-jarige koerierster, destijds gymnasiast in Haarlem, die het leven redde van onder meer het Joodse crèchekindje Sjef Kesnar, vindt zichzelf geen held. “Het was geen heldendienst. Het was je plicht.”

Meer over