PlusTen Slotte

Boekhandelaar Max van Til (1954-2022) was op het Spui de centrale figuur

Max van Til. Beeld -
Max van Til.Beeld -

Toen hij in de dertig was, leerde antiquair en boekhandelaar Max van Til zichzelf al het vak aan. Hij was een centrale figuur op de boekenmarkt op het Spui; in zijn privéleven straalde hij stoïcijnse rust uit.

Tahrim Ramdjan

Wie weleens op zoek was naar antieke boeken, zeker als het ging om Amsterdam, Nederlands-Indië of filosofie, wist elke vrijdag Max van Til te vinden op de boekenmarkt op het Spui. Anderen kennen hem mogelijk van de maandagen en zaterdagen op de Noordermarkt, de Haagse boekenmarkt of de grote beurzen in Dordrecht en Deventer.

Op het Spui was Van Til een centrale figuur, zegt zijn collega Marja Kappé. Ze leerde hem kennen vanaf het moment dat hij voor het eerst op de markt stond, in 1994. Hij zette zich sterk in voor het verenigingsleven op de markt, elf jaar lang was hij voorzitter van de Vereniging Boekenmarkt op het Spui.

Noordermarkt

Boekenmarktcollega Henk Molenaar kende Van Til al vanaf zijn eerste stapjes als boekenverzamelaar. Hij vertelt hoe Van Til er niet voor terugdeinsde om grote partijen boeken te kopen, soms tot wel duizenden exemplaren. “Ongelofelijk veel boeken zijn door Max’ handen gegaan,” zegt hij.

Bovendien stond Van Til als een van de eersten op de Noordermarkt, iets over vijven ’s ochtends, zodat hij zeker wist dat hij een parkeerplaats had. Op de Noordermarkt leerde Molenaar hem ook kennen, begin jaren negentig. Toen kocht Van Til zijn eerste boeken bij Molenaar in, om later boekhandelaar te worden. “Het is een vak apart, en hij heeft dat zichzelf aangeleerd.”

De kraam van Kappé stond vaak naast of tegenover die van Van Til. “We lulden de hele dag door,” zegt Kappé, die hem omschrijft als een verhalenverteller, met veel liefde in zijn lijf. “Zo sprak hij over zijn kinderen en zijn vrouw; zo toonde hij zijn interesse in vrijwel iedereen.”

Jeruzalemroute

Van Til was een slanke verschijning, met bruine ogen. Als student had hij lang haar, hij leek wel een hippie, zo beschrijft zijn 23-jarige zoon Felix van Til.

Max van Til werd geboren in de stad Groningen en groeide op in Middelstum, in de provincie Groningen, als de middelste in een gezin van negen kinderen. Zijn familie behoorde tot de prominentere in het dorp, de familie runde een bank. Op zijn zestiende verhuisde het gezin naar Hilversum.

In Amsterdam begon Van Til aan een theologiestudie, al was dat eerder om de dienstplicht te ontwijken. Dat werd ook wel de ‘Jeruzalemroute’ genoemd. Theologie is Van Til blijven interesseren, maar na een jaartje begon hij met een studie geschiedenis – waar hij uiteindelijk elf jaar over deed, tot hij doctorandus werd.

Tussendoor werkte hij nog bij een energiebedrijf, maar hij ergerde zich volgens zoon Felix mateloos aan de bedrijfshiërarchie. De markt, dat was waar hij thuishoorde.

Nietzsche

“Hij was iemand die niet zo gek veel wilde,” zegt Felix, “iemand voor wie de dingen eigenlijk goed waren zoals ze waren.” Stoïcijns, bijna. Max van Til luisterde graag naar Boudewijn de Groot, wandelde vroeger graag met vrienden in de Zweedse bergen, fietste graag over Italiaanse wegen.

Felix stond ook wel met zijn vader op de markt. Het vervelendste was sneeuw; dat dwarrelt door de zeilen heen, op de kwetsbare boeken. En kwetsbare zaken had Max zeker: een eerste druk van het dagboek van Anne Frank bijvoorbeeld, of ansichtkaarten.

Felix zag in het kraampje van zijn vader ooit Friedrich Nietzsches Ecce Homo liggen. Dat triggerde zijn interesse in filosofie; net als zijn 20-jarige zusje studeert hij dat nu. Ook leerde hij van zijn vader de dingen te accepteren zoals ze zijn, de natuur te omarmen.

“Diezelfde rustige natuur maakte dat hij rust in zijn ziekte vond,” zei Felix donderdag bij de afscheidsdienst.

Max van Til overleed aan de gevolgen van spierziekte ALS op 20 april, op 68-jarige leeftijd. Hij laat een vrouw en twee kinderen na.

Meer over