Nieuws

Amsterdamse strijd tegen honingbijen: registratiesysteem en verplichte vergunning

Amsterdam gaat het aantal bijenkasten terugdringen. De honingbijen van de imkers, zowel hobbyist als commercieel gedreven, zitten namelijk de met uitsterven bedreigde wilde bijen in de weg.

Bart van Zoelen
Een imker bezig met zijn honingbijen. Beeld Jurre Rompa
Een imker bezig met zijn honingbijen.Beeld Jurre Rompa

De Rode Lijst

Wilde bijen hebben het zwaar te verduren in Nederland. Bijna elke vierkante meter wordt gebruikt en bijen zijn gevoelig voor landbouwgif en stikstofuitstoot. Meer dan de helft van de Nederlandse bijensoorten staat op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten of is zelfs al uit Nederland verdwenen.

Amsterdam probeert de wilde bijen een steuntje in de rug te geven met bloemenlinten, gebouwen die natuurinclusief zijn en door het groen minder te maaien. Met resultaat: anders dan in de rest van het land neemt het aantal wilde bijen hier toe. Tegelijk doemt met meer honingbijen uit bijenkasten een nieuwe bedreiging op, zo blijkt uit nieuw onderzoek dat Jakob Wedemeijer (wethouder Wonen, Bouwen, Openbare Ruimte en Groen en Reiniging) naar de gemeenteraad heeft gestuurd.

Dezelfde voedselbronnen

Met veel honingbijenvolken dicht op elkaar wordt gevreesd dat de wilde bijen in de stad minder aan hun trekken komen. Met stuifmeel en nectar hebben ze immers dezelfde voedselbronnen. Gevolg kan zijn dat de populaties wilde bijen sterk afnemen en zelfs dat minder bestuiving plaatsvindt.

De onderzoekers van stichting Eis (het kenniscentrum voor insecten en andere ongewervelden) komen tot de conclusie dat de wilde bijen ‘sterk nadeel’ ondervinden van de huidige hoeveelheid honingbijenvolken. De onderzoekers schatten dat in Amsterdam 6 tot 7 honingbijenvolken per vierkante kilometer leven, terwijl uit literatuuronderzoek blijkt dat de wilde bij daaronder te lijden heeft vanaf 4 volken per vierkante kilometer.

Registratiesysteem en vergunning

Het stadsbestuur concludeert uit het onderzoek dat het noodzakelijk is om het aantal bijenkasten in de stad te matigen. Later dit jaar moet blijken welke maatregelen volgen. De onderzoekers doen al wel een paar suggesties, zoals een registratiesysteem en de verplichting voor imkers om een vergunning aan te vragen. Daarmee krijgt de stad meer houvast om het aantal honingbijenvolken te beperken tot 3 volken per vierkante kilometer, zoals een andere aanbeveling luidt.

Verder vragen de onderzoekers aandacht voor tien gebieden die belangrijk zijn voor de wilde bij, zoals het Diemerpark, de Oeverlanden en het Westerpark. Rondom bepleiten ze een bufferzone waar strikt de hand wordt gehouden aan het aantal honingbijenvolken. Voor de Volgermeerpolder zou zelfs een algeheel verbod op bijenkasten moeten komen vanwege de bedreigde en concurrentiegevoelige moshommel.

Niet natuurlijk

Anke Bakker (raadslid van Partij voor de Dieren) drong eerder aan op bescherming van de wilde bij. Zij kan zich goed vinden in een registratieplicht en meer bescherming in gebieden waar de wilde bij kwetsbaar is.

Bakker beseft maar al te goed dat dit gevoelig ligt. Imkers zijn vaak met de beste bedoelingen begonnen met het houden van bijen, vaak vanuit volkstuinen of andere groene initiatieven. Ze onderstreept dat de honingbijen en de imkers niet de grootste boosdoeners zijn. Dat zijn voor haar het landbouwgif, het stikstof en het intensieve landgebruik. “Maar als zo’n hobby uit de hand loopt moeten we daar grondig bij stilstaan,” zegt Bakker evenwel. “Het houden van bijen heeft een heel natuurlijk imago, maar dat is het niet natuurlijk.”

Meer over