Nieuws

Amsterdam steeds rijker: meer miljonairs, minder middenklasse

Het aantal miljonairs in Amsterdam is in vijf jaar tijd flink gestegen, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Tegelijkertijd leven nog altijd veel Amsterdammers onder de armoedegrens.

Anna Herter
null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Ruim twintigduizend Amsterdamse huishoudens mochten zich op 1 januari 2020 miljonair noemen. Dat is 4,4 procent van het totaal aantal huishoudens in de stad. Daarmee is het percentage miljonairs in Amsterdam in vijf jaar tijd ruim verdubbeld. In de rest van Nederland groeide het aantal miljonairs beduidend minder hard.

Een doorsnee miljonair in Amsterdam had in 2020 een vermogen van 1,6 miljoen euro. Dat hoeft niet te betekenen dat dit geld op hun bankrekening staat. Andere vormen van vermogen tellen ook mee, zoals de waarde van koophuizen en kapitaal in bedrijven.

Opvallende stijging

Dat het aantal miljonairs dusdanig toenam, komt simpelweg doordat het goed ging met de economie, aldus hoofdeconoom bij het CBS Peter Hein van Mulligen. De beurskoers steeg, de huizenprijzen stegen en ondernemers maakten meer winst. Daarom zag menig Nederlander het inkomen stijgen.

De opvallende stijging in Amsterdam is volgens de econoom te verklaren doordat daar relatief veel mensen wonen met een hoog inkomen. “Een deel van hen zat net onder de miljonairsgrens en zit er nu net boven, bijvoorbeeld doordat hun koopwoning meer waard is geworden.”

Overigens wonen er in sommige gemeenten rond Amsterdam relatief nog meer miljonairs. Zo heeft in Landsmeer 8,3 procent van de huishoudens een vermogen boven een miljoen euro, in Amstelveen 7,1 procent en in Aalsmeer 6,9 procent. Landelijk spannen Bloemendaal (27 procent) en Laren (18 procent) de kroon.

Armoedegrens

Niet-miljonairs kregen evenwel meer te besteden. Als het goed gaat met de economie profiteren immers alle inkomensgroepen daarvan, zegt Van Mulligen. Hoewel er in Amsterdam nog altijd bovengemiddeld veel mensen in armoede leven, kregen ook zij het de afgelopen jaren dus beter. Gezamenlijk hadden Amsterdammers in 2020 een vermogen van bijna 108 miljard euro, in 2015 was dat ongeveer de helft. Daarbij moet rekening worden gehouden met inflatie en met dat er meer mensen in de stad zijn komen wonen, maar ook dan blijft het een opvallende toename.

Amsterdam groeit dus uit tot een stad van rijke mensen. Volgens de meest recente cijfers bestaat de bevolking voor 35 procent uit hoge inkomens, tegen 29 procent in 2011. Het aandeel lage inkomens daalde in dezelfde periode van 51 naar 47,5 procent. De middenklasse sterft langzaam uit: slechts 18 procent van de Amsterdammers behoort tot deze groep. Veel middeninkomens, leraren en verplegers bijvoorbeeld, verlaten de stad vooral vanwege de huizenprijzen en hoge huren die voor hen onbetaalbaar zijn geworden. Daarvoor in de plaats komen vooral expats; nieuwe Amsterdammers met een, over het algemeen, bovenmodaal inkomen.

De kloof in Amsterdam tussen arm en rijk is overigens niet alleen terug te zien in de cijfers, merkt Van Mulligen op. Ook ‘een ritje van Oud-Zuid naar Zuidoost’ is illustratief.

Corona-effect

De hierboven geschetste situatie beslaat een periode van voor de coronapandemie. De gevolgen van die crisis op de Amsterdamse portemonnee laten zich lastig voorspellen. Van Mulligen denkt dat in 2020 de lijn van stijgende vermogens alleen maar is doorgezet; de woningprijzen gingen verder omhoog en het aantal bedrijven dat failliet ging valt vooralsnog mee.

De gemeente verwacht daarentegen dat het aantal minimumhuishoudens in 2020 is gestegen van bijna 66.700 naar een krappe 74.000 huishoudens ten gevolge van de crisis, blijkt uit een maandag gepubliceerde monitor. Om deze groep bij te staan is extra geld vrijgemaakt.

Meer over