PlusAchtergrond

Bij beeldhouwer Frits van Hall won zijn politieke geweten het langzaam van zijn artistieke ambities

21 juni 2020: het Monument Indië Nederland op het Olympiaplein is beklad.  Beeld EVERT ELZINGA/ANP
21 juni 2020: het Monument Indië Nederland op het Olympiaplein is beklad.Beeld EVERT ELZINGA/ANP

Frits van Hall leverde het beeldhouwwerk voor het Van Heutszmonument, dat al bij de onthulling in 1935 omstreden was. Hij wilde vooral een ‘echt’ stuk Indië laten zien en de band met Nederland beklemtonen.

David Geneste


Frits van Hall werd in 1899 op Midden-Java geboren als zoon van een Nederlandse handelaar in koffie en thee en een Indische moeder. De familie verhuisde in 1905 naar Nederland en kwam in Den Haag te wonen.

Huwelijksproblemen leidden ertoe dat het gezin uiteenviel, en dat oom ‘Aat’ en tante ‘Dien’ de voogden werden van Frits en zijn vier broers en zussen. Het nieuwe gezin verhuisde in 1916 naar Amsterdam, waar Frits twee jaar later aan de Rijksacademie begon aan zijn studie beeldhouwkunst.

Aanvankelijk richtte Van Hall zich op het maken van koppen, bustes en vrijstaande figuren van steen, gips, klei en brons, maar hij werd steeds progressiever en experimenteler. Vanaf het eind van de jaren twintig werd hij meer en meer gevraagd voor reliëfs en bouwsculpturen en ontwikkelde hij een geheel eigen beeldtaal.

Een van die opdrachten was het grote Van Heutszmonument in Amsterdam, bedoeld om Johannes B. van Heutsz te eren. Deze militair had rond 1900 zijn sporen verdiend als ‘pacificator’ van Atjeh en later als gouverneur-generaal van Nederlands-Indië.

Frits van Hall had in zijn jeugd weinig belangstelling getoond voor zijn Indische wortels. Beeld
Frits van Hall had in zijn jeugd weinig belangstelling getoond voor zijn Indische wortels.

In progressieve kringen werd Van Heutsz echter als koloniale onderdrukker gezien; de pacificatie van Atjeh was gepaard gegaan met talrijke oorlogsmisdaden. Niettemin schreven de gemeente Amsterdam en het Van Heutszcomité in 1930 een prijsvraag uit voor een passend monument, te verrijzen direct tegenover het Amsterdams Lyceum, op een plantsoen aan de noordkant van het Olympiaplein – een mooi sluitstuk voor het nieuwe Plan Zuid. Als eis werd gesteld dat het monument niet Van Heutsz als held moest vereren, maar zich juist moest richten op de eenheid tussen Nederland en Indië die door Van Heutsz was hersteld.

De winnaars waren Van Hall en Gijsbert Friedhoff, een succesvolle architect die aan de nabijgelegen Apollolaan in 1930 reeds een monumentaal woonhuis had ontworpen en nog veel meer zou bouwen in Amsterdam. Friedhoff had in 1929 al met Van Hall samengewerkt aan het nieuwe en veel geprezen raadhuis in Enschede.

Exotische voorbeelden

Voor het Van Heutszproject bedacht Friedhoff een T-vormige bebouwing met een torenachtig middendeel, waarop een zonnekrans, met ter weerszijden een lange bogenrij uitgevoerd in metselwerk. Van Hall voorzag dit monument tussen 1932 en 1935 van natuurstenen beeldhouwwerk. Het centrale beeld is een meer dan levensgrote vrouwfiguur op een voetstuk geflankeerd door twee leeuwen, de personificatie van het ‘goede Nederlands bestuur’. Aan de voorzijde hing aanvankelijk een bronzen portret van Van Heutsz met opschrift.

Voor de reliëfs op de sokkel en bogengalerij, vol verwijzingen naar de rijke en diverse Gordel van de Smaragd, hanteerde hij opvallend robuuste, gestileerde vormen. Gebruikte Van Hall voor het centrale figuur classicistische vormen, bij de reliëfs liet zijn zich vooral door exotische voorbeelden inspireren.

Van Hall had in zijn jeugd weinig belangstelling getoond voor zijn Indische wortels. Pas tijdens zijn studie ontwikkelde hij een voorliefde voor oosterse voorbeelden. Zijn obsessie met Egyptische en Javaanse beeldhouwkunst, vooral met die van het boeddhistische tempelcomplex van Borobudur op Java, leidde er zelfs toe dat zijn goede vriend en beeldhouwer Mari Andriessen hem licht spottend een ‘Idiote Budhist’ noemde.

De omlopende reliëfs van de Borobudur lijken qua stijl en opzet inderdaad veel op die van Van Hall. Oosterse invloeden waren populair, in de theosofie (een in de jaren 1920 populaire oosters gekleurde mystiek-idealistische leer) en in de vormgeving van de Amsterdamse School. Het kunsttijdschrift Wendingen besteedde in 1928 zelfs een compleet nummer aan Javaanse beeldhouwkunst.

Politiek geweten

De expressieve beeldtaal van Van Hall is bijzonder omdat deze afweek van gebruikelijke modellen en een authentiek stuk ‘Indië’ naar Amsterdam bracht. Hoe anders is dat bij de betuttelende reliëfs aan de voorgevel van het Instituut voor de Tropen of de westers-modernistische figuren aan het Van Heutszmonument in Batavia, beide uit de jaren twintig van de vorige eeuw.

Gijsbert Friedhoff werkte eerder, in 1929, met Van Hall samen aan het nieuwe en veel geprezen raadhuis in Enschede.

 Beeld
Gijsbert Friedhoff werkte eerder, in 1929, met Van Hall samen aan het nieuwe en veel geprezen raadhuis in Enschede.

Van Hall en Friedhoff pasten het oorspronkelijke ontwerp voor het monument ook aan: de vrouwenfiguur met haar subtiele symboliek verving een beeld van Van Heutsz als heroïsche ruiterfiguur, tot verbazing van het publiek bij de onthulling van het monument op 15 juni 1935.

De reden voor die aanpassing is wellicht dat Van Halls politieke geweten het langzaamaan had gewonnen van zijn artistieke ambities. Een student zou tegen Van Hall hebben gezegd dat hij het portret van Van Heutsz op de voorzijde onvergeeflijk vond. Van Hall zou hebben geantwoord met: “Als het hier ooit zo ver komt, dan mag je met een koevoet dat portret verwijderen. Vervang het door de woorden vrijheid, merdeka of Indonesië en je hebt een Vrijheidsbeeld.”

De vrijheid voor Nederlands-Indië kwam ruim tien jaar later. Het portret van Van Heutsz werd in de jaren tachtig verwijderd en het hele monument werd in 2004 omgedoopt tot Monument Indië-Nederland 1596-1949.

Van Halls ‘vrijheid’ verliep een stuk tragischer: als verzetsstrijder van het eerste uur werd hij in 1943 door de Duitse bezetter opgepakt en twee jaar later in het Poolse Gleiwitz gefusilleerd.

Dit is een ingekorte bewerking van het artikel dat David Geneste schreef voor het maartnummer van Ons Amsterdam, dat in het teken staat van Indisch Amsterdam: onsamsterdam.nl.

Bomaanslag

In de nacht van 9 maart 1967 klonk er een luide knal op het Olympiaplein bij de Apollolaan. Even later kreeg de politie een telefoontje van iemand die meldde dat de Revolutionaire Raad een aanslag op het Van Heutszmonument had gepleegd. “Nee toch?” was de reactie.

De beller bleek later het enige lid van deze raad te zijn en de schade viel mee. Maar de aandacht was weer eens gevestigd op het monument voor ‘de grootste Nederlander van den moderne tijd’, dat al bij de onthulling op 15 juni 1935 omstreden was.

Meer over