PlusExclusief

‘Amsterdam is in de war’ – Norah Hendriks ging viral op TikTok met een protestsong over de woningmarkt

Norah Hendriks: ‘Amstelveen was een beetje saai. Toen ik twaalf was, wist ik dat ik daar weg zou gaan.’ Beeld Erik Smits
Norah Hendriks: ‘Amstelveen was een beetje saai. Toen ik twaalf was, wist ik dat ik daar weg zou gaan.’Beeld Erik Smits

Norah Hendriks verhuisde van Amsterdam naar Londen, om te studeren. Voor ze wegging, nam ze een liedje op dat viraal ging als protestsong over de woonruimte in Amsterdam. ‘Als iets zo groot wordt, is het niet meer van mij.’

Robert Vuijsje

Toen Norah Hendriks een jaar geleden een filmpje opnam, op haar balkon in De Baarsjes, was ze geen TikTokexpert. “Nog steeds niet. Iedereen denkt dat ik veel weet van TikTok. Nee. Ik zat bijna nooit op die app. Nadat het filmpje zo viraal ging, ben ik zelfs een paar maanden van TikTok af gegaan.”

Op het filmpje, inmiddels ruim een half miljoen keer bekeken, is te zien hoe ze zichzelf, onder de artiestennaam Noor, met een gitaar begeleidt op een zonnig balkon. Het liedje heet Ik zwaai het uit. De eerste regels zijn:

Amsterdam is in de war
Of ben ik het die geprikkeld is
Door mijn nieuwe geschiedenis hier

Vrijwel direct ging het filmpje viraal. “Echt binnen een dag. Zoiets was me nog nooit overkomen. Ik denk dat het door het algoritme van TikTok kwam. Nederland is geen groot land, maar het bleef doorgaan, wekenlang. Steeds meldingen op mijn telefoon, van likes en nieuwe volgers.”

Op Spotify is het lied bijna 700.000 keer beluisterd. “Dat is voor mij veel belangrijker. Naar Spotify ga je echt voor de muziek, dat is de kunstvorm waar ik verder in wil. TikTok is bedoeld voor ander vermaak.”

De laatste regels van Ik zwaai het uit:

Amsterdam is in de war
Ik wil niet dat ik verstar
Dus ik besluit, ik zwaai het uit

Ik vond een lach, verloor mijn stem
Ben geworden wie ik ben
Dus ik besluit
Ik zwaai het uit

Het lied werd geïnterpreteerd als een protestsong tegen het gebrek aan woonruimte in Amsterdam. Het kon niet anders dan dat het was geschreven als afscheid, bij een gedwongen vertrek uit de hoofdstad. “Als iets zo groot wordt, is het niet meer van mij. Daarmee bedoel ik niet dat het op nummer 1 stond in de Top 40. Maar voor mijn doen is het groot. Ineens kwamen er superveel andere visies op wat ik met de tekst bedoelde. Mensen zagen er allemaal dingen in die ik zelf niet zo had gezien.”

Zoals?

“Mensen schreven me: kom naar Rotterdam, hier is nog wel ruimte. Of ze hoorden er kritiek in op hoe de gemeente zich gedraagt. Of ze vonden het een liedje over een gebroken hart, waarin ik de stad en een voormalige liefde verliet.”

Wat bedoelde je er wel mee?

“Het begon ermee dat ik deze zin in mijn hoofd kreeg: Amsterdam is in de war. Die reactie kreeg ik trouwens ook, mensen die me schreven: dat klopt, Amsterdam is echt in de war.”

“Ik schreef het als een creatieve bezigheid, voor de lol. Het was niet om me persoonlijk te uiten, zoals andere teksten die ik heb gemaakt. En als het dat wel was: het ging een beetje over opgroeien en een afscheid van mijn jeugd. Ik wist dat ik wegging, voor heel lang. Naar Londen, een stad waar je nóg moeilijker een huis kunt vinden dan in Amsterdam.”

Op haar 14de werd Norah Hendriks geselecteerd voor het Jeugdorkest Nederland, als violist. “Op mijn vijfde was ik begonnen met vioolles. Mijn moeder wilde heel graag dat mijn broer en ik een instrument zouden spelen – omdat ze dat zelf had gewild als kind. Ze wilde piano spelen, maar daar was geen geld voor. Zelf kwam ze uit een orgelgezin.”

Wat is dat?

“Mijn opa, haar vader, speelde orgel. En zijn vader ook. In die tak van de familie hielden ze van Bach. Veel barok. Als ik Bach speelde, voelde ik dat mijn opa echt dacht: nu is de cirkel rond.”

Norah Hendriks werd geboren in Amsterdam, maar voor het begin van de basisschool was ze al verhuisd naar Amstelveen. “Daar konden mijn ouders een groter huis krijgen, een rijtjeshuis. Door een vriendin word ik altijd gepest dat ik geen Amsterdammer ben. Ik ben er geboren, zat in Amsterdam op de middelbare school. Mijn hele leven is hier. Alleen moest ik altijd een stuk naar huis fietsen. Naar de middelbare school was het trouwens maar een kwartier fietsen.”

Op het Spinoza Lyceum bestond veel aandacht voor toneel en muziek. “Daar heb ik echt leren zingen. In het orkest ging ik niet, dat deed ik al genoeg buiten school. Maar ik zat wel in het koor. In de pauze gingen we altijd zingen, met twee vriendinnen. Die studeren nu ook allebei op conservatoria.”

Wilde je daarom naar die school?

“Ik vond dat de leerlingen er cool uitzagen, ze droegen kleren die ik mooi vond. Ik kleedde me ook creatief. Naar de open dagen van de scholen in Amstelveen ben ik niet eens geweest, ik wilde naar Amsterdam. Al mijn vrienden daar deden dat.”

“De andere kinderen uit mijn klas gingen naar het Amsterdams Lyceum of Fons Vitae. Amstelveen was een beetje saai. Toen ik twaalf was, wist ik dat ik daar weg zou gaan. Eigenlijk woonde ik al in Amsterdam zonder er te wonen. Ik deed alles hier.”

Norah Hendriks werd aangenomen op een Music College in Londen. En toen kwam corona. “Ik wilde daar niet in mijn eentje op een kamer zitten en alleen online lessen kunnen volgen terwijl alles dicht was. Ik heb een jaar gewacht in Amsterdam. Engelse literatuur aan de UvA, voor de lol. En horecabaantjes – als de horeca open was.”

Aan het einde van dat schooljaar werd Ik zwaai het uit opgenomen. Op het tweede adres dat Noor in één jaar bewoonde. Nu is ze voor twee weken over uit Londen, ook om nieuwe muziek op te nemen. In die periode wordt op vijf Amsterdamse adressen gelogeerd. “Ik ben een soort zwerver.”

Waarom wilde je naar Londen?

“In Amsterdam zat ik in een bubbel, heel warm en comfortabel. Alleen zag ik mezelf hier altijd door de lens van mijn ouders en vrienden. Ik wilde mezelf leren kennen, zonder de lens van iemand anders. Ergens waar ik niemand kende. Ik wilde een andere bubbel.”

“In Amsterdam gebeurt best veel, maar het is niet zoals in Londen. Daar is het diverser, in ieder opzicht. Natuurlijk dacht ik in het begin: o, nu ben ik hier, helemaal alleen.”

Hoe heet jouw muziekgenre?

“Geen idee. Wat ik nu maak is anders dan een jaar geleden. In Londen ontmoet ik totaal andere mensen dan hier. Het klinkt raar, maar ik zit niet op dat Music College voor de educatie, het is meer om een netwerk te krijgen in Londen. Je leert ook veel over de muziekindustrie en hoe je een carrière moet opbouwen.”

Wat zijn de verschillen tussen een huis vinden in Amsterdam en in Londen?

“In Amsterdam gaat het meer via mensen die je kent. Voor mijn eerste plek, in de Rivierenbuurt, had mijn huisgenoot een paar meiden uitgenodigd. Ze was al bevriend met vrienden en koos voor mij. Mensen om me heen moeten heel vaak auditeren voor een kamer.”

“Londen is groter. Daar heb je contact met makelaars en landlords. Waar ik nu woon heb ik gevonden via een besloten Facebookgroep voor studenten van de kunstacademie. Ik vroeg of ze voor mij het slotje eraf wilden halen. Nadat ik was uitgekozen vertelde ik dat ik niet op de kunstacademie zat. Gelukkig vonden ze dat niet erg.”

CV

Norah Hendriks (Amsterdam, 2001), oftewel Noor, studeert aan een Music College in Londen. Haar doorbraak als zangeres kwam met Ik zwaai het uit.

De stad van... Norah Hendriks

Echt Amsterdams
“Dronken naar huis fietsen is mijn favoriete ding. In het centrum bedek ik altijd een deel van mijn ogen, zodat ik de auto’s niet zie. Dan is het alsof ik door middeleeuws Amsterdam fiets.”

Accent
“Richting een Zuidaccent, denk ik. Ik ben van de code switching. In Londen dacht ik dat ik Engels zou gaan praten met een Amerikaans accent, maar ik praat super-Brits.”

Partner
“Heb ik niet. Al mijn vrienden zijn wel Amsterdams.”

Huur of koop
“Voor mij is het nu huur, ik heb geen geld.”

Import
“Ik ken Amsterdammers die daar heel hard in zijn: als je uit de rest van Nederland komt, kun je geen Amsterdammer worden. Ik denk dat het wel kan, als je genoeg liefde hebt voor die plek.”

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat, vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Dit is aflevering 25. Lees hier alle afleveringen terug.