PlusAchtergrond

Amsterdamse horeca kijkt uit naar terugkeer toeristen: ‘Zonder hen is ook minder budget voor culturele programmering’

Langzaam keren de toerist en bezoeker terug in Amsterdam. En daarmee ook de problemen. De gemeente gaat het aantal overnachtende toeristen 10 procent indammen. Maar is gastvrijheid niet zo verweven met de stad dat ingrepen meer kosten dan ze opleveren? Vandaag: cafés en restaurants.

Het ene bedrijf is afhankelijker van toeristen dan een ander, zegt Eveline Doornhegge van Koninklijke Horeca Nederland Amsterdam. Beeld Marjolein van Damme
Het ene bedrijf is afhankelijker van toeristen dan een ander, zegt Eveline Doornhegge van Koninklijke Horeca Nederland Amsterdam.Beeld Marjolein van Damme

Een vrouw komt haar woning uit, stopt even en kijkt naar haar weerspiegeling in een raam met daarachter rode gordijnen. Achterlangs lopen Duitsers en een man en vrouw op de brug maken foto’s. De toerist keert terug en dat ziet ook horecaondernemer Onno Diepenbach. Zaterdag ging zijn zaak Mata Hari aan de Oudezijds Achterburgwal na een opfrisbeurt weer open en het publiek op zijn terras was zoals hij het het liefste ziet: een mix van locals en toeristen.

Maar de massa komt weer terug, daar twijfelt hij niet aan. “Dit deel van de stad werd voor corona in deze periode overspoeld met toeristen.” Wil je dan de balans, en daarmee een goede sfeer, in je zaak houden, dan moet je daar je best voor doen. Dus vind je bij Mata Hari veel lokale producten en een menukaart die afwijkt van het gros van de horeca op de Wallen. Maar afwijken is hier een risico, weet hij. Met zijn restaurantfilosofie en een plek in de luwte kon hij blijven draaien op vooral Amsterdammers, zoals hij het ooit had bedacht. Hij hoefde nooit mee met de vraag van de massa. “Maar zoiets kan kantelen als het voor Amsterdammers te heftig wordt op de Wallen. Genoeg zaken die iets anders deden dan bier en burgers, die het niet hebben gered.”

De Wallen moeten een rauw randje houden, vindt hij. “Dat is de aantrekkingskracht.” Maar iets minder massatoerisme in de maanden juni, juli, augustus zou hij niet erg vinden. Al denken sommige collega’s in die buurt hier mogelijk anders over.

Het ene bedrijf is afhankelijker van toeristen dan een ander, zegt Eveline Doornhegge van Koninklijke Horeca Nederland Amsterdam. “Dat zie je nu. Ondernemers in grote delen van het centrum hebben het nog zwaar, terwijl ze in West en Oost alweer meer bezoekers hebben.” Maar Centrum is ook een deel van de stad waar de druk op komt te staan als de toerist weer in groten getale terugkomt. “Terwijl andere buurten best wat extra toeristen kunnen dragen, zonder dat je dit meteen ervaart als overlast.”

Mac Bikes

De NDSM-werf, bijvoorbeeld. “Hier kunnen we gemakkelijk meer toeristen aan,” zegt Jasper Helmer, eigenaar van culturele ‘hang-out’ met café en restaurant Noorderlicht. “Wij kunnen de trekpleister zijn die de binnenstad ontlast.”

Hij zag het terrein de afgelopen vijftien jaar veranderen. “Er ging nog geen pont naartoe. Je kon hier in de winter een kanon afschieten.” In 2012, 2013 zag hij de eerste MacBikes en vlak voor corona kwamen er soms 2000 bezoekers op een dag in zijn zaak, waarvan zo’n 60 à 70 procent van buiten de stad. Toen deze groep vorige zomer wegviel, kwamen de Amsterdammers. “Die wil je graag houden. Zij komen misschien als het rustiger is, en hopelijk vier keer per jaar, in plaats van één keer.”

Maar de onderneming werd ook een stuk kleiner. Alleen het café en restaurant waren open, waardoor ze alles strak konden organiseren en geld konden blijven verdienen. “Blijven de toeristen weg, dan verandert het karakter van je bedrijf behoorlijk.” Niet genoeg mensen? “Dan is er veel minder budget voor onze culturele programmering, die we normaal gesproken gratis neerzetten.” Met andere woorden: als bezoekers wegblijven van de NDSM-werf, zal dat ook tot culturele verarming van het gebied leiden.

Het horeca-aanbod in de stad zou zonder binnen- en buitenlandse bezoekers niet zijn zoals het nu is, zegt ook Tsibo Lin, (mede-)eigenaar van de Foodhallen en de Kanarie Club, beide in West. Zonder corona zou zo’n 70 procent van de gasten hier toerist zijn, binnen- en buitenlands. Daar is de zaak niet alleen op berekend, het zorgt er ook voor dat je je kunt ontwikkelen en kunt pionieren, zegt Lin. “Daarom lopen we in Amsterdam in culinair opzicht ook voor op andere steden. Dingen ontstaan op bijzondere plekken, wat bij minder bezoekers ook minder gebeurt.” Een langzamere ontwikkeling van de stad ligt dan op de loer en daar is volgens hem niemand in de stad bij gebaat. “Dat maakt het juist aantrekkelijk om in te wonen, te studeren en voor bedrijven.”

Spreiding als oplossing

Als bewoner van de stad kent hij de spagaat. Op sommige plekken is het te druk, dus denkt ook hij dat spreiding de oplossing is. “Als we het goed aanpakken, is er zelfs ruimte voor meer toeristen. Hoe kunnen we zorgen dat 20 miljoen bezoekers niet voelt als 20 miljoen bezoekers?”

Maatregelen als het indammen van vakantieverhuur in de stad en hogere toeristenbelasting, hebben geen zin, zegt Doornhegge. “Het houdt toeristen niet tegen. Zeker niet zolang in de metropoolregio gewoon hotels worden gebouwd.” Nee, een goede verdeling en het aantrekken van respectvolle bezoekers, niet mínder bezoekers zijn volgens haar de sleutel. “Zo profiteert iedereen van wat bezoekers hier uitgeven. Dat geld is namelijk ook nodig voor culturele voorzieningen, goede verbindingen en onderhoud in de stad.” Plus, zegt ze: “Er is in Amsterdam zoveel horeca, dat kan helemaal niet meer draaien op alleen Amsterdammers.”

Niet dat je direct allemaal faillissementen zult zien als er minder toeristen komen, aldus Lin. De horeca is goed in staat zich aan te passen aan een situatie. Zo zal hij, voordat hij kiest voor sluiting, er eerst alles aan doen open te blijven. Minder dagen open, bijvoorbeeld. “Maar het betekent sowieso minder reuring in de stad.”

Fastfoodrestaurants

Eind juni meldde het CBS dat het aantal horecavestigingen (van hotels en kampeerterreinen tot (fastfood)restaurants en cafés) in Nederland in 2020 toenam met 5 procent. Dit ondanks lockdowns en het wegblijven van toeristen. Een stijgende trend zet hiermee gewoon door. Op 1 januari 2021 telde het land ruim 72.000 horecagelegenheden. Vooral het aantal kantines en cateringbedrijven nam sterk toe, wat volgens het CBS mogelijk samenhangt met alles wat nog wél mogelijk was. Het aantal cafés nam wel af met 3 procent. Amsterdam telde in 2021 in totaal ruim 8200 horecavestigingen. Het aantal restaurants groeide van 3290 in 2020 naar 3410 in 2021, mogelijk omdat ondernemers insprongen op de afhaal- en bezorgmogelijkheden. Ook hier daalde het aantal cafés wat van 940 naar 925.

Zomerserie

‘De bezoeker keert terug’ onderzoekt het belang van toerisme voor de stad en de gevolgen van het toerismebeleid.
1. Economie en werkgelegenheid
2. Hotels
3. Horeca
4. Musea
5. Vervoer
6. Winkeliers

Meer over