Plus

Apenpokkenvirus vastgesteld bij Amsterdams kind: ‘We weten niet hoe hij besmet is geraakt’

Van de ruim zevenhonderd besmettingen met het apenpokkenvirus (monkeypox) in Nederland is ongeveer 60 procent vastgesteld in Amsterdam. Dat geldt ook voor het enige besmette kind. ‘Besmetting via seksueel contact is uitgesloten, maar we weten niet hoe de jongen wél besmet is geraakt,’ zegt arts-microbioloog Matthijs Welkers (Amsterdam UMC).

Jop van Kempen
'Het is van belang dat hoogrisicocontacten meteen een vaccinatie krijgen aangeboden' Beeld AFP
'Het is van belang dat hoogrisicocontacten meteen een vaccinatie krijgen aangeboden'Beeld AFP

Het gaat om een jongen onder de 10 jaar, zo staat in een wetenschappelijk artikel in Eurosurveillance, een publicatiepodium van het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC). Hij kwam eind juni in Amsterdam UMC met twintig blaasjes, waaronder twee in het aangezicht en de rest over het lichaam – maar geen in de buurt van de geslachtsdelen.

In eerste instantie dacht de huisarts niet aan apenpokken. Een behandeling voor krentenbaard bood geen soelaas, waarop de jongen met de verdenking van apenpokken werd doorgestuurd naar het ziekenhuis.

Samen met de kinderartsen van Amsterdam UMC boog Welkers zich over de jongen, die slechts licht ziek was. De grote vraag was hoe hij besmet was geraakt. Transmissie via seksueel contact werd na raadpleging van de ouders en zorgvuldig onderzoek op andere soa’s uitgesloten. “Bij zijn directe familieleden is monkeypox uitgesloten. Hoe de jongen dan wel besmet is geraakt, weten we niet,” aldus Welkers. “Misschien via virusdeeltjes in de lucht, besmette oppervlakten of gedeelde voorwerpen zoals een handdoek. Maar er zijn geen sterke aanwijzingen voor een specifieke transmissieroute.”

Afweerstoornis

De belangrijkste conclusie van de casusbeschrijving is dat kinderen besmet kunnen raken via een niet-seksuele route, aldus Welkers. Een interessant detail daarbij is dat de jongen een relatief veelvoorkomende stoornis van de afweer bleek te hebben – een tekort aan antilichaam immunoglobuline A. Die stoornis komt voor bij één tot tien op de duizend kinderen. “Dat kan mogelijk verklaren waarom de ouders en twee andere kinderen uit het gezin niet besmet zijn geraakt, en deze jongen wel,” aldus Welkers.

Geruststellend was dat de jongen nauwelijks ziek werd en weinig last heeft gehad van de besmetting. “Hij had het meeste last van het feit dat hij thuis moest blijven. Hij wilde vooral heel graag weer naar school,” aldus Welkers.

Een andere geruststelling was dat de jongen waarschijnlijk niemand anders heeft besmet. Onderzoek onder klasgenoten en kinderen van de sportclub bracht geen nieuwe besmettingen aan het licht.

In heel Europa is apenpokken sinds de opleving van het virus in mei vastgesteld bij enkele kinderen, die de besmetting evenmin grootschalig overbrachten op leeftijdgenoten. In die zin verschilt dit virus aanmerkelijk van bijvoorbeeld het coronavirus.

Vaccinatie aanbieden

Dat apenpokken voorkomt in Amsterdam en Nederland en hoe het virus zich presenteert is belangrijke kennis voor huisartsen en ander medisch personeel, zegt Welkers. “De presentatie lijkt soms sterk op waterpokken, dat ook blaasjes veroorzaakt, maar monkeypox vereist een andere behandeling. Zo is het onder andere van belang dat hoogrisicocontacten meteen een vaccinatie krijgen aangeboden.”

Volgens wetenschappelijke literatuur overlijdt 4 tot 11 procent van de kinderen door een besmetting met het apenpokkenvirus. Volgens Welkers zal dat percentage nu echter fors lager liggen, omdat de literatuur is gebaseerd op de uitbraak in Afrika eind vorige eeuw. “De cijfers zijn in mijn ogen niet goed vergelijkbaar, omdat toen niet duidelijk was hoeveel kinderen precies besmet waren. Ook is de medische wetenschap sindsdien fors verbeterd, dus ik verwacht dat het overlijdenspercentage in werkelijkheid lager ligt.”